DE DAG VAN DICK LOOYE

Dick Looyé (39) is adjunct-afdelingsdirecteur op de scholengemeenschap Hilfertsheem te Hilversum, in de noordelijke regio waar maandag het nieuwe schooljaar begint.

Het rooster krijgen ze vandaag al toegestuurd, thuis. Daar is aan het eind van het schooljaar aan gewerkt. De klassieke situatie is dat roosters maken het werk is van een conrector, maar hier gebeurt het door een groepje docenten dat daar plezier in heeft. Je zou misschien denken dat exacte leraren daar een grote rol in spelen, maar ook dat is hier niet zo. Het zijn hier docenten in vakken als gymnastiek en verzorging. Je utopie is dat de computer zo'n rooster maakt, maar in de praktijk is het niet meer dan een controlemiddel: wat we met de hand hebben gemaakt, werkt dat in de praktijk?

Aan het eind van de vakantie is het altijd even spannend of iedereen wel heelhuids terug is. Dat is eigenlijk de eerste vraag in de directievergadering van deze week, de week voor de school begint: zijn we er allemaal nog, is iedereen nog gezond.

Als ze hun rooster krijgen, zijn er altijd wel een paar docenten die in de telefoon klimmen en hun ongenoegen uiten: 'Ja zeg, hier heb ik toch een beetje moeite mee', enzo. De strijd welke docenten welke klassen krijgen, die voer je al in mei. Maar op welke uren die lessen vallen, dat zien ze pas op het rooster. Je probeert natuurlijk altijd rekening te houden met persoonlijke wensen. Het moet aaneengesloten zijn, dat is eigenlijk de kern. Hoewel, wat ook wel tot irritatie leidt, is: hee, ik heb geen vast lokaal, ik moet heen en weer lopen. Binnen het gebouw gaat dat nog, maar van het ene naar het andere is al een stuk onrustiger.

Het is een heel jaar heel belangrijk, zo'n rooster: het bepaalt veel van de rust waarmee je werkt, van je werkplezier. Niet dat je dat rechtstreeks terugziet in de ziektecijfers, maar het weegt wel mee. Net als: aan welke klassen laat je iemand les geven, of welk vak geeft iemand. Want soms moet je met mensen schuiven om te voorkomen dat er iemand overbodig wordt. Maar de consequentie kan dan zijn dat hij een vak moet geven waarvoor hij wel bevoegd is, maar dat hij in geen jaren heeft gegeven. Of een vak waarvoor-ie niet bevoegd is. Na een paar jaar moet hij die bevoegdheid dan alsnog gaan halen.

Misschien ben ik er te laconiek over, maar het zou mij niet zo veel uitmaken of ik Nederlands moest geven of geschiedenis. Maar voor veel docenten is het vak van herkomst heel belangrijk. Daar zijn ze in opgeleid, in die kennis binnen het vakgebied. Terwijl het mij meer gaat om didactische vaardigheden: hoe ga ik goed om met een groep leerlingen. Dus als je iemand al een ander vak te doen geeft, dan probeer je dat geleidelijk te doen. Eerst een paar uur, een jaar later wat meer.

Het vraagt veel van de mensen. En wij hebben vaak te weinig tijd om het goed op te vangen. Want het punt is: de noodzaak om met docenten te schuiven, dient zich vaak van het ene moment op het andere aan. Iemand wordt ziek, iemand wordt zwanger.

Je weet dat het niet anders kan, maar je moet het slechte nieuws aan iemand brengen en dat vergt ook van jou iets. Het wordt steeds harder, eigenlijk. Er zijn wel grensgevallen hoor, maar je wordt financieel streng afgerekend en bepaalde beslissingen beginnen echt geld te kosten.

Ik heb nu zes jaar geen les meer gegeven, maar dit jaar ga ik het voor het eerst weer doen. Ooit, begin jaren tachtig, ben ik hier begonnen als docent Nederlands, geschiedenis, maatschappijleer en godsdienst, op een heel onzekere rechtspositie-basis: misschien hebben we volgend jaar geen werk voor je. Ik had net een jaar in Zuid-Afrika gezeten want ik wilde na de pedagogische academie toch ook eens iets anders, ik wil niet alleen maar in het onderwijs hebben gezeten. Vooral toen was Zuid-Afrika heel spannend. Dat was echt een ervaring.

De school is vbo/mavo, we hebben 70 docenten en 635 leerlingen. We zijn natuurlijk onderdeel van een grote scholengemeenschap, maar het is zo opgezet dat je dat niet merkt. Bij ouders zitten twee dingen er altijd diep in: dat ze voor hun kind iets hogers wensen dan voorbereidend beroepsonderwijs. Daarom zijn ze altijd blij dat er een mavo aan deze school vastzit. De andere vrees is: dat ze bang zijn dat een grote school te massaal is. Hoe lang je ook in het onderwijs werkt, dat bezwaar kom je altijd opnieuw tegen. De angst voor mammoetscholen zit diep. Ze denken altijd dat grote scholen veel criminaliteit hebben. Terwijl ik meer denk: bij een grote school hoef je allerlei werk niet dubbel te doen. Als we niet gefuseerd waren, zaten er dit jaar drie mensen te zweten op de lumpsum-financiering. Dat is er nu één.

Door alle fusies verandert de naam van je taak nogal eens, maar ik ben officieel adjunct-afdelingsdirecteur vbo/mavo. Dat woord 'afdeling' slaat niet op de vestiging, maar op de schoolsoort. We hebben wel een taakverdeling, maar het is de bedoeling dat je elkaar kunt vervangen. Bij mij ligt het accent op de onderwijskundige dingen.

Er verandert veel en het verandert voortdurend. Vroeger maakte je afspraken om iets voor tien jaar vast te leggen. Nu maak je afspraken met een levensduur van een jaar. Een vakwerkplan bijvoorbeeld: wat behandelen we tijdens geschiedenis en hoe behandelen we het.

Wij willen bijvoorbeeld proberen de leerling tijdens de les actiever te maken. Dat is een van de doelen van de basisvorming. Dat de docent niet het hele uur aan het woord is. Maar dat verander je niet zomaar.

Het is gauw gezegd, hoor: 'Zoetermeer bedenkt veranderingen en wij zijn daar het slachtoffer van'. Die houding zie je vaak, op scholen. Maar het onderwijs was ontzettend aan verandering toe. Het is alleen wel goed om er de tijd voor te nemen als je iets wilt veranderen. Je kunt tegen iemand die twintig jaar klassikaal onderwijs heeft gegeven, niet zomaar zeggen: met ingang van maandag gaan we het allemaal anders doen.

Wat wij proberen is: het van onder laten komen. Vanmorgen heb ik bijvoorbeeld een gesprek gehad met vijf docenten omdat we het met de ivbo-klas dit jaar nou eens anders willen aanpakken. Toen de basisvorming kwam, wisten we van tevoren: je loopt het risico dat zij het niet kunnen volgen. Al werkende merk je: eigenlijk hebben ze te veel verschillende docenten, soms wel veertien. Die docenten vonden dat zelf ook onprettig, want je hebt ze dan maar een paar uur in de week. Dus dat gaan we nu anders doen. Ze krijgen een kerngroep van vier docenten, die ze meer uren per week hebben. Dat is wat je als leiding doet en het is een voorbeeld van: het van onderop, geleidelijk aan, laten komen.

Ik viel van m'n stoel toen ik las dat Netelenbos afstapt van één test voor de basisvorming. Het is natuurlijk een utopie dat je alle leerlingen met een test kunt toetsen. Om die test te kunnen lezen moet je al behoorlijk taalvaardig zijn, en daarin verschillen leerlingen nou juist sterk. Maar haar argument was steeds: ik wil geen tweedeling tussen een lichte en een zwaardere toets. En dat onderschrijf ik ook wel. Dus nu lees ik tussen de regels door dat ze een toetsenbank wil, waar een school uit kan kiezen. Dat lijkt me wel een goed idee. Maar ik was heel erg verbaasd: ze houdt heel lang vast aan één toets, en opeens: pats.

Het is met onderwijsdiscussies vreemd gesteld. Soms houden ze heel lang vast aan een idee en laten ze dat uiteindelijk toch schieten. Zoals nu met die toetsen voor de basisvorming. En soms laten ze je heel lang wachten tot er duidelijkheid is. Zoals met de nieuwe inrichting van vbo en mavo. Welke kant het daarmee op moet, dat is nog steeds niet duidelijk. Dat duurt maar en dat duurt maar. Moet je nou als school aparte afdelingen 'bouw' en 'elektro' handhaven, of moet dat één sector 'techniek' worden? Wij als school zitten daar mee. Als je je praktijklokalen wilt vernieuwen, kost dat een heleboel geld, maar als ik er binnenkom, denk ik: misschien gebruiken we ze maar vijf jaar, omdat we het dan weer heel anders aanpakken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden