Opinie

De dansende paarden van Bartabas

Hoe bidden paardenbenen om Gods genade? De komende drie weken biedt de Westergasfabriek in Amsterdam het terrein voor een heidens-heilig lente-offer. Opgezweept door 'Le Sacre du Printemps' en de 'Psalmensymphonie' van Igor Stravinsky zorgen 25 paarden en evenzoveel artiesten van het theater Zingaro uit Parijs voor een 'poëtisch spektakel'. Allen staan onder leiding van Bartabas, een bohemien die het leven met zijn paarden boven dat met Parijzenaars verkiest. Al jaren probeerde het Holland Festival zijn wereldberoemde theater naar Nederland te halen.

Het fenomeen Zingaro laat zich het best omschrijven als een hippische mix van Cirque du Soleil en het Wuppertal Tanztheater. Zingaro werd in elk geval net zo'n hype. Dit paardentheater uit Parijs biedt beslist geen Weense of Madrileense Rijschool, concours hippique of dressuur à la Anky van Grunsven. Bartabas maakt theater met de piste als poesta.

In zijn combinatie van choreografie, acrobatie, vechtsport en dressuur neemt hij het op tegen de 'paardonterende' houding van de westerse mens sinds de late middeleeuwen, dus de tijd van chevalerie en courteoisie. De tijden dat een ridder zijn eer (en een koning zelfs zijn rijk) aan zijn trouwste gezel opofferde, zijn lang vervlogen. Ook het paard ontkwam niet aan de gevolgen van Renaissance en Barok.

Welke zweem van barbaarse en tegelijk sprookjesachtige zigeuner-romantiek roept alleen al de naam Bartabas op! Zijn naam bij de burgerlijke stand te Parijs houdt deze man bewust geheim. Zeker is dat hij zijn hippiedom vertaalde in diep respect voor het hippisch intellect. In zijn vrijheidsdrang acht hij zich aan niets en niemand behalve de dierlijke persoonlijkheden in zijn stallen verplicht. Hij haalde zijn paarden van over de hele wereld en vanuit Aubersvilliers (Parijs) reikt hun roem inmiddels over de hele wereld. Alleen voor zijn ruige, Spartaanse vorm van medeleven geven de paarden aan Bartabas hun geheimen prijs. Zij zijn de penselen waarmee hij mythische taferelen schildert die zijn publiek meevoeren naar pre-klassieke tijden, naar de tijd dat de mens droomde van gevleugeld galopperen en zijn goden halfpaard-half mens dacht.

Evenals de door hem zo bewonderde choreografe Pina Bausch neemt Bartabas het op tegen de eeuwenlang gecultiveerde dressuur waarmee de West-Europese hovelingen hun transporteurs van vlees en bloed opzadelden, voordat zij ook zichzelf aan dit artifact onderwierpen. Historisch gezien was de menkunst van het menselijk lichaam, genaamd ballet, namelijk een afgeleide van de wijze waarop de adel in Europa al veel langer zijn symbolen van macht en status had afgericht. Met name zijn vervoers- en verdedigingsmiddelen vervulden die functie van sociale distinctie in machtsvertoon.

Vanaf de dertiende eeuw gingen de edelen in Europa een nieuwe gezagsrelatie aan met hun paard, hun wapens en in het verlengde daarvan met hun eigen lichaam. Bausch ensceneerde de dramatische gevolgen van die eeuwenlange moedwillige onderwerping aan dit harmoniemodel. Haar dansers werden dieren in nood, woest om zich heen slaand, trappelend en zwetend als een meute op hol geslagen paarden in turfmolm. In haar 'Sacre du Printemps' (1975) gebeurde dat zelfs letterlijk. In de voorstellingen van het Cirque du Soleil wordt een heel andere zinsbegoocheling nagestreefd, door middel van perfect getimede acrobatie, fantastisch aangekleed in een even uitgekiend licht- en geluidsplan.

Bartabas lanceert zijn theatrale mengvorm door het circus (een negentiende eeuwse uitvinding) aan zijn nonconformistische paardenliefde te koppelen. Het liefst heeft hij publiek dat niet van paarden houdt. In de jaren tachtig waren zijn optredens te paard vooral woest, angstaanjagend en onvoorspelbaar. Gekleed als een Arabische ruiter stormde hij op zijn zwarte hengst hard op zijn publiek aan om het dier vlak voor hun ogen te laten steigeren. Maar sinds hij van toenmalig minister Jacques Lang een eigen terrein in Aubersvilliers ter beschikking kreeg, werden zijn producties filosofischer van aard. Volgens hem herbergen zijn Lusitaniërs, Engels-Portugeze volbloeden, Siberische appelschimmels en Friese hengsten menselijke fantasieën en droombeelden. Zo leerde zijn volbloed Arabier Sold'Oa hem te stunten met galop achteruit. Zijn grootste ster is Zingaro zelf, een dertienjarige Fries. Bartabas: ,,Uiteindelijk heb ik geleerd dat niet wij de paarden leiden, maar de paarden ons meevoeren. Het neemt ons mee naar de stilte, naar een wereld zonder codes, naar vrijheid. In de ogen van paarden zie ik soms de meedogenloze schoonheid van de wereld voordat er mensen waren.''

Hij vergelijkt het werk van het paard en de artiest met dat van een sterdansers. ,,Zij weten wat het is om in de leegte te beginnen. Dansers zijn ook de enigen uit de theaterwereld die na afloop van onze voorstellingen niet bang zijn om er met ons over te praten. Ik zeg tegen mijn artiesten: 'Concentreer je op het paard, dan heb je een eigen gezicht.' Wij spelen geen rol, wij concentreren ons. In mijn nieuwste productie wordt het verschil tussen mannen en vrouwen verbeeld door artiesten te paard en artiesten te voet. Het grote probleem is of een paard dezelfde precisie in zijn timing als een danser kan hebben. Een paard is niet in staat zoals een danser om tijd in te halen als er iets fout gaat. Daarom heb ik Pierre Boulez gevraagd om in zijn bewerking van Stravinsky's muziek het idee van de ruimtelijkheid van de piste te betrekken, zodat niet iedereen op hetzelfde moment dezelfde muziek hoort. De paarden bepalen de choreografie, evenzeer als de dansers.''

Met zijn keuze voor Stravinsky's heidense en heilige rite beweert Bartabas een vorm van 'intellectuele barbarij' te bedrijven. Maar is dat wel zo? Stravinsky hield veel van circus en zeker van dressuur. Toen zijn vriend Balanchine hem belde met het verzoek muziek te leveren voor een nummer van olifanten met danseressen, reageerde hij zonder aarzeling met zijn befaamde polka. De idee dat balletdansers een soort muzische danspaarden van componist en choreograaf zijn, sprak hem zelfs zeer aan. In 'Apollon Musagète' (1928, de doorbraak van hun samenwerking) laat Balanchine daarom de jonge god Apollo de muzen van poëzie, muziek en dans heel letterlijk voor zijn denkbeeldige wagen spannen, opdat de zojuist door hen verleide god hen eendrachtig naar de top van zijn geboorteberg kan mennen.

Ook voor Balanchine zijn de muzen voor de goddelijke beschermer der kunsten wat paarden voor hun menner zijn. Hoe serieus hij deze metafoor nam, blijkt ook uit het ballet dat hij kort na Stravinsky's dood in 1972 op zijn 'Symphony in three movements' maakte. Balanchine bracht Stravinsky hulde door zijn ballerina's letterlijk met hun paardenstaarten te laten wapperen en met hun gespitzte hoefjes over de grond te laten schrapen.

Balanchine achtte niet alleen ballet, tennis en baseball van hetzelfde laken en pak. Ook paardendressuur kwam uit die koker, al is de dressuur van het menselijk lichaam in de ballettechniek van wat later datum dan de 'ruiterballetten'. Balanchine erkende daarmee dat er tussen de stallen en balzalen van de zestiende eeuwse Europese vorstenhuizen nog weinig verschil was. Balletten voor chevaliers golden als de meest fysiek denkbare voorbeelden van een kunstzinnig vorm te geven hogere orde. Ook via zijn paard- en wapenbeheersing toonde de edelman zijn 'virtu'.

Nog ouder dan de eerste hofballetten voor de adellijke 'ballerino's' in de Italiaanse en Franse balzalen waren de carrousels waarin zij hun paarden aan geometrische vloerpatronen onderwierpen. Zij lieten dat met veel fakkels en pluimvertoon gepaard gaan. Het beroemdste voorbeeld is het 'Ballet de Fêtes de Bagues' te Parijs (1672), waaraan meer dan vierduizend gepluimde 'ballerino's' te paard deelnamen, fakkels in de hand. In ballet, duelleerkunst en paardendressuur ging het vooral om de kwaliteit van balans- en tempobeheersing. Die koppeling van paard aan ballet hield lang stand, ook toen die drie vaardigheden los van elkaar geprofessionaliseerd werden.Tot begin deze eeuw namen verwaten rijkeluiszoontjes nog een bezoek aan de paardenraces in Chantilly en de Foyer de la Danse in de Parijse Opera in dezelfde moeite door.

Met zijn omdraaiing van de gangbare gezagsverhouding tussen paard en piqueur en zijn plaatsing van het paard boven de danser, lijkt de paardendresseur zich lijnrecht tegenover dansdresseur Balanchine te stellen. Lijkt, want Stravinsky's evenknie in ballet behoort tot de weinigen die zijn danspaardjes in het New York City Ballet juist nooit aan de 'Sacre' en de 'Psalmensymfonie' uitleverde. Daarvoor achtte hij hun benen namelijk te kwetsbaar. Van alle muziek die Stravinsky componeerde, kende hij juist deze twee composities te veel kracht van zichzelf toe. Tijdens het Stravinsky Festival (1972) liet hij de New York City Ballet dansers dus zittend op het toneel naar deze muziek luisteren. Balletdansers moeten er volgens hem alleen naar luisteren, bij gebrek aan vereiste pk in hun lichaam om deze muziek te verbeelden. Was hij muzikaal geschoold paardentemmer in plaats van balletmeester geweest dan zou Balanchine Bartabas misschien wel zijn voorgeweest.

Al was ook Balanchine een bohemien in hart en nieren, in tegenstelling tot Bartabas hield hij wel van de beau monde met hun ballet als entertainment. Hij luisterde liever naar dansers dan naar paarden als zijn postiljons d'amour met God. Paarden, Balletdansers, Atleten: allen zijn acrobaten van God, die bidden met hun benen. Het grote verschil tussen Balanchine en Bartabas is dat de eerste zijn dansers als paarden zag en ook met dat ontzag behandelde en de tweede zijn paarden als dansers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden