De culturele hoofdstad van Zwitserland zit niet op toeristen te wachten. Maar doorzetters ontdekken dat Bazel een wereldstad is vol verscholen romantiek.

Een historische binnenstad vol met intieme kerken, maar ook met stemmige binnenhoven achter rijk versierde poorten, patriciërshuizen naast volksbuurtjes, en bovenal een weldadig aandoende rust die hevig contrasteert met het leven in de meeste wereldsteden. Waar heb je zoiets nog anno 2004?

Bazel kent niet de dynamiek die steden als Londen of Parijs zo opwindend maken, het heeft beduidend minder monumenten dan Rome en het uitgaansleven loopt er minder lang door dan in Berlijn of Amsterdam. Toch is Bazel Zwitserlands eerste cultuurstad. En niet alleen vanwege het hoge aantal musea (35), maar ook vanwege de dichtheid aan muziek- en theaterzalen. De traditionele Zwitserse rijkdom vindt zijn weerslag, anders dan in Zürich of Genève niet slechts in chique winkels, maar in beurzen, galeries en kunsthandels. Niet voor niets wordt hier aan de voor avond van de Biënnale van Venetië elke twee jaar de Art Basel gehouden, de grootste beurs voor moderne en klassiek-moderne kunst in Europa. En ook de

TEFAF, die oude kunst en antiek van het hoogste niveau presenteert, heeft de stad enige tijd voor een beursfiliaal gekozen.

Maar voor alles geldt: Bazel geeft zich niet zonder meer over aan de toevallige bezoeker. Anders dan in de bergen waar een vierseizoenentoerisme bestaat (skiën in de winter, bergsport en wandelen in de overige drie jaargetijden), doet de stad net of het niets met het massatoerisme te maken wil hebben. Zwitsers zijn toch al niet opgewonden standjes, ze houden ervan eerst de kat uit de boom te kijken, maar worden dan gaandeweg de vriendelijkheid zelve.

Het georganiseerde toerisme heeft niets in deze stad met zijn strategische ligging tegenover Duitsland en Frankrijk te zoeken. Snelwegen roepen de automobilist op zich zo snel mogelijk uit de voeten te maken. Met de auto rijd je er in een goed halfuur doorheen, als je al niet huiswaarts gaat, dan toch wel op weg naar bijvoorbeeld het veel populairdere Wallis of wat tegenwoordig Watch Valley wordt genoemd, de streek van de klokkenmakers in de Jura die zich pal onder Bazel begint uit te strekken. Dat uitgebreide wegennet om en deels door de stad zorgt ervoor dat er niet al te veel druk op de historische binenstad rust. Het voordeel is dat deze wijk die prachtige uitzichten op de Rijn biedt, bespaard blijft van toeristische uitwassen.

De binnenstad kun je in je eigen tempo verkennen, en dat geldt ook voor Sankt Alban en Mühlenberg, dat ondanks het voorstad-karakter op slechts een halfuurtje lopen van het stadscentrum ligt. St. Alban wordt al decennialang vrij gehouden van nieuwbouw, met als gevolg dat de eeuwenoude burgerwoningen, sommige daterend uit de tijd van de Gotiek en de Barok, een aardig overzicht van het traditionele Zwitserse bouwen te bieden hebben. St. Alban is ook de plek waar het oudste klooster van Bazel werd gesticht (in 1083). Het Stift St. Alban heeft ten minste één beroemd geworden kunstenaar voortgebracht: de romantisch-symbolistische schilder Arnold Böcklin heeft in St. Alban-Vorstadt zijn jeugd doorgebracht.

1. Moderne architectuur

Naar goed Zwitserse traditie hoeven oude en moderne architectuur in Bazel niet met elkaar in conflict te leven. Hoewel de Altstadt met haar spannende steegjes en idyllische pleintjes vrij wordt gehouden van al te ver gaande doorbraken kun je in de stad op de meest onverwachte plaatsen intrigerende nieuwe gebouwen aantreffen. Zwitserland heeft de laatste decennia een vracht aan architecten voortgebracht die internationaal zijn doorgebroken en meteen toonaangevend zijn geworden. In Bazel staan uiteenlopende voorbeelden van hun kunnen. Kijk naar ontwerpen van het duo Herzog & De Meuron die in Bazel hun hoofdvestiging hebben, naar Mario Botta's Tinguely Museum, naar Wilfrid en Katharina Steib, de 'minimalistische' Burckhardt Partner en de duo's Diener & Diener en Morger & Degelo. Omdat chauvinisme in het veeltalige Bazel onbekend is, worden even gerenommeerde bouwmeesters uit het buitenland aangetrokken. Zo loopt Rolf Fehlbaum, directeur van meubelfabrikant Vitra weg met de Canadees-Californische architect Frank O. Gehry die, jaren voordat hij het kunstmuseum in Bilbao voltooide, het Vitra-complex in Basel-Birsfelden ontwierp. Het gebouw is het eerste ontwerp van Gehry waarbij hij zijn voorkeur voor strak wit inwisselde voor een bonte kleurenpracht op de gevel. Vitra Birsfelden is overigens gewoon te bezoeken voor wie de showrooms, gevuld met designklassiekers van Ray Eames, Marcel Breuer en Borek Sipek wil bezichtigen. Wat Gehry is voor Vitra (hij ontwierp ook het Vitramuseum in Weil) is Renzo Piano voor de Fondation Beyeler in de voorstad Riehen. Piano is bekend vanwege het Centre Pompidou in Parijs, maar in Riehen toont hij zich van een geheel andere, minder 'industriële' kant.

2. Schaulager

Op een plek waar je dat helemaal niet verwacht -een industrieterrein aan de rand van het centrum van Bazel- staat een gebouw dat het midden houdt tussen een museum en een kunstdepot. In dit bunkerachtige gebouw aan de Ruchfeldstrasse, naar een ontwerp van Herzog en De Meuron, bevinden zich 650 kunstvoorwerpen uit de collectie van de Emanuel Hoffmann-stichting. Deze stichting beheert de nog steeds groeiende verzameling hedendaagse kunst van de familie Hoffmann, één van de rijkste families van de stad. Het Schaulager, zoals het gebouw wordt genoemd, is alleen in voorjaar en zomer (30-04 tot 2-10 2005) open voor het publiek (zie www.schaulager.org). Voor komende zomer staat een tentoonstelling op het programma van kunstenaar Jeff Wall. Ook zijn er dan rondleidingen mogelijk door het in mei 2003 in gebruik genomen gebouw, dat met zijn capaciteit van 16500 vierkante meter opslagruimte echt op de groei is gebouwd. Van de drie etages is er nu nog maar één niet eens voor de helft gevuld met kunst. Wat het Schaulager zo bijzonder maakt is dat anders dan in een traditioneel depot alle werken in hun volle glorie zijn te zien.

3. Augusta Raurica

Wie de trein naar Kaiseraugst neemt en vandaar niet opziet tegen een kwartier wandelen komt uit bij een opgraving uit de Romeinse tijd. Augusta Raurica was een vreedzaam Romeinse stadje dat in ieder geval tot 275 na Christus heeft bestaan. In dat jaar moet de plaats zijn verlaten na een aardbeving die het leven er onmogelijk maakte. De site zelf mag niet al te indrukwekkend zijn -hoewel, je ziet het amfitheater, een vroeg-christelijk baptisterium, een badhuis en mozaïeken- maar het museum is goed voorzien van talloze vondsten. Voor de topstukken, zoals de zilverschat, is een schatkamer ingericht. De moeite van het bezoek waard is ook het gereconstrueerde Romeinse huis waar de kamers zijn opgesierd met decoraties in Pompejiaanse stijl. In de naastgelegen tuin groeien planten zoals die al in de Romeinse tijd werden gekweekt, wat ook geldt voor het kleinvee dat er rondloopt.

4. Baselbiet

Hoewel er vele uren in de binnenstad van Bazel zijn door te brengen, doen de echte wandelmogelijkheden zich rond de stad voor. Bazel heeft een merkwaardige ligging: het is een weggedrukte hoeksteen van het drielandenpunt met de Rijn als begrenzing. Het omringende heuvelland, dat Baselbiet heet, strekt zich uit van de Rijnoevers tot ver onder de zuidelijke gemeentegrens. De grote stad met haar chemische industrie is nooit ver weg, maar de omliggende natuur heeft daar weinig last van. Niet minder dan 10000 verschillende dieren zijn in het Baselbiet te vinden, vele soorten die alleen hier en nergens anders in Zwitserland voorkomen. In het landelijke gebied van Bazel zijn zelden plaatsen te vinden met meer dan 20000 inwoners. Aesch bijvoorbeeld, centrum van de wijnbouw in deze uithoek van het land, heeft precies 10000 inwoners, Allschwil met zijn gave historische kern telt 18000 inwoners en Binningen, aan de voet van het Sundgauer heuvelland komt tot 14000 inwoners, net iets meer dan het attractieve Liestal. Maar het schilderachtige Burg in Laufen met charmante vakwerkhuizen en een hoog op de heuvel gelegen kasteel telt niet meer dan 240 inwoners. Lekker wandelen is ook rond Rickenbach mogelijk, waar in het voorjaar de boomgaarden in bloei staan en in de omgeving van Eptingen (bekend van het mineraalwater) aan het begin van de Jura. Voor het hele gebied geldt dat het matig geaccidenteerd is, vergelijkbaar met de nabijgelegen Elzas in Frankrijk en Baden-Würtemberg in Duitsland.

5. Weil am Rhein

Op nog geen tien minuten sporen vanaf Basel Hauptbahnhof ligt net over de grens met Duitsland de Bazeler voorstad Weil am Rhein. Niet de meest interessante Duitse stad, maar wel aanbevelenswaardig omdat hier een van de eerste architectuurontwerpen van Frank O. Gehry is te vinden. In de industriewijk staat namelijk het kantoor- en fabriekscomplex van Vitra, een van oorsprong Zwitsers bedrijf dat met de vestiging in Weil (de hoofdvestiging staat in Basel-Birsfelden, zie onder Moderne architectuur) met één been in de euro-zone staat. Deze Vitra-vestiging dateert uit het begin van de jaren negentig, maar wordt elk decennium met een nieuw gebouw of een ingrijpende renovatie uitgebreid. Het hele complex is een staalkaart van eigentijds bouwen: het Vitramuseum en de naast gelegen portiersloge zijn van Gehry, het conferentieoord elders op het terrein werd ontworpen door de Japanner Tadao Ando, het oudste fabrieksdeel is van de Brit Nicholas Grimshaw en het meest recente van de Portugees Alvaro de Siza. Maar het meest besproken gebouw dat ooit voor de plaatselijke vrijwillige brandweer was bestemd, is het thans als depot voor het stoelenmuseum fungerende gebouw van Zaha Hadid. In het Vitramuseum worden doorlopend designexposities gehouden (nog de hele maand een presentatie van de vormgeving van alles wat vliegt en rond luchthavens is te vinden) die vanwege hun bijzondere inrichting altijd de moeite waard zijn. Het Vitramuseum is ook het startpunt voor de wekelijkse rondleidingen over het bedrijfsterrein die de enige mogelijkheid vormen om hier een kijkje te nemen.

6. Erasmus

Wat Genève betekent voor de calvinisten, is Bazel voor de humanisten. De naam van de stad is onverbrekelijk verbonden aan de grote humanist Erasmus die hier altijd de toevoeging van Rotterdam krijgt. Er is zelfs een Erasmus-wandeling uitgezet, al zie je daar op straat weinig van. Het Bazel van Erasmus dateert uit het begin van de 16de eeuw dat vooral in de Altstadt en rond de Münster is gesitueerd. In Bazel kwam het conflict tussen de katholieke Erasmus en de protestantse Luther op volle sterkte naar buiten, maar het was ook de stad die hij ontvluchtte vanwege de Beeldenstorm (toen hij naar Freiburg in Breisgau uitweek). De katholieke Erasmus ligt begraven in de Münster, het Duitstalige begrip voor kathedraal die niet meer katholiek maar protestants is. Is de kerk op zich al een bezichtiging waard, een hoogtepunt is de ontdekking van de ietwat verscholen aangebrachte gedenkplaat die de dood van de humanist memoreert. De plaat hangt aan een van de zuilen ter hoogte van de noordzijde van het schip. De kerk zit trouwens vol met zulke ontdekkingen, zowel in het interieur als in het klooster dat onderdeel van het openbaar traject rond de kerk vormt. Zo werd nog in 1870 in de muur van de kruisgang een polychroom beschilderd grafmonument uit de gotiek ontdekt. Het beeld verwijst naar het verscheiden van ene Wolfgang von Utenheim, een neef van een Bazeler bisschop. De bisschop had het reliëf koud laten aanbrengen toen het door een groep opgehitste Beeldenstormers erbarmelijk werd gemaltraiteerd. Latere bisschoppen besloten het gehavende beeld maar onder een dikke laag Putz te bedekken om daarmee de wonde voorgoed onder het oog van kerkbezoekers vandaan te houden. De pleisterlaag bleek conserverend te werken, toen ze aan het einde van de 19de eeuw werd weggehaald verkeerden de kleuren in uitstekende staat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden