De dans van de gierzwaluw

Als bioloog bij de luchtmacht zag Luit Buurma vreemd gedrag van gierzwaluwen op zijn radarschermen. Nu, 34 jaar later kan hij eindelijk bewijzen wat het was: een oriëntatievlucht, gevolgd door een schranspartij. interview

In een oude schuur, ergens op Landgoed De Olmenhorst in de Haarlemmermeer, waar gepensioneerd defensiebioloog Luit Buurma ook zijn woning huurt, staan archiefdozen hoog opgetast. Naast een enorme hoop literatuur over het trekgedrag van vogels en over de risico's van botsingen tussen vogels en vliegtuigen, zitten er ook oude 16 mm films tussen. Daarop staan de zwart-wit-beelden van de luchtmachtradar in Friesland.

"Twee volledige zomers van dat beeldmateriaal moeten nodig worden gedigitaliseerd", zegt Buurma. "Ik heb bijvoorbeeld prachtige beelden, al uit 1979, waarop je een radarscherm kort na zonsondergang ineens helemaal vol ziet lopen met vogels. Je ziet ze vervolgens massaal naar het IJsselmeer trekken, samenscholen en na verloop van tijd uit beeld verdwijnen. Als je twee radarbundels op twee verschillende hoogtes met elkaar vergelijkt, blijkt dat de vogels tot meer dan twee kilometer hoogte opstijgen. Daarna zakken de dieren meteen weer af naar lagere hoogte en verdwijnen meestal uit het radarbeeld. Dat stijgen gaat heel karakteristiek, als een opgeworpen platte pannekoek."

De stipjes op het scherm kon hij niet herkennen. "Maar uit mijn ervaring als vogelringer en veldwaarnemer wist ik in 1979 al: dit moeten gierzwaluwen zijn!"

Het werk van Buurma bij de luchtmacht bestond - tot zijn pensioen eerder dit jaar - uit het volgen van de vogeltrek. Want met behulp van de radar worden niet alleen vliegtuigbewegingen in de gaten gehouden, ook die van vogels. Komt het aantal 'kilo's vogel per kubieke kilometer luchtruim' boven een kritische grens, dan wordt dat luchtruim tijdelijk gesloten.

Net tonijnen
Omdat de radar van de luchtmacht natuurlijk niet bedoeld is om mee te 'hobbyen', duurde het 34 jaar voor Buurma langs andere wegen het bewijs rondkreeg voor een fascinerende ontdekking: die stipjes zijn inderdaad gierzwaluwen en ze doen iets wat tonijnen onder water ook doen, maar dan in spiegelbeeld: "Ze scholen samen op grote hoogte, of in het geval van de tonijnen op grote diepte, alsof het bijen zijn die in een dans informatie uitwisselen over het weer en over de beste voedselplekken", aldus Buurma.

"Rond zonsondergang zie je de vogels een steile klim maken", beschrijft de onderzoeker. "Het lijkt wel alsof ze de zon volgen die achter de horizon verdwijnt. Als je omhoog vliegt kun je die immers langer blijven zien. Ze stijgen tot maximaal drie kilometer hoogte. Gedurende de nacht zakken de vogels weer langzaam af. Maar vlak voor de zon weer opkomt, stijgen de vogels opnieuw. Mogelijk verzamelen ze dan opnieuw informatie over het weer en over hun oriëntatie en zetten ze gezamelijk hun klokken gelijk. En het mooiste is nog: in de ochtend dalen ze met precies dezelfde snelheid als waarmee ze in de avond zijn opgestegen. Dat is nota bene ook de snelheid waarmee tonijnen 's avonds duiken en 's morgens weer boven komen."

Dat de met het blote oog onzichtbare vogels inderdaad gierzwaluwen zijn, kon Buurma onlangs bewijzen samen met collega-radar-onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam. "Adriaan Dokter kon op een aantal afgesproken avonden gebruikmaken van de weerradar van het KNMI in De Bilt. Als je die niet laat ronddraaien, maar op een vast punt richt, dan kun je zelfs de frequentie van de vleugelslag van de vogels in je radarbundel meten. De nachtelijke groepen hadden de onmiskenbare vleugelfrequentie van gierzwaluwen. En ook hij zag dat patroon van snel stijgen in de avond, langzaam dalen in de nacht en nog eens stijgen en scherp dalen in de ochtend."

Wat de vogels middenin de nacht boven het IJsselmeer uitvreten, kon Buurma onlangs aantonen met behulp van een andere radar. "Het bedrijf Robin-radar heeft kleine mobiele systemen die verhuurd worden aan bijvoorbeeld luchthavens. Ik mocht daar een avond mee werken op de dijk tussen Enkhuizen en Lelystad. Ik zag de vogels zoals gebruikelijk samenscholen, opstijgen en halverwege de nacht weer naar beneden komen.

Op insectenjacht
"Middenin de nacht kon ik mijn geluk niet op. Ik zag de stipjes op lage hoogte letterlijk door het beeld fladderen en dan weer razendsnel achter iets aan vliegen. Ik zat hier overduidelijk te kijken naar een groep gierzwaluwen die vlak boven het water op insecten jagen!"

In zijn professionele loopbaan bij de luchtmacht heeft Buurma zich nooit druk hoeven maken over vogels van het formaatje gierzwaluw. "Als een gans in een vliegtuigmotor komt, dan heb je een probleem. De kans op een aanvaring met een kleine gierzwaluw is weliswaar groter omdat de vogels zo hoog vliegen, maar een groot verkeersvliegtuig kan zo'n botsing ook wel hebben." Daarom denkt Buurma dat deze vogel nog een goede rol kan spelen als bruggenbouwer tussen de luchtvaart en veldbiologie.

"Die twee partijen staan nu vaak lijnrecht tegenover elkaar. De luchtvaart wil koste wat het kost zoveel mogelijk vogels bestrijden in de buurt van vliegvelden. De biologen en vogelbeschermers op hun beurt wijzen op het vermeende zinloze schieten van vogels rond luchthavens, terwijl zij zelf natuurlijk ook wel graag veilig vliegen als ze naar een internationaal congres moeten ofzo."

Buurma hoopt dat hij met 'het geweldige verhaal van de gierzwaluwen' een brug kan slaan tussen de twee kampen. "Voor de biologie valt er nog enorm veel te leren van deze vogels. Want kunnen gierzwaluwen in die nachtelijke groepsbijeenkomsten inderdaad informatie delen? En hoe doen ze dat dan? Maar ook de luchtvaart heeft veel te winnen bij goed vogelonderzoek. De gierzwaluw is dan een 'veilige' en vooral fascinerende soort waar niemand problemen mee hoeft te hebben."

De stippenconcentraties boven het IJsselmeer staan voor zwermen gierzwaluwen. Beeld van de radarinstallatie van de Koninklijke Luchtmacht in Breda.

Gierzwaluw komt zelden aan de grond
De gierzwaluw, de Apus apus, is een geval apart in de vogelwereld. Het geslacht Apus, waartoe bijvoorbeeld ook de vale en de alpengierzwaluw behoren, heeft niets te maken met de 'echte' zwaluwen, zoals de boeren-, de huis- of de oeverzwaluw. De gierzwaluw is vooral aansprekend door zijn 'luchtige' bestaan. Alleen als ze gaan broeden, vanaf een leeftijd van een jaar of vier, komen ze aan de grond. Voor de rest doen ze alles, maar dan ook alles in de lucht. En hoog ook! De eerste gedocumenteerde waarneming van een hoogvliegende gierzwaluw komt van een Franse piloot in de Eerste Wereldoorlog. Die was tijdens een nachtelijke glijvlucht boven de door de maan verlichte wolken en boven de vijandelijke linies in een primitief vliegtuigje in aanvaring gekomen met een zwerm vogels. Eén was z'n cockpit binnen geknald en die werd op de grond gedetermineerd als een gierzwaluw.

Luit Buurma, bioloog bij defensie
Luit Buurma (1948) studeerde biologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en bleef vervolgens van zijn militaire diensttijd tot zijn pensioen als bioloog bij defensie werken. Daarnaast stond hij in 1973 (samen met Jan Wattel, Hans van Balen en professor Herman Klomp) aan de basis van wat nu Sovon Vogelonderzoek Nederland heet. "Het was het begin van de Citizen Science in het Nederlandse vogelonderzoek", herinnert Buurma zich. "Heel veel ontdekkingen in het vogelonderzoek zijn alleen mogelijk dankzij al die vrijwilligers die jaar in jaar uit vogels kijken en vooral tellen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden