De crockpot is het nieuwe petroleumstel

De ouderwetse bereidingswijze van het petroleumstel komt weer tot leven dankzij de crockpot. En dan die geur die langzaam bezit neemt van de keuken, van het huis.

Mijn moeder had er eentje, net als de buurvrouw, mijn grootmoeders en alle tantes: een petroleumstel. Het stond in de keuken en werd dagelijks gebruikt, want je hoefde naar zo'n ding niet om te kijken. Brand herinner ik me ook, of was dat de oliekachel?

Moderne vijftigers, de keuken van moeder indachtig, speuren nu het internet af op zoek naar de brandgevaarlijke toestellen.

Zoek niet verder, verlangende vijftigers. Op een beurs in Utrecht liep ik de crockpot tegen het lijf, een elektrische hulpstuk dat doet wat het petroleumstel deed: van de kook blijven. Want dat is het geheim van die ouderwetse bereidingswijze. Op de petroleumbrander kwam de temperatuur niet hoger dan tachtig graden. Ideaal om vlees lang op te laten staan, want alle zeentjes en vellen lossen langzaam op en het vlees verbrandt niet. Dat doet een crockpot ook.

De importeur leent mij graag zo'n apparaat, een driedelig kookmonster met een metalen onderstel, een zwarte pan van steen en een deksel. Het onderstel is de eigenlijke kachel, de pan kan op het vuur om vlees even aan te braden voor het lekker, en blijft dan in het onderstel op tachtig graden hitte.

Tenminste, dat beweert de fabrikant. Ik wil dat wel eens meten. In de stenen pot gaat een liter koud water, de pan schuift in zijn onderstel, het schuifje van de temperatuur gaat op de eerste van de vier standen. Dan begint het wachten. Dat wachten duurt lang. Na een uur is het water zeventig graden. Na twee uur is dat vierentachtig. Hoger komt het niet, hoeveel uur ik ook meet.

Nu is het tijd om te experimenteren. Vierentachtig graden is heet genoeg om alle voedsel te garen, en laag genoeg om dat heel langzaam te doen. Bouillon, bijvoorbeeld - dat sap van botten, groente en kruiden. Dat sap begint met water, koud water want in heet water stollen de eiwitten in de botten, waardoor ze hun smaakjes niet meer af kunnen geven. Langzaam moet dat water dan heet worden tot het niet kookt maar bubbelt. Zie dat maar eens voor elkaar te krijgen op een gasfornuis. In de crockpot is het een fluitje van een cent. Het duurt alleen lang. Maar dan trekt, na een aantal uur, de heerlijke geur van aanstaande soep door het huis. Het vocht in de pan is helder, het smaakt naar bezoek aan oma, naar rustige zondagmiddagen en het ouderwetse diner. Ook twee varkenstongen, die nog in de vriezer rondzwerven, leveren een prachtig sap op en heerlijk vlees. geloof ze niet, die zeggen dat je van varken geen bouillon kunt trekken. Probeer eens de tong.

Kipfilet en varkenshaas behoren tot de berucht moeilijke ingrediënten van onze keuken. Voor je het weet zijn ze gaar en droog. Maar in deze pot, eventjes aangezet op het vuur, garen ze langzaam tot sappigheid en smaak. Het blijft opletten, ook bij vijfentachtig graden kunnen ze doorslaan naar droog, maar het risico is beheersbaar.

Het mooiste resultaat ontstaat met eieren. Heston Blumenthal, wereldberoemd sterrenkok, heeft een manier om eieren heel langzaam tot stolling te brengen. Wereldberoemd zijn die eieren. Mijn collega's imiteren Blumenthal door een rek eieren urenlang in de oven te zetten, bij heel lage temperaturen. Goed idee, maar zo lang kan ik mijn oven niet missen. Bovendien heb ik de crockpot. Vierentwintig uur bubbelen de eitjes in heet water. Vierentwintig uur probeer ik er niet aan te denken. Dat lukt niet. Dan mag eindelijk de pan open. Aan het uiterlijk is niks veranderd, maar binnenin! Het frisse eiwit is bruin geworden, bruin als een walnoot. En het gekke is: het smaakt nog naar walnoot ook.

mail@jeroenthijssen.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden