De dag van - Vincent van Warmerdam

Vincent van Warmerdam, componist en musicus, schreef de muziek voor de muziek/theatervoorstelling 'Wie vermoordde Mary Rogers' van Orkater. Vandaag ontvangen hij, Willem van de Sande Bakhuizen (regie) en Jan Veldman (tekst) voor dat stuk de Podiumprijs van de Stichting Cultureel Jongeren Paspoort.

Ik word meestal wakker met de dromen van de nacht, die nog wat doorgaan. Die worden ook wel eens besproken. Opstaan met een melodie, dat ken ik niet. Je schijnt wel mensen te hebben die dan al hele symfonieën horen. Ik heb heus wel een Muze, maar die fluistert me hoogstens een frase in, soms maar een deel van een geluid, een karakteristiek van een bezetting. Meestal refereert het bewust of onbewust aan iets wat ik al eerder heb gehoord.

De ochtend begint met losse dingen. Bellen, afspraken maken, mensen terugbellen. Kleine luldingetjes. Om een uur of één ga ik dan hier naar toe, naar de editruimte. Al naar gelang de muziek die ik moet maken kies ik een instrument. Vaak, ook voor Wie vermoordde Mary Rogers, doe ik het op de piano. Van huis uit ben ik gitarist, maar op de piano merk ik beter of ik iets goeds aan het maken ben. Op andere instrumenten heb je middelen, techniekjes, waarmee je jezelf kunt bedriegen. Ik heb hier die computer, daar kan ik de hele bezetting al instoppen, maar als ik daarmee begin, is mijn ervaring, word je misleid door het geluid, dan ben je geneigd om lang verder te gaan met een armzalig idee. De piano is een beetje streng.

Het is geen werk. Soms. Meestal doe ik het voor mijn lol. Niet alle muzikanten maken zelf muziek, maar voor mij is het normaal. Dat gaat dan groeien en uiteindelijk ga je het vaker doen dan dat je die impuls hebt. Dan moet je wel eens over een moeilijk punt heen. Vaak is ophouden de beste remedie, tot het weer komt. Of je moet iets eenvoudigs kunnen doen, zoals noten corrigeren op de computer, of arrangeren, of de arrangeur bellen en vertellen hoe het ongeveer moet. Arrangeren is het leukste stadium, dan weet je dat het er allemaal komt.

Ik ben een slow starter. Wat de fotograaf nu bedenkt, me laten slapen boven het toetsenbord, gebeurt me ook wel eens. Zo om een uur of drie, als je bioritme even een stapje terug doet. Het is een vorm van concentratie, je zit te denken en als er dan niks uitkomt, zak je onderuit. 's Avonds komt de concentratie vaak pas echt. Om negen uur ga ik weer naar de editruimte en dan ga ik wel tot één uur door, als ik de geest heb soms wat langer. Tot ik klaar ben met een onderdeel dat ik moest doen. Maar zo gaat het alleen als ik moet produceren voor iets. Ik ben geen autonoom componist, die puur aan muziek werkt die bedoeld is om gecomponeerd te worden.

De enige uitzondering daarop is popmuziek. De band waarin ik speel, Moondogs, heeft altijd wel materiaal nodig, die bestelt niet. Maar Moondogs is nu niet operationeel. Onze zanger, Kees Prins, is er mee opgehouden. Hij heeft het ontzettend druk met Jiskefet, hij wil teksten schrijven, toneel doen, film, en daar besteedt hij liever zijn tijd aan dan aan een uit de hand gelopen hobby. Dat geldt voor mij natuurlijk ook, het is een soort jongensdroom. Die ik nog steeds koester, maar het is zo langzamerhand ook een schijnwereld, ik ben al over de veertig. Ik wil nog steeds popmuziek maken, dat staat los van mijn leeftijd, maar dat hele circus erom heen, dat in onze generatie enorme proporties heeft aangenomen, dat ook zo haalbaar leek, dat is het natuurlijk niet meer. Ik hoop nog steeds dat ik mooie liedjes kan maken, en platen opnemen, maar ik reken niet meer op aanhang in de jeugdsector. Zo, het is eruit. Ja, hij heeft het gezegd.

Ik luister heel veel naar muziek, naar van alles. Van het idee dat muziek origineel moet zijn, begin ik wat af te raken. Dat geeft wel een vredig gevoel. Muziek is het met muzikale middelen appelleren aan het bewustzijn, waardoor je wat oproept. De een kan iets nieuws, nieuwe bewustzijnsmiddelen bedenken of zo, een ander... ordent dat. Als ik origineel wil zijn, wordt het vaak te ingewikkeld voor de luisteraar. Zelf vind ik dat pas later, wanneer ik het na een jaar weer eens tegenkom. Sinds ik dat heb gemerkt, hou ik het zo eenvoudig mogelijk.

In de theatermuziek kennen ze vaak mijn popmuziek niet en omgekeerd. Dat zijn heel aparte, geïsoleerde werelden. Dat geeft me het voordeel... ja, wat is het voordeel daarvan eigenlijk? Dat ik me niet hoef te vervelen.

Ik ben nu bezig met de muziek voor een Vondelbewerking door het Theater van het Oosten, onder regie van Leonard Frank. Drie stukken, Jozef in Dothan, Jozef aan het Hof en Jozef in Egypte, zijn door hem enorm bewerkt en ingekort tot een script van 42 bladzijden. Die verhalen, door Vondel van een christelijke moraal voorzien, zijn verplaatst naar het Wilde Westen. Voor onszelf bestaat die hele clan van broers van Jozef uit geïmmigreerde Poolse joden, uit het getto van Warschau. Soms komt er onder een cowboyhoed nog een keppeltje te voorschijn.

Ik hoor het nu iedereen denken: het moderne toneel ten voeten uit! Maar ik ben nu in de gelegenheid gebruik te maken van Amerikaanse volksmuziek en country & western. De muziek voor dit stuk heb ik met gitaar en mandoline gemaakt. Daar leent de piano zich niet voor. Als je echt genremuziek schrijft, ben je juist beperkt door de instrumenten die daarbij horen, en dat is dan ook toch weer streng. In de countrymuziek heb je allemaal heel vlakke akkoorden, maar drie of vier. En bij de Jozeftrilogie heb ik geprobeerd om zo onorigineel mogelijk te zijn. Dat is goed gelukt. Ik heb er heel veel countrymuziek voor gedraaid. Gram Parsons, een inmiddels overleden country-rockheld uit de jaren zestig, die onder andere in de Flying Burrito Brothers heeft gespeeld. De Everly Brothers, het oudere, authentieke werk, en Ry Cooder. En om niet helemaal op één lijn te zitten, is de muziek tijdens de droom van Jozef helemaal in de anti-sfeer. Dat is soundscape muziek, collage-achtig.

Voor de zang, ook in Wie vermoordde Mary Rogers, maak ik inderdaad bewust nogal gemakkelijke melodieën. Je moet het begrijpelijk houden en de technische eisen beperken die je aan de acteurs stelt. Ik noem het aap-noot-mies melodiën, maar als je dat tegen ze zegt, zijn ze beledigd want ze vinden het al moeilijk genoeg. Aan de andere kant wilden we ook niet met operazangers werken, want die kunnen meestal niet acteren. En het is ook moeilijk wanneer je je moet concentreren op de zang. Alleen als het lijk zingt, dan kan er meer.

Ik ga niet zelf meespelen dit keer. Daar ben je dan toch weer een paar maanden mee kwijt. Het is wel heel leuke muziek om te spelen, en het is ook een heel prettig bestaan, dat van muzikant. Je hebt helemaal niks aan je hoofd. Je gaat op het toneel staan en je speelt. Je moet natuurlijk wel nadenken welke noten je moet spelen, maar niet waarom.

Meestal zie ik op mijn computer wanneer ik hem uitzet: nul uur zoveel. Als ik dan iets gemaakt heb waar ik bij het terugluisteren tevreden over ben, dan kan ik daar niet mee ophouden. Telkens luister je en denk je: nòg een keer. Tot wel tien keer toe. Dat is eenmalig. De volgende dag is het nog wel goed, maar minder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden