De dadels van Hassan zijn net iets groter dan ze zijn

'Het is uitermate moeilijk om in de islamitische literatuureen kritische visie op de historische werkelijkheid te vinden.Natuurlijk zijn er critici als Bassam Tibi, maar zij worden alsverraders en nestbevuilers gezien. Een goede moslim hangt zijnvuile was niet buiten, hoezeer het binnen ook gaat stinken.' SamJanse, dominee in Driebergen, verbaast zich over de hardnekkige'mythe van de islamitische tolerantie'.

In de Negende geschiedenis van het gezag (in: Minnebrieven,1861) beschrijft Multatuli hoe Hassan in Damascus dadelsverkocht. Dat wil zeggen, hij verkocht ze aanvankelijk niet, maardankzij de vogel Rock werd hij toch een welgesteld koopman. Hijhad de vogel namelijk leren roepen: 'De dadels van Hassan zyndriemaal groter dan ze zyn.' Dat werd eerst door betweters inDamascus tegengesproken. 'Maar 't duurde niet lang. Er wasnamelyk in de stem des vogels iets dat de lucht deed trillen op'n wyze die invloed had op de straalbreking. De dadels groeiden,groeiden... in aller ogen!'

Daaraan moest ik denken toen ik de folder in handen kreeg vande tentoonstelling Lihoed Maroc; Marokko en de joden - eengedeelde geschiedenis. Het is een tentoonstelling die van 22september tot en met 15 januari in het Bijbels Museum inAmsterdam is gehouden. Ik citeer uit de folder: “Detentoonstelling Lihoed Maroc belicht de bijzondere geschiedenisvan de joodse gemeenschap in Marokko. Al vele eeuwen wonenmoslims en joden er harmonieus samen en beide culturen hebbenveel raakvlakken. In de titel komen de twee werelden samen:Lihoed betekent 'joden' in het Marokkaans Arabisch''. Ik heb maarop één woord in deze toelichting kritiek en dat is het woord'harmonieus'. Hier zijn de dadels van Hassan net even groter danze zijn en het is goed om ze tot hun ware proportie terug tebrengen.

Vanuit een historisch perspectief is het woord 'harmonieus'nog enigszins te verdedigen. Dat wil zeggen: als we bedenken dathet samenleven van etnische en religieuze groepen niet eenvoudigis en dat de Joden in Europa doorgaans slechter af waren. In diezin hadden de Joden in Marokko het goed, dat wil zeggen relatiefgoed. Goed bij de gratie van het lot van hun geloofsgenoten inEuropa. Maar als het woord 'harmonieus' gebruikt wordt binnen onsmoderne referentiekader is het onvermijdelijk dat de lezer denktaan groepen die volledig gelijkberechtigd naast elkaar en invrede met elkaar leven. Daarvan is geen sprake in het Marokko vande laatste eeuwen. Ik wil hier graag de betweter in Damascus zijndie dit tegenspreekt.

De schrijfster Bat Ye'or heeft in haar oeuvre het verschijnselvan de dhimmi bestudeerd en beschreven. De dhimmi is de Joodseof christelijke beschermeling in de moslimsamenleving. Hijbehoort tot een getolereerde minderheid en moet als dank voor deverkregen leefruimte, waar hij feitelijk geen recht op heeft, eenextra belasting opbrengen. Verder is hij aan tal van anderevernederende bepalingen en religieuze beperkingen onderworpen.In The Dhimmi (Londen, Fairleigh Dickinson University Press,1985) zegt Bat Ye'or dat tot het begin van de 20ste eeuw een Joodop het platteland van Marokko, als teken van eerbied enonderworpenheid, van zijn rijdier af moest stappen als hij eenmoslim passeerde. Het staat in het kader van een eeuwenlangediscriminatie.

Al onder de Almoraviden en Almohaden (van ca. 1050 tot 1269)is sprake van vervolging van Joden en christenen. Daarna breekteen tolerantere tijd aan, al wordt aan de dhimmi's een zwarebelasting opgelegd en worden ze verplicht om aparte,onderscheidende kostuums te dragen. Van vervolging van Joden inde Maghreb is volgens Bat Ye'or sprake in 1165, 1275, 1465 en1790-1792. In 1866 wordt in Fez een groep van dertig Joden dooreen woedende menigte aangevallen, omdat een Jood zich verweerdhad tegen de aanval van een moslim. In 1912 wordt de Joodse wijkin Fez verwoest. Dat kunnen nog incidenten zijn, die weinigzeggen over de algemene sfeer in Marokko in die tijd. Dat geldtniet voor de toestand van de Marokkaanse Joden, die de Fransereiziger Edmond Doutté (En Tribu, Parijs, 1914) in hetAtlas-gebergte in 1901 aantreft. Hij zegt: 'Zij dragen op hungezicht het teken van twaalf eeuwen dienstbaarheid... Men isverbaasd dat een volk onder zo'n tirannie het geloof, waaraan hetdit martelaarschap te danken had, in stand heeft kunnen houden.'(pp.136 e.v.). Charles de Foucauld, bepaald geen Jodenvriend,bezocht in 1884 Zuid-Marokko en trof daar vormen vanlijfeigenschap aan: Joden waren soms niet meer dan het bezit vanhun moslimmeesters.1 In de toelichting op de genoemdetentoonstelling vond ik dat Joden soms 'gelieerd' waren aanmoslims. Dat klinkt wel erg eufemistisch, als we De Foucauldgeloven mogen.

Wat veel Marokkaanse Berbers niet weten, en niet wetenwillen, is dat ze afstammen van bekeerde Joden. Door drang endwang gingen velen in de loop van de eeuwen, ook in Marokko, overtot de islam en vergaten hun eigen verleden.

Hoe komt de opsteller van de folder aan het woord'harmonieus'? Het moet te maken hebben met de schijn vantolerantie die de traditionele moslimsamenleving heeft. Demeester is tolerant zolang de dhimmi onderworpen is, zegt BatYe'or. Hans Jansen heeft haar analyse eens in deze krantuiteengezet (L & G, 27 november 2004). Door eeuwenlangediscriminatie en marginalisering heeft de dhimmi geleerd zich teschikken in zijn lot. Het is nu eenmaal het beste wat er van temaken is. De dhimmitude, de toestand van de dhimmi, gaat zelfsnog verder: de ondergeschikte heeft zijn inferieure gedoogstatusgeïnternaliseerd, innerlijk aanvaard dat hij een mens is metminder rechten dan de moslim. Hij weet niet anders, sinds eeuwenis dat zo, het hoort blijkbaar zo.

Nogmaals, vergeleken met de jodenpogroms die Europa in deMiddeleeuwen en ver daarna doormaakte, valt het allemaal mee.Maar wie, zoals de folder doet, in een modern referentiekaderspreekt over een harmonieus samenleven tussen groepen, misleidthet publiek. Zeker als daar de suggestie van uitgaat: daar kunnenwij in onze tijd en in onze Nederlandse samenleving, waarinminderheden zo gediscrimineerd worden, nog heel wat van leren.

Wij kunnen van de traditionele Marokkaanse samenleving in ditopzicht heel weinig leren, want vanouds is dat een samenlevingwaarin discriminatie verankerd is in de islamitische wetgeving.Bassam Tibi, de Duits-Arabische criticus van de huidige islam,haalt ergens een rabbijn aan die op een Londense conferentietegen zijn moslim-gesprekspartners zegt: hartelijk dank voor degedoogstatus, die u ons vroeger in moeilijke tijden hebt geboden,maar wat we nu willen is geen gedoogstatus, maargelijkberechtiging, ook en juist in moslimlanden.2

Officieel is in de Arabische landen de dhimmi-statusafgeschaft. Dat heeft in de praktijk niet altijd geleid totbetere verhoudingen tussen Joden en moslims, al zijn er ooklichtpuntjes. Met ere mag hier de Marokkaanse sultan Mohammed Vgenoemd worden, die de druk van het antisemitische Vichy-bewindweerstond en weigerde om de Joden in zijn land uit te leveren.'Zijn dadels benne groot' zouden we met een variant op Multatulien Piet Hein kunnen zingen.

Toch is de geschiedenis van de Joden in Marokko in de laatstezestig jaar geen voorbeeld van harmonieus samenleven. Destichting van de staat Israël en elke daarop volgende oorlog diein en rond Israël werd uitgevochten, had hun terugslag op deMarokkaanse Joden. Van de 300000 Joden die er aan het eind vanhet Franse protectoraat in 1956 woonden, is deze groep tot minderdan 10000 geslonken. Het is allemaal na te lezen in Geschiedenisvan Marokko (1999) van Herman Obdeijn, Paolo de Mas en PhilipHermans.

Het zou niet zo ernstig zijn, als het om een uitschieter gingvan een willekeurige folder. Maar wat er speelt is iets anders.Het staat in het kader van wat ik 'de mythe van de islamitischetolerantie' noem. De persoonlijke adviseur van de huidigeMarokkaanse koning, André Azoulay, zelf van Joodse afkomst, wasonlangs in Nederland. Hij had exact hetzelfde verhaal. Marokkois vanouds een tolerante samenleving waarin moslims en Joden aleeuwenlang vreedzaam samenleven. In Nederland zouden wij daar nogheel wat van kunnen leren. Hier zien we de dhimmitude in depraktijk. Deze adviseur is zijn eigen Joodse verleden vergeten- in het jodendom de eigenlijke zonde - en prijst Hassans dadelsnu aan als groter dan ze zijn.

Hetzelfde geluid is in tal van islamitische boeken te vindenen vreemder, in tal van niet-islamitische boeken: de islam is eentolerante religie. Natuurlijk, zo gaat de redenering, er zijnexcessen, in naam van de islam begaan, maar in wezen zijn dedaders daarvan geen moslims. Zo is de kring van het redenerengesloten en de genoemde mythe geschapen. Hier komt de vogel Rockaangevlogen, die constant roept dat Hassans dadels groter zijndan ze zijn, de kleine vogel, 'die altyd hetzelfde zei, en leugentot waarheid maakte door herhaling'.

Ik citeer uit een reeks boeken die eindeloos dit refreinlaten horen: de islam is een tolerante religie. Mohammed Qutbgeeft in Islam, de onbegrepen leefwijze op pp. 176 e.v. eenhistorisch overzicht over de verhouding tussen de islam en deniet-islamitische gemeenschappen. De strekking is: moslims zijndoor christenen in het verleden altijd slecht, beestachtigbehandeld, terwijl christenen van moslims altijd alle ruimtehebben gekregen. 'Hier kunnen we nog aan toevoegen datkrijgsgevangenen die in de handen van Moslims vielen nooit slechtbehandeld werden, gemarteld werden of aan vernederingen werdenonderworpen.' (p. 45) Nooit dus. Nu behoort Mohammed Qutb bepaaldniet tot de gematigde vleugel van de islam, en gevraagd kanworden of zijn boek representatief is voor een islamitische visieof grondhouding, maar het is wel een uitgave van het MoslimInformatie Centrum in Den Haag, dat blijkbaar reden zag om ditwerkje uit 1955 in 1992 te herdrukken.

Een ander voorbeeld haal ik uit M. Fethullah Gülen,Questions this modern age puts to Islam (Kaynak, 1998). Ditboekje behandelt een aantal problemen in de vorm van vragen enantwoorden. Sommigen zeggen dat de moslims land veroverden uitbegeerte naar bezit en winst, zoals de westerse imperialisten.Is dat zo? Het antwoord is ontkennend. Uitgebreid worden deimperialistische machten beschreven vanaf Alexander de Grote toten met de Amerikaanse imperialisten. In de islam is het andersgegaan. In geen enkel tijdperk, in geen enkel land hebbenmoslims, als moslims, individueel of collectief mensen uitgebuit(p. 229). Er volgen dan voorbeelden van de edelmoedigheid en hethoge moreel gehalte van moslim-soldaten. Na een exposé overmoderne vormen van imperialisme volgt de verbazing van deschrijver, hoe het mogelijk is om deze islamitische veroveringenin verband te brengen met het westerse imperialisme (p. 232).Immers de islam heeft nooit een grote exodus van mensenveroorzaakt. Conclusie: moslims zijn tolerant, humaan enrechtvaardig tegenover andere mensen. Zo'n mate van tolerantieheeft nog nooit een ander volk of samenleving bereikt (p. 234).

Mijn derde voorbeeld komt uit onverdacht-liberale hoek, uitde kring van de Ahmadiyya-moslims. Het gaat om het boek vanKhwaja Kamal-ud-din, The Ideal Prophet, uit 1925. De bede vanJezus: 'Uw Koninkrijk kome' werd realiteit door het optreden vanMohammed. De islamitische tolerantie wordt geprezen. Waar dehalve maan kwam gold 'leven en laten leven'. Op p. 145 gaat hetover het 'Right Use of the Sword'. Voor de eerste keer in degeschiedenis werd de mensheid het rechte gebruik van het zwaardgeleerd. Andere profeten, vooral de Hebreeuwse profeten, hebbenhet zwaard gehanteerd ten bate van een twijfelachtigegerechtigheid, zoals het Oude Testament laat zien, maar Mohammeddeed wat de gerechtigheid vroeg.

Het is uitermate moeilijk om in de islamitische literatuureen kritische visie op de historische werkelijkheid te vinden.Een dag studeren in de bibliotheek van de IslamitischeUniversiteit in Rotterdam levert mij die niet op. Een verkenningin de Leidse universiteitsbibliotheek wijzigt het beeld amper.Natuurlijk zijn er critici als Bassam Tibi, maar zij worden alsverraders en nestbevuilers gezien. Een goede moslim hangt zijnvuile was niet buiten, hoezeer het binnen ook gaat stinken. Detolerantie van de islam wordt een mythe, een dogma, los van deempirische, historische werkelijkheid. Het is zo, punt uit. Eenkwestie van aanvaarden en geloven.

Ik geef nog één voorbeeld van deze mythe. In de bundelDialoog (Zoetermeer, 1995), onder redactie van Herre A.Halbertsma en Abdulwahid van Bommel vinden we goede pogingen ommet elkaar in gesprek te komen. Daarom is het zo veelzeggend datin de bijdrage van imam Ahmed K. El Helou (pp. 199 e.v.) eenflagrante historische onjuistheid staat over de Joodsemiddeleeuwse filosoof Maimonides (1135-1204). Ik citeer: 'ToenSpanje werd geregeerd door moslims leefde daar één van debekendste en belangrijkste joodse filosofen, Maimoun genaamd, diealtijd met de moslims heeft samengewerkt. Later ging hij zelfsnaar Egypte waar hij zich echt thuis voelde tussen de moslims.'

Ook hier zijn de dadels van Hassan weer drie keer zo grootdan ze zijn. Waarom deze halve en hele leugens in een bundel dieDialoog heet? De familie van Maimonides is in 1160 gevlucht uitSpanje omdat ze voor de keus gesteld werd: bekering tot de islamof de dood. Via Noord-Afrika is hij in Egypte terecht gekomenwaar inderdaad een tolerantere islam bestond en hij een hogepositie aan het hof kreeg. Waarom niet eerlijk deze twee kantenvan de islam belicht? Of weet imam El Helou niet beter? Dat isniet minder erg, want dat kan op een collectiefverdringingsmechanisme onder moslims wijzen. Hoezeer de mythe vande islamitische tolerantie doorwerkt, blijkt uit het feit dat ikzelf tot voor kort altijd heb gedacht dat Maimonides alleen maarmet tolerante moslims te maken had gehad. Maar hoe moet ik hetook weten? Zelfs de genoemde Geschiedenis van Marokko suggereertdat in de gouden bloeitijd van de Andalusische beschaving (hetSpanje van de negende tot de dertiende eeuw) de driemonotheïstische godsdiensten (islam, christendom en jodendom)vreedzaam naast elkaar bestaan (p. 54). De invloed van de vogelRock moet niet onderschat worden.

Zo zal het de opsteller van de bewuste folder ook wel vergaanzijn. Kwade opzet zie ik daar niet in. Het zal wel met destraalbreking te maken hebben waar Multatuli over schrijft. Ofmet onwetendheid. Dat is voor iemand die een folder voor eententoonstelling schrijft natuurlijk geen deugd. Bovendien is devraag aan de niet-wetende altijd: weet je het niet of wil je hetniet weten? Want gewenste en gekozen onwetendheid is wel eenondeugd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden