De crisis biedt emancipatie een kans

Vrouwen aan het roer: Een arts neemt een kweek af bij een diabetespatiënt met een geïnfecteerde voetwond. (FOTO FRANK MULLER/HH)

Op Internationale Vrouwendag, 8 maart, maken vrouwen de balans op. Hun emancipatie zou wel eens van crisistijden kunnen profiteren.

De crisis als schop onder de dameskont. Zullen economisch zware tijden vrouwen wél aansporen om meer te gaan werken? Want de welvaart van de laatste jaren heeft de vrouwenparticipatie niets gebracht. Uit de Emancipatiemonitor 2008 bleek dat zij hun deeltijdbanen tussen 2001 en 2007 nauwelijks hebben uitgebreid. Het aantal topvrouwen is de afgelopen twee jaar niet toegenomen. Nog steeds is meer dan de helft van de Nederlandse vrouwen economisch niet zelfstandig.

En dat terwijl het economisch de laatste twee jaar juist zo meezat, en de werkloosheidscijfers historisch laag waren. Als er ooit ruimte was voor vrouwen op de arbeidsmarkt, dan was het wel in 2006 en 2007.

Toch hoeven vrouwen hun kans niet gemist te hebben. Want de crisis zou hen wel eens veel beter op weg kunnen helpen dan de welvaart ooit gedaan heeft.

Traditioneel zijn vrouwen namelijk goed bestand tegen crisistijden. Tijdens de vorige economische neergang, in 2001, nam de arbeidsdeelname van vrouwen niet af. Terwijl die bij mannen tussen 2001 en 2005 met 5 procent daalde.

De oorzaak van de stabiele arbeidsdeelname van vrouwen, is dat zij vaker dan mannen in vaste dienst zijn. Bovendien werken ze vaak in beroepen die relatief ongevoelig zijn voor conjunctuurschommelingen. Aan personeel in onderwijs en zorg, traditionele vrouwenberoepen, is altijd behoefte.

En die vraag wordt de komende jaren hoe dan ook groter. Aan de top van de zorgsector zijn vrouwen nu nog onevenredig laag vertegenwoordigd, maar ze zijn er wel in opkomst. Hoewel tachtig procent van het personeel vrouw is, is maar één op de drie bestuurders vrouw. In de hoogste twee echelons onder het bestuur is iets meer dan de helft vrouw. Vergeleken met het bedrijfsleven scoort de zorg uitstekend: daar is maar 7 procent van de bestuurders een vrouw en daar staan er ook maar weinig klaar om de topfuncties over te nemen.

Qua beloning is in de zorg nog wel een grote strijd te leveren: vrouwen verdienen gemiddeld 28 procent minder dan mannen. Dat komt door deeltijdwerk, en doordat mannen er relatief vaak op hogere posities zitten.

Voor het onderwijs gaat een vergelijkbaar verhaal op. In managementfuncties van het mbo en hbo is één op de drie een vrouw. In het basis- en voortgezet onderwijs is dat één op de vier. Hun inkomenspositie is er wel beter dan in de zorg. Vrouwen in het onderwijs lopen in hun beloning ’slechts’ 17 procent achter op mannen. Dat is een bovengemiddeld goede score.

In de ’vrouwenberoepen’ zijn de perspectieven dus goed. Maar hoewel vrouwen tijdens de vorige conjuncturele daling hun baan relatief vaak behielden, zagen ze geen aanleiding die uit te breiden toen de economie aantrok. In 2001 werkten ze 24,9 uur, tegen 24,8 in 2007.

Waarom zou de vrouw nu wel doorstoten? Als zij meer gaat verdienen en meer verantwoordelijkheden krijgt, kan dat een reden zijn om meer uren te werken. De vraag naar zorgfuncties is nu nog groter dan in 2001. Daar kan zij van profiteren.

Bovendien verandert de vrouw zelf ook. In 2001 vond nog één op de drie vrouwen het huishouden en de kinderen een reden om thuis te blijven, nu is dat nog één op de vijf. Werken, hoewel in deeltijd, is meer vanzelfsprekend.

Tot slot was de financiële noodzaak in 2007 nog voor minder dan de helft van de vrouwen reden om te werken. Maar dat zou de komende jaren wel eens kunnen veranderen. Vrouwen, in hun zekere beroepen, zullen in tijden van massaontslagen vaker kostwinner moeten worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden