De dansende dokter

Jessica Wilford 1982-2015

Al op de basisschool wilde ze later zwarte kindjes helpen. Daar heeft ze zich aan gehouden.

Iedere keer was het weer een drama op Schiphol. Het afscheid was altijd hartverscheurend, met een stroom tranen. Het viel haar steeds zwaar om voor maanden afscheid te nemen van haar vriend en haar familie. Toch wilde ze dolgraag vertrekken, op weg naar het doel waarvoor ze bijna haar hele leven had gewerkt.

Als klein meisje zei Jessica dat ze later zwarte kindjes wilde gaan helpen. Daar heeft ze zich aan gehouden. In het Brabantse dorp Dommelen, waar ze als oudste van vier kinderen opgroeide, maakte ze op de basisschool al indruk met een werkstuk over Artsen zonder Grenzen.

Ze was vertrouwd met medische zaken, dankzij haar moeder Sarah, een verpleeg- en verloskundige. Van haar moeder, een Britse die Nederlands spreekt met een Brabants en geen Engels accent, kreeg ze ook een talenknobbel mee.

Jessica leek een perfect kind. Ze leerde makkelijk. Bovendien was ze plichtsgetrouw. Ze deed braaf haar huiswerk en kwam nooit te laat. Op de lagere school haalde ze de hoogste Citoscore.

Buiten school deed ze aan hockey, maar het allerliefst danste ze. Vanaf haar zesde zat ze op jazzballet en er was maar weinig voor nodig of ze danste door de kamer. Als 'Billie Jean' van Michael Jackson klonk, dan was ze niet meer te houden.

Maar er lag een schaduw op haar geluk. Ze kon niet opschieten met haar Nederlandse vader. Hij bemoeide zich nauwelijks met de kinderen en zat liever in de kroeg. Pas toen ze 21 was, scheidden haar ouders. Ook Jessica wilde radicaal met hem breken en ze begon een procedure om haar naam te veranderen in die van haar moeder. Haar vader maakte officieel bezwaar, maar na twee jaar kreeg ze haar Engelse achternaam. Een maand later stierf haar vader. Toen voelde Jessica toch iets van wroeging, alsof die naamskwestie iets met zijn dood te maken had.

Dat was tekenend voor haar. Ze kon het moeilijk verdragen dat aan elke keuze nadelen kleven. Ze kon het niet verkroppen dat een keuze andere mogelijkheden uitsluit. Ze wilde perfectie.

Na het gymnasium in Valkenswaard ging ze geneeskunde studeren in Maastricht. Ze volgde ook niet-verplichte colleges, want je weet maar nooit of dat van pas komt. Elk weekeinde kwam ze naar huis voor haar zaterdagse bijbaantje bij de posterijen: sorteren en bezorgen. Dat hield ze jaren vol.

Toen ze haar bul kreeg in december 2007, wilde ze kinderarts worden. Een praktijkjaar op de kinderafdeling in Sittard bracht haar op andere gedachten. Ze had het te moeilijk met ongeneeslijk zieke kinderen. Ze besloot tropenarts te worden. Ze had al stages gedaan in Nepal, Ghana en Indonesië. Na een jaar als assistent chirurgie in Spijkenisse en een jaar gynaecologie in Leiden, haalde ze in aan het Tropeninstituut in Amsterdam het diploma tropengeneeskunde. Binnen de kortste keren was ze aangenomen bij Artsen zonder Grenzen.

Met haar vriend Max Floris, die ze kende van de middelbare school en met wie ze verkering had sinds haar achttiende, ging ze in Rotterdam op een etage bij het Centraal Station wonen.

Haar eerste missie in het buitenland moest minimaal negen maanden duren. Daar zag ze wel even tegenop, met haar eeuwige twijfel. Ze wilde bij Max zijn, en ze wilde weg zijn. Ook bij het inpakken van haar bagage kon ze moeilijk kiezen: praktische dingen natuurlijk, toch wilde ze ook iets vrouwelijks, iets verzorgds bij zich hebben, zoals oorbellen. De rugzak puilde uit.

Toen ze in september 2012 op haar eerste standplaats, in het noorden van Nigeria, aan het werk ging, vielen alle keuzeproblemen weg. Ze hoefde niet te twijfelen of ze nog een extra scan zou doen, want er was toch geen scanapparaat. Ze zat niet meer te dubben of ze 's nachts haar chef uit zijn bed moest bellen, want ze had geen baas. Dat gaf rust. De eenvoud van het leven beviel haar, hoe zwaar het werk ook was. Veel patiënten gingen dood, daar was niets aan te doen. Maar als ze één kind kon redden, dan gaf dat voldoening.

Haar ziekenhuis van Goronyo lag aan de grote weg bij de grens met Niger. Dat betekende volgens een analyse van Artsen zonder Grenzen een verhoogd risico op ontvoeringen door de terreurgroep Boko Haram. Toen elders in Nigeria drie Noord-Koreaanse artsen waren vermoord, werden Jessica en haar buitenlandse collega's in februari geëvacueerd naar de hoofdstad Abuja.

Daar was niet veel te doen. Er groeiden hechte vriendschappen met andere buitenlandse collega's. Ze hadden er plezier en Jessica maakte indruk met haar danstalent. Ze werd de dansende dokter genoemd.

Al gauw diende zich een nieuwe nood in Nigeria aan. In de buurt van een goudmijn in Zamfara werd ze ingezet om kinderen met loodvergiftiging te behandelen.

Terug in Nederland meldde ze zich bij een uitzendbureau en kreeg werk in een verpleegtehuis. Ondanks de lange werkdagen was het geregeld werk. Maar de omgang met een baas vond ze lastig.

In maart 2014 zond Artsen zonder Grenzen haar voor een half jaar naar Ethiopië. Eerst werkte ze in een ziekenhuis, daarna in een vluchtelingenkamp bij de grens met Zuid-Soedan.

Na haar Afrikaanse ervaringen viel het haar moeilijk om geld voor zichzelf uit te trekken. Toen ze eens een grijze jas zag die haar beviel, ging ze wel drie keer terug naar de winkel voordat ze kon besluiten om er honderd euro aan uit te geven. Vaak nam ze pas een beslissing als ze eerst alle voor- en nadelen op papier had gezet. Toch was ze soms impulsief. Zoals toen ze ineens besloot haar motorrijbewijs wilde halen. Dat vond ze wel stoer.

Sinds haar 30ste kwam de gedachte aan kinderen krijgen weleens bij haar op. Tot dan toe had ze vaak spottend gezegd: 'Kinderen? Ik kan niet eens voor mezelf zorgen.' Inderdaad, Max kookte altijd, daar had ze geen aardigheid in. Maar ze zou spijt kunnen krijgen als ze haar kans op kinderen voorbij liet gaan; aan de andere kant: ze zou onmogelijk meer op missie kunnen gaan.

Dit jaar werkte ze bij een revalidatiecentrum in Den Haag toen het Afrika-virus weer opspeelde. Ze wilde weg, maar liever niet voor zo heel lang. Na de aardbeving in Nepal meldde ze zich meteen bij Artsen zonder Grenzen. Het revalidatiecentrum had er begrip voor dat ze zo snel haar werk opzegde en een week na haar laatste werkdag stond ze op 14 mei op Schiphol. Deze keer hield ze zich goed, want ze zou over een week of zes al terug zijn. Tegen haar moeder zei ze: "Als ik tegen een berg te pletter vlieg, dan weet je dat ik op m'n hoogtepunt was." Ze zwaaiden elkaar uit tot ze achter de douane uit het zicht verdween.

Het was mooi werk in Nepal. De ene dag ging ze met collega's spullen en medicijnen brengen in afgelegen dorpen, de andere dag behandelde ze patiënten die ze uit de dorpen hadden meegenomen naar de hoofdstad Kathmandu. Ze logeerde in een hotel, heel luxueus voor haar doen, maar voor het zwembad had ze geen tijd.

Jessica genoot van de vluchten met de ingehuurde Eurocopter door de valleien van de Himalaya. Het uitzicht was zo prachtig. Ze had er altijd al eens willen klimmen, bijvoorbeeld naar het basiskamp van de Mount Everest. Ze maakte nog een aardbeving mee toen ze in de helikopter zat; het leek alsof er een metro onder haar reed.

Hoe het zo vreselijk mis kon gaan, is nog in onderzoek. Toen Jessica op 2 juni laat in de middag terugvloog naar Kathmandu, met twee Nepalese collega's, raakte de staart van de helikopter een hoogspanningskabel. Mogelijk was de piloot verblind door de zon. Het toestel stortte neer in de bergen en vloog in brand. Er waren geen overlevenden.

Jessica Frances Elizabeth Wilford werd geboren op 30 oktober 1982 in Dommelen, Noord-Brabant. Ze stierf op 2 juni 2015 in Sindhupalchowk-district, Nepal.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden