DE DADENDRANG VAN PTT

Op Koninklijke PTT Nederland zijn vele superlatieven van toepassing. Met 94 600 werknemers is het bedrijf de grootste particuliere werkgever. De gang naar de beurs die de komende jaren gaat plaatsvinden, is de grootste die Nederland ooit gekend heeft. De omzet was in 1992 15,6 miljard gulden. De winst neemt sinds 1989 toe en was vorig jaar 1,6 miljard gulden. PTT bestaat uit twee delen: Post en Telecom. Er zijn 2232 postkantoren en agentschappen die gezamenlijk eigendom zijn van PTT en Postbank. PTT beheert 11 798 telefooncellen, waarvan krap vijfduizend alleen een telefoonkaart accepteren. In Nederland zijn er ruim zeven miljoen telefoonaansluitingen en er zijn meer dan 6,5 miljoen adressen waar post bezorgd kan worden.

In den beginne was er de telefooncel. Die was vaak voorzien van patatbakjes, pis en peuken. De cel was voor van alles te gebruiken, behalve om te bellen. Op een dag kreeg PTT een ingeving. Op die vieze en kapotte cellen staat PTT. Als de mensen dat zien, denken ze dat PTT ook vies en kapot is, zo ging er in het hoofd van PTT om. En zo werd het aan zijn lot overgeleverde straatmeubilair driehoekig, kreeg een verfje en werd het op de dichtstbijzijnde telefooncentrale aangesloten.

PTT had 'de klant' ontdekt. Daarna zag PTT dat er nog iets bestond: 'de markt'. Dat was pas een mooie vondst. PTT zou de voetbalcompetitie kunnen sponsoren, echte managers aannemen en de kinderpostzegels afschaffen. Dan moest het staatsbedrijf der PTT wel zelf over het geld kunnen beschikken. En zo maakte PTT zich los van de overheid en ontstond Koninklijke PTT Nederland.

Deze maand bespreekt de Tweede Kamer hoe de scheiding van de staat definitief gestalte moet krijgen. Sinds 1989 is PTT al een zelfstandig bedrijf, maar de aandelen zijn nog in handen van de overheid. Met een kwart van de aandelen gaat PTT begin volgend jaar naar de effectenbeurs. De rest volgt later. Om te voorkomen dat 'onwelgevallige' bedrijven PTT op kunnen kopen, houdt de staat eenderde deel van de aandelen en is een constructie bedacht dat de overheid weer de meerderheid kan kopen, als dat nodig is.

PTT neemt de privatisering ernstig. Er gaat geen maand voorbij of het bedrijf maakt plannetjes, vondsten of samenwerkingsverbanden bekend. Op moederdag mochten moeders en anderen voor half geld naar het buitenland bellen, medicijnen wil PTT met de postbode meegeven, de telefoonrekening moet gespecificeerd en de porto op tijdschriften omhoog. Of 'de klant' daar allemaal om gevraagd heeft, blijft in het midden. De service op de postkantoren kan beter, vindt PTT. Een aantal kantoren is uitgerust met open balies en kent nog maar een rij, zodat de klant niet meer het idee kan hebben in de verkeerde te staan. Voor telefoonbezitters lanceerde PTT vorig jaar 'Primahuur'. Dat is een huurcontract met de garantie dat er zonodig binnen een dag een monteur op de stoep staat. Het moet gezegd: PTT doet het niet slecht. Zo is PTT Post als een van de weinige postbedrijven in Europa winstgevend.

Privatisering of niet, de brief valt nog steeds op dezelfde manier op de mat. “Het blijft tenslotte een openbaar nutsbedrijf”, constateert C. Wit, tot 1989 directeur-generaal van PTT. “Wat dat betreft, is er weinig veranderd. Een telefoon is een telefoon en de post moet bij iedereen bezorgd, ook bij de weduwe in Appelscha. Telefoon en post zijn zo belangrijk voor de ontwikkeling van een land. Dat kun je niet aan de vrije markt overlaten. Het bedrijf is nu vrij, maar het is wel vrijheid in gebondenheid.” Daarom mag - en moet - PTT als enige in Nederland post lichter dan 500 gram bezorgen, brievenbussen neerzetten en postzegels met Nederland erop uitgeven. Ook het gewone telefoonnet is het exclusieve domein van PTT. Op veel andere terreinen heeft PTT het monopolie op moeten geven. Al lang voordat PTT zelfstandig werd, waagden bedrijfjes zich op het terrein van PTT. “Je hoefde maar om je heen te kijken of je zag overal koeriers en telefoonwinkels”, herinnert Wit zich, die 34 jaar bij PTT heeft gewerkt. “Dat ging zo niet langer. Daar moesten we op reageren. Dat zag iedereen in, gelukkig ook de vakverenigingen.”

Gevolg was een “cultuuromslag”, zoals Wit het uitdrukt. “Een complete revolutie”, noemt PTT het zelf in een jaarboek van 1991. Wit: “Op de markt reageren is nu eenmaal anders dan op de overheid reageren. Ik veroordeel niet wat vroeger werd gedaan, mensen deden ontzettend hun best om de postbezorging op hoog niveau te brengen, maar PTT is nu klantgerichter.” Om benul van 'de markt' te krijgen, haalde PTT mensen met commerciele kennis binnen. Die konden ook volgens de normen van de markt worden betaald, omdat PTT niet langer aan de ambtenarensalarissen was gebonden.

Was het vroeger een absolute prae, als je een vader of broer bij PTT had, nu verschilt de werving van PTT weinig meer van die van andere grote bedrijven. De PTT heeft zich zelfs ontpopt als een populaire werkgever onder net afgestudeerde academici. Net als Shell, ABN Amro en Unilever krijgt het bedrijf jaarlijks duizenden sollicitatiebrieven en selecteert het mensen voor een management-development-traject.

De Jonge Academici bij PTT hebben, geheel in de traditie van de grote multinationals, in 1990 een vereniging opgericht, de JAP. De vierhonderd leden discussieren regelmatig over het bedrijf, onderhouden contacten met soortgenoten bij andere bedrijven en bouwen aan hun 'netwerk'. In oktober is de eerste ontmoeting met jongerenverenigingen van andere Europese PTT-bedrijven.

Oud-bedrijfsjournalist Glas, die een half jaar na de verzelfstandiging PTT verliet, ziet nog wel de resten van het oude personeelsbeleid. De voormalige journalist van het Vrije Volk kwam in 1968 bij het PTT-blad Aangetekend, dat met de nieuwe wind is vervangen door PTT Nieuwsblad. Later werd Glas directeur onderwijs en daarna hoofd van de filatelie-afdeling. “Als hoofd had ik er wel eens moeite mee dat ik niet met ontslag kon dreigen. Die sfeer is nog wel blijven bestaan.” Bij de grootscheepse reorganisaties zijn nog altijd geen collectieve ontslagen gevallen.

Woorden als cultuuromslag en revolutie wil Glas niet in de mond nemen. “Die blik op de markt is heel geleidelijk gekomen. En PTT is altijd, tot in de haarvaten toe, klantgericht geweest. Neem de postbestellers en de telefoonmonteurs. Alleen bestond het woord toen nog niet. De oude garde heeft zich wel geergerd dat alles anders moest. Zo rot deden we het toch niet, zeiden ze dan. Maar dat is nooit met luide stem geroepen. Er heerste ook niet direct een sfeer dat je van ouderen kon leren.”

Ook AbvaKabo-bestuurder J. Dekker vindt niet dat van een omslag gesproken kan worden. “De mensen aan het loket hebben altijd hun best gedaan en blijven dat doen.” In de ijver de klant van alle gemakken te voorzien, heeft PTT soms de neiging door te schieten, vindt hij. “PTT vraagt aan de klant: wat wil je? Als die wil dat de telefoon op zondag gerepareerd wordt, dan moet dat kunnen. Dat heeft direct gevolgen voor de mensen in het werkveld, van wie wordt verwacht dat ze klaar staan. Daar moeten ze dan wel een compensatie voor krijgen.” Als een echt bedrijf moet PTT tegenwoordig op de kosten letten, een groot verschil met vroeger, vindt Dekker. De opmars van de - goedkope - geldautomaten was een van de redenen om vanaf 1990 ruim driehonderd - duurdere - postkantoren en agentschappen te sluiten.

Het echtpaar dat de sigarenwinkel aan de Haven in Leiden drijft, had tot 1 januari dit jaar een postagentschap. Voortdurend renden ze heen en weer tussen de balie met tabak en kranten en het loket van het postagentschap dat ze in hun winkel hadden ingebouwd. Nu zit op de plek van het loket een witte muur met een ruitje erin, waar achter de winkelier op klanten zit te wachten. “De loop is er natuurlijk wel een beetje uit, sinds het postagentschap is dichtgegaan”, zegt hij.

In de zomer van 1991 las hij in de krant dat PTT zijn postagentschap zou opheffen. “Ze ontkenden het bericht, maar ik geloofde het direct, zo'n bericht komt natuurlijk niet zomaar uit het niets.”

De klanten missen het postagentschap, merkt hij. “Vorige week kwam hier nog een vrouwtje, dat zei dat ze in het andere postkantoor waar ze nu heen moet, niet kan wennen.” Ernstiger gevolg van de sluiting is dat zich in de andere postagentschappen en postkantoren in de buurt ellenlange rijen vormen voor de overgebleven loketten.

Een andere manier om kosten te besparen is banen opheffen. De komende jaren zullen ongeveer vijfduizend arbeidsplaatsen vervallen bij de post-sortering. Onlangs kondigde PTT aan 840 van de 4000 staffuncties bij het postbedrijf te schrappen. De reorganisatie wordt het 'sluitstuk' van de decentralisatie genoemd. PTT is sinds 1989 bezig het postbedrijf in business units om te vormen. Dat zijn delen van het bedrijf die allemaal hun eigen 'produkt-marktcombinatie' hebben, spreekt PTT in marketing-jargon. Zo is er een eenheid voor brieven, koeriers en filatelie. De eenheden kunnen alerter op de markt reageren dan een grote organisatie, is de gedachte. Afgemeten aan de winstcijfers lijkt de opzet te slagen.

Dat wil niet zeggen dat PTT al een volleerde concurrent is. Zo zou PTT nodeloos lang wachten met de introductie van een nieuw systeem voor mobiele telefoons uit angst voor de concurrentie. Op dat net, het GSM-net, zal de overheid naast PTT een tweede exploitant toelaten. Hoe langer dat duurt, hoe groter de voorsprong van PTT wordt, zo schrijft het consumentenblad Koopkracht.

Een ander, goedkoper, systeem voor draagbare telefoons, Greenpoint, is nog niet echt aangeslagen. Om met de kermit-telefoon te kunnen bellen moet de gebruiker zich in de buurt van een groen bord met Greenpoint bevinden. Dat blijkt niet altijd even makkelijk te zijn.

Ook internationaal timmert PTT aan de weg. Gelijk met de klant en de markt heeft PTT het buitenland ontdekt. De razendsnelle ontwikkelingen in de uitwisseling van gegevens via telefoonlijnen kan PTT Telecom niet in zijn eentje bijhouden. Daarom werkt het bedrijf samen met het Zweedse Telia en, sinds kort, met Swiss PTT. In Bulgarije en in de Oekraine werkt PTT samen met de uitbaters van het telefoonnet.

Om in het spoor te blijven van giganten als British Telecom en AT & T zijn enorme investeringen nodig. Daar kan PTT nu veel gemakkelijker beslissingen over nemen dan toen het nog een staatsbedrijf was, dat een speelbal van de politiek was, overgeleverd aan de bezuinigingswaan van de dag. Zo herinnert oud-bedrijfsjournalist Glas zich dat eind jaren vijftig een streep werd gehaald door de plannen van de regering om de achterstand in telefoonaansluitingen in te halen. “Dat was een diepte-investering in de maatschappelijke infrastructuur. Maar het ging economisch slecht, dus er werd van alles geschrapt. Er ontstond een antistemming tegen PTT, omdat het tijden duurde, voordat je eindelijk telefoon had.”

Een extreem voorbeeld van bezuinigingsdrift dateert uit 1967. Glas: “Bij de begrotingsbehandeling werd de vraag gesteld of het niet met veel minder ambtenaren kon, ook bij PTT. Een onafhankelijk adviesbureau kwam toen tot de conclusie dat de post beter niet meer besteld kon worden. Het was goedkoper die op verzamelpunten af te halen. De groeten, heeft PTT toen gezegd. Wij zullen de laatsten zijn die van de straat verdwijnen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden