De dag van - CORRIE HUIDING-STOMP

Corrie Huiding-Stomp (44) is een echte Utrechtse Wijk-C-er en bestuurslid van het Volksmuseum Wijk C dat afgelopen jaar honderden interviews met oud-wijkbewoners heeft opgenomen. Een boekje met vijftien van die interviews ligt bij de drukker. Volgende week opent het museumpje een expositie van oude groepsfoto's.

BRENDA HESKES

Wijk C was wel een hele gezellige wijk. Dichtbevolkt, want er waren veel kleine huizen, waar grote gezinnen in woonden. Opoe had 9 kinderen. Dat was ook een reden om vroeg te beginnen; er moest brood op de plank komen. Mijn moeder zegt altijd: 'Honger hebben we als kind niet gehad, want de vis kwam je neus uit'.

Het leven in Wijk C speelde zich af op straat, om de eenvoudige reden dat er binnen niet genoeg plek was. Mijn moeder is geboren in de Jacobsteeg, in zo'n klein huisje. Ze hadden een eigen wc en dat was toch heel wat, voor een rijksdaalder huur. Mijn vader is in de Oranjestraat geboren. Ik zeg altijd: 'Ik ben geboren uit Wijk C-ers'. Ik krijg ook vaak genoeg schouderklopjes van mensen, die zeggen: 'Dat heb je goed voor elkaar, maar je bent geen echte Wijk C-er, hé'. Dat wordt er dan even bijgezegd, want ik ben er niet geboren. Maar dan zeg ik: 'Mijn vader en moeder zijn er geboren. En mijn opa en opoe hebben er ook gewoond.'

De wijk is in omvang nog hetzelfde als in 1850, alleen binnen die grenzen is er gigantisch gesloopt. Er zit nu andere handel: kantoren en winkelcentrum La Vie. Het verval zette in toen de huisjesmelkers de woningen niet meer opknapten. Ze lieten ze verpauperen, om op die manier de huizen leeg te krijgen en te kunnen verkopen. Er is hier ook een straat gekomen die de wijk in tweeën splitst; de Jacobstraat. Voor de aanleg van die weg moest het eerste volkspark van Utrecht weg. Dat is zo ontzettend jammer. Er zijn ooit plannen geweest om een oost-west-verbinding te maken, daar zijn zelfs huizen voor gesloopt, alleen hij is er gelukkig nooit gekomen. Dan was Wijk C in vieren gedeeld.

De verandering in de wijk begon in de jaren dertig, veertig. Er werd toen al gesloopt. Grote groepen mensen trokken uit de wijk weg om ergens anders te worden geplaatst. Zo heb je in Utrecht bepaalde buurten, waar heel veel oud-Wijk C-ers wonen, zoals de Eerste Daalsedijkbuurt en Ondiep. Ik denk dat bijna tachtig procent van Wijk C is gesloopt. Het grappige is dat als wij hier een foto-tentoonstellingen hebben, er heel veel mensen uit die buurten terug komen. En op het koffieuurtje van het buurthuis, op dinsdagochtend, bestaat de helft van de bezoekers uit huidige buurtbewoners, de rest heeft hier vroeger gewoond.

Wijk C wordt nu bewoond door een hele gevarieerde groep mensen. Er is sociale woningbouw, maar wat is sociaal? Huizen van duizend gulden in de maand? Je hebt ook koopwoningen, en er wonen veel studenten. Een heel gevarieerd beeld, maar je moet niet vergeten dat dit vroeger ook al zo was. In Wijk C woonden Chinezen, joden maar bijvoorbeeld ook veel Italianen. Vandaag de dag realiseren mensen zich dat niet. Dan hoor je van: 'Ah, geen buitenlanders meer in de straat, hoor. Die hebben we al genoeg'. De mensen waren vroeger veel verdraagzamer. Deze wijk verandert volgens mij, doordat het leven niet meer op straat is. Tegenwoordig heb je televisie en campings. Dat zijn toch dingen waarmee je de gezelligheid weghaalt uit de buurt. De mentaliteit onder elkaar is gewoon heel anders geworden.

In 1981 hebben we hier een reünie gehouden om de aandacht op Wijk C te vestigen. Er zou nog verder gesloopt worden. Ik zat toen in een comité dat dit met redelijk succes heeft kunnen tegenhouden. Op die reünie kwamen mensen die elkaar soms meer dan veertig jaar niet meer hadden gezien. Die dachten van elkaar: 'ach, die zal wel dood zijn'. Dr. Querido, die zelf in de wijk is geboren, vertelde toen het verhaal dat de artsen in het oude AZU-ziekenhuis er destijds erg op gespitst waren de bevallingen in Wijk C te doen, omdat de sfeer altijd zo goed was. Als de lakens van de kraamvrouw op waren, kwam er wel een buurvrouw met: 'Ali, ik heb hier een paar lakentjies, meissie, dan lig je er netjies bij'. Dat zie je nou toch niet meer zo gauw gebeuren.

Dat die saamhorigheid een flinke deuk heeft gekregen, vind ik heel jammer. Toen ik drieëntwintig jaar geleden hier kwam wonen, woonde in mijn straat de échte Wijk C-ers. Nu woont er nog maar één echte, die na sanering van de wijk weer is teruggekomen. Ik heb er niet bewust voor gekozen hier te gaan wonen. Een mevrouw bij ons uit de buurt had een broer die net weduwenaar was geworden. Zij heeft tegen mijn moeder gezegd: 'Laat Corrie eens op dat huissie afgaan, bij Piet van ons'. Zij vond het fijn als er voor haar gevoel een bekende bij haar broer in huis zat. Ik betaalde 11 gulden 45 in de week voor een huiskamer, een keuken, een slaapkamer, toilet en een douche. Toen Ome Piet naar een bejaardenhuis ging, was ik zwanger van mijn oudste zoon. Toen ben ik met mijn buik goed naar voren gestoken naar de gemeente gegaan en zo heb ik de hele woning gekregen. Inmiddels woon ik in een ander huis, maar nog wel in dezelfde straat.

In die tijd had ik ook niet zo'n binding met de wijk. Tja, mijn vader wilde als we naar mijn tante gingen, er altijd doorheen lopen. Hij ging nooit over de Catharijnesingel, zo had hij er ook kunnen komen, maar hij moest altijd door Wijk C. Mijn zoon was een goed jaar oud, toen ik actief in het Wijk C-Komitee ben geworden. En dat is van lieverlee uitgegroeid van een avond in de twee weken, tot een vergadering per dag! We hadden op een gegeven moment de huizen gered: die zouden blijven staan. We hadden de sloop kunnen tegengehouden. En we hadden in harde vergaderingen voor elkaar gekregen dat de oud-Wijk C-ers in nieuwbouwhuizen terug mochten komen. Als comité hebben we een eigen pandje gekregen in de Willemstraat, in een oude sigarenhandel. En tegenwoordig zitten we in een oud-schoolgebouw en hebben we het buurthuis met het museum gecombineerd. Anton Geesink heeft hier nog op school gezeten.

Er loopt nu een project waarbij vrijwilligers oude Wijk C-ers of bejaarde mensen die hier gewerkt hebben, interviewen. Dat is een categorie mensen die uitsterft. En als die mensen er niet meer zijn, raak je hun geschiedenis ook kwijt. Ik weet behoorlijk wat van de wijk af, omdat ik er al zo'n tijd mee bezig ben en veel dingen heb uitgezocht. Maar die oude mensen zijn een enorme bron van informatie. Elke oud-bewoner die komt te overlijden zonder dat we hem of haar geïnterviewd hebben, zie ik als een gemiste kans. Nergens in de grote musea in Nederland zie je de geschiedenis van de gewone man of vrouw terug. Maar die geschiedenis is net zo belangrijk als die van de burgemeesters en andere hooggeplaatsten.

Mensen die we vragen voor een interview, zijn vaak gestreeld. Maar we moeten ze wel vaak over een streep heentrekken. 'Ik zou niet weten wat ik nou moet vertellen', zeggen ze eerst, maar als ze eenmaal beginnen... Hier in het museum hebben we ook voorwerpen staan die echt uit de wijk komen; een wasbok bijvoorbeeld, uit Bergstraat 12. Die geschiedenis is het waard bewaard te blijven.

Er zijn weleens mensen die het hebben over het 'voormalige Wijk C'. Dat gaat mij aan m'n hart. Er is een periode geweest, toen we de sloop probeerden tegen te houden, dat ik met Wijk C opstond en ermee ging slapen. Het is niet meer zoals het geweest is, maar het is nog steeds Wijk C. Ik vergelijk het altijd met de Jordaan in Amsterdam. Een beetje vergane glorie, dat is jammer. Maar ik had de wijk toch niet willen missen, Wijk C is zo'n belangrijk deel van mijn leven. Ik ga ook nooit deze buurt uit, of het is tussen zes planken.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden