De contacten van Laurentien

De tabaksindustrie strijdt al jaren tegen wetenschappelijke onderzoeken van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat ook meeroken schadelijk is. Laurentien Brinkhorst, tegenwoordig prinses Laurentien, hielp Philip Morris in de tegenaanval. Reconstructie van een lobby.

Joop Bouma

Op 31 juli 1996 ontvangt Jules Wilhelmus van Philip Morris in Amstelveen een e-mail van Laurentien Brinkhorst, werkzaam op het Brusselse kantoor van de sigarettenfabrikant.

,,Beste Jules'', schrijft ze. ,,Ik heb op een congres over luchtkwaliteit gehoord dat de Wereldgezondheidsorganisatie bezig is met een herziening van de Richtlijn voor Luchtkwaliteit. In de nieuwe versie wordt ook tabaksrook binnenshuis behandeld. Het schijnt dat de herziening wordt voorbereid in het WHO-centrum in Bilthoven. Ik hoef je niet te zeggen dat een WHO-standpunt van groot politiek gewicht is en gevolgen zal hebben voor beleid. Ik zou je erkentelijk zijn als je meer aan de weet kunt komen. Ik heb wat andere lijntjes uitstaan, maar hoe meer we weten, hoe beter natuurlijk. Groeten, Laurentien.'' Brinkhorsts verzoek was aan het juiste adres. Wilhelmus, manager corporate affairs van Philip Morris Holland, koesterde al jaren een goed contact bij het Europese Centrum voor Milieu en Gezondheid in Bilthoven, onderdeel van de Wereldgezondheidsorganisatie. Wilhelmus kende de directeur van het Nederlandse WHO-agentschap, dr. Kees van der Heijden, nog uit de tijd dat hij in Den Haag werkte bij de pr-firma Burson-Marsteller.

Als de twee elkaar ontmoetten voerden ze vaak felle discussies over de gevaren van passief roken. De toxicoloog Van der Heijden was overtuigd van de risico's. Een veilige grens voor tabaksrook is er niet, vond hij. Tabaksman Wilhelmus jongleerde op zijn beurt behendig met het industriestandpunt dat er nog niks bewezen was.

Om van het gezeik af te zijn had Van der Heijden eens een nog ongepubliceerd rapport aan Wilhelmus gegeven, waarin de WHO alle wetenschappelijke literatuur over passief roken had gewogen. De conclusie was dat meeroken een beduidend risico opleverde. Wilhelmus had de studie direct doorgestuurd naar zijn bazen op het hoofdkantoor in New York. Aardig rapportje, maar veel nieuws stond er niet in, vonden ze daar.

Ditmaal was het belang voor de tabaksindustrie om aan informatie uit de WHO te komen echter veel groter. Bilthoven werkte aan een herziening van de Richtlijn voor de luchtkwaliteit binnenshuis. Een werkgroep van specialisten onder leiding van de epidemioloog dr. Michal Krzyzanowski was bezig de oude, uit 1987 daterende, richtlijn aan te passen aan nieuwe wetenschappelijke inzichten.

De WHO-richtlijn gold als een standaardwerk voor kwaliteitseisen van het binnenmilieu. Lidstaten van de WHO gebruikten de gegevens voor hun beleid. Uit wetenschappelijk onderzoek was bekend dat vier tot acht procent van de voortijdige sterfte kon worden toegeschreven aan een slecht binnenmilieu in bedrijven en woningen. Daarbij kwam dat 20 tot 30 procent van alle luchtwegaandoeningen binnenshuis werd opgelopen.

De richtlijn noemde grenswaarden voor bekende stoffen zoals het spaanplaatgas formaldehyde, het radioactieve radongas en koolmonoxide. Maar voor het eerst zou de WHO ook conclusies trekken over de effecten van tabaksrook binnenshuis. Door de kankerverwekkende eigenschappen kon voor tabaksrook geen veilige ondergrens worden bepaald. Ofwel: ook passief roken leverde een ernstig gezondheidsrisico op.

Het was het soort conclusies dat de tabaksindustrie liever niet zag. Zeker niet van een invloedrijk instituut als de WHO. Wetenschappers en juristen van Philip Morris gaven in 1996 leiding aan een plan om de conclusies over tabaksrook te onderscheppen en nog voor publicatie onderuit te halen of beduidend af te zwakken. De industrie hield vast aan de stelling dat tabaksrook vrijwel geen invloed had op de luchtkwaliteit binnenshuis. Bovendien vonden de fabrikanten dat een oorzakelijk verband tussen kanker en meeroken nog nooit was aangetoond. Maar volgens een wetenschappelijke analyse van het Nederlands Kanker Instituut sterven er in Nederland ieder jaar 110 tot 270 niet-rokers aan de gevolgen van het inademen van tabaksrook.

Laurentien Brinkhorst, de dan 30-jarige manager overheidsbetrekkingen op het Philip Morris kantoor in Brussel, was nauw betrokken bij het WHO Europe Plan, zo blijkt uit bedrijfsdocumenten van Philip Morris die op Amerikaanse internetsites staan. Ze was een van de opstellers van het plan.

Brinkhorst werkte al langere tijd op het passief-rokendossier van Philip Morris. Op het kantoor in Brussel was ze ook betrokken bij een campagne van de tabaksindustrie tegen een ander instituut van de WHO, het internationale agentschap voor onderzoek naar kanker, IARC. Dit instituut deed sinds begin jaren negentig een grote epidemiologische studie naar de relatie tussen longkanker en meeroken. Philip Morris trok tien miljoen dollar uit om het onderzoek waar mogelijk te frustreren en te ondermijnen, zo bleek uit een analyse die de WHO in juli 2000 publiceerde. De fabrikanten lieten vrijwel geen middel onbenut om het tabaksbeleid van hun vijand nummer 1 dwars te zitten. De WHO stelde vast dat Big Tobacco niet succesvol was geweest in het dwarsbomen van het wetenschappelijk onderzoek. ,,Maar de industrie had wel succes met het manipuleren van mediaberichtgeving over de studieresultaten, waardoor het publiek werd misleid omdat de indruk werd gewekt dat de onderzoekers er niet in waren geslaagd een relatie aan te tonen tussen longkanker en passief roken, aldus het rapport uit 2000.

Brinkhorst was in het IARC-actieplan vooral druk met de politieke lobby. Ze moest uitzoeken welke politici binnen de EU konden worden benaderd door de tabaksindustrie. Ook hielp ze bij het opstellen van een namenlijst van journalisten die de tabaksindustrie goed gezind waren. Het plan was deze friendly journalists, aldus een document van Philip Morris, voorafgaand aan de publicatie van de IARC-studie uit te nodigen voor een briefing door de industrie. In het Bilthovense actieplan had Brinkhorst een belangrijke taak bij het vergaren van inlichtingen over de WHO-richtlijn. Ze kende de weg bij de Brusselse instituties, waar haar vader Laurens Jan Brinkhorst ruim zeven jaar lang de hoogste Europese ambtenaar op het directoraat-generaal voor milieu was geweest.

Laurentien Brinkhorst werkte nauw samen met Matthew Winokur, internationaal directeur overheidsbeleid op het hoofdkantoor van Philip Morris in New York. Brinkhorst moest vanuit Brussel geallieerden gaan mobiliseren. Haar taak was het om, zodra de informatie over de inhoud van de richtlijn binnen was, zonodig tabakstelers, vakbonden, werkgeversorganisaties en de horeca in Europa op de hoogte te brengen. Krachtige uitspraken over de risico's van passief roken zouden deze organisaties en bedrijfstakken namelijk direct raken.

,,Het WHO Europa Plan leest als het script van een James Bond-film'', zegt oud-directeur Van der Heijden van het Nederlandse WHO-agentschap. ,,Ik ben ervan geschrokken. Het geeft aan hoe wanhopig ze waren. Philip Morris was benauwd voor ons. Wij hadden namelijk een unieke samenwerking met het directoraat-generaal voor milieu bij de Europese Unie. Zij steunden ons ook financieel. Wij deden de wetenschap, zij maakten er Europese regels van. We wisten dat ook buiten Europa tal van landen, zoals de VS en Japan, veel belangstelling hadden voor onze de herziening van de richtlijn. Het rapport was een Nederlands exportartikel.

Nog iets meer schrok Van der Heijden van de pogingen van Philip Morris om direct invloed te krijgen op de belangrijkste samensteller van het rapport, dr. Michal Krzyzanowski, milieu-epidemioloog van het WHO-centrum in Bilthoven. Krzyzanowski leidde het team van wetenschappers dat de richtlijn opstelde. Van der Heijden: ,,Ik ken Krzyzanowski als een uiterst zorgvuldige en integere wetenschapper. Ik weet zeker dat hij zich niet heeft laten inpakken.''

Op 27 november 1996 kreeg Krzyzanowski op zijn kantoor in Bilthoven bezoek van Brinkhorst en Wilhelmus. Krzyzanowski, die tegenwoordig op het regionale WHO-kantoor in Bonn werkt, herinnert zich het bezoek van Brinkhorst en Wilhelmus. ,,Ik wist dat de tabaksindustrie buitengewoon veel belangstelling had voor het passief-rokenverhaal. Ik ben na het gesprek nog diverse keren gebeld door Philip Morris. Ze wilden weten wanneer de richtlijn zou verschijnen. Maar toen ze bij mij waren, stonden de conclusies al vast. Invloed op de tekst heeft Philip Morris niet gehad.''

Laurentien Brinkhorst bagatelliseert haar rol bij het gesprek met Krzyzanowski. ,,Doel was een wederzijdse dialoog op te zetten tussen wetenschappers van de WHO en Philip Morris'', deelt ze via de Rijksvoorlichtingsdienst mee. Verder zegt ze slechts mee te zijn gegaan naar Bilthoven om haar collega Jules Wilhelmus te ondersteunen.

Een intern document van Philip Morris geeft echter een ander beeld. Het was niet Wilhelmus, maar Laurentien Brinkhorst die aan haar superieuren rapporteerde over het onderhoud met de wetenschapper. Brinkhorst stuurde aan Winokur en anderen een verslag van vijf kantjes over het gesprek met Krzyzanowski. Wilhelmus kreeg een kopie ter kennisneming.

Brinkhorst meldde in haar verslag dat de WHO-wetenschapper zeer bereid was om informatie te verstrekken en vragen te beantwoorden. ,,Daar is niets mis mee'', vindt Krzyzanowski's ex-baas Van der Heijden. ,,We hebben altijd opengestaan voor gesprekken met belanghebbenden. Vroeger kon het bedrijfsleven nog zelf meepraten tijdens het samenstellen van een rapport. Maar daar zijn we mee opgehouden toen bleek dat fabrikanten stelselmatig met eindeloos dikke stapels papier probeerden de kanalen te verstoppen om het proces te vertragen.''

Brinkhorst en Wilhelmus regelden met Krzyzanowski nog een tweede gesprek, ditmaal met twee wetenschappers van Philip Morris, dr. Manual Bourlas, destijds vice-president wetenschap en technologie van Philip Morris in New York, en dr. Edward Sanders, senior wetenschapper bij de fabriek van Philip Morris in het Zwitserse Neuchâtel.

De fabrikant van Marlboro kreeg uiteindelijk de belangrijkste bevindingen over passief roken uit het concept-rapport ruim voor de officiële publicatie in handen. Een externe consultant stuurde eind 1996 aan het hoofdkantoor in New York een uitvoerig verslag, waarin hij schrijft dat hij contact had met direct betrokken wetenschappers.

Maar de consultant zag nog weinig kansen voor Philip Morris om invloed uit te oefenen op de uiteindelijke tekst van de richtlijn. ,,Een mogelijkheid om effectief in het proces in te grijpen'' lijkt niet aanwezig. Deels komt dat doordat het proces gesloten is en wordt omgeven door de vrijwel ondoordringbare WHO-bureaucratie.

Medio 1997 stapte Laurentien Brinkhorst op bij Philip Morris. Ze ging werken bij pr-firma Edelman in Brussel. In haar verklaring zegt Brinkhorst dat ze na haar overstap nooit meer iets voor de tabaksindustrie deed.

Uit industriedocumenten blijkt echter dat Philip Morris Brinkhorst in 1998, een jaar na haar vertrek, nog voor 10 000 dollar opvoert als consultant. Brinkhorst staat op een lijst tussen de namen van acht Europese wetenschappers, die Philip Morris op de begroting had staan als consultant voor de wetenschappelijke afdeling van het bedrijf. Bij elkaar geteld trok het bedrijf in 1998 voor hen 260 000 dollar uit.

Brinkhorst had haar als consultant in de boeken staan omdat, aldus een document van Philip Morris, zij een ,,buitengewoon profijtelijk contact heeft gelegd met de WHO''. Verder: ,,Het is essentieel dat dit contact blijft bestaan. Dat kan niet zonder Brinkhorst.''

Prinses Laurentien laat via de Rijksvoorlichtingsdienst weten dat zij niet wist dat ze op een lijst met externe consultants stond. Philip Morris wilde, deelt zij mee, een beroep op haar doen ,,vanwege de goede verhoudingen als ex-collega. Er is, zegt Brinkhorst, geen geld aan haar betaald. ,,Dat er een bedrag op de begroting voorkomt heeft kennelijk te maken met interne verantwoording.''

Woordvoerder Jules Wilhelmus van Philip Morris vindt dat de interne documenten van zijn eigen bedrijf ,,een totale overschatting van de werkelijkheid geven''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden