De composthoop verwarmt het dorp

Bij het omzetten van de composthoop slaat de warme damp ervan af. (HERMAN ENGBERS)

De inwoners van Hoonhorst, het ’Duurzaamste dorp van Overijssel’, hebben grootse plannen met hun woonplaats. Ouderenzorg, onderhoud van de groenvoorzieningen, stadsverwarming: alles willen ze in het dorp zelf regelen.

Hoonhorst heeft de titel ’Duurzaamste dorp van Overijssel’, en daarmee een geldbedrag van anderhalf miljoen euro gewonnen. Onder het motto ’Groen, gezond, gemeenschappelijk’ heeft een driekoppig comité een duurzaamheidsplan opgesteld dat vooruitkijkt tot 2050. „Maar we moeten wel nu beginnen”, zegt initiator Timo Veen, werknemer bij electriciteitsnetbeheerder Enexis.

De dorpelingen willen aanhangwagens, partytenten en zelfs auto’s coöperatief gebruiken. „Iedereen leent toch al van elkaar”, zegt Antje Kingma, mede-initiatiefneemster en eigenares van kampeerboerderij-met-theetuin ’Boerhoes’. „Met een coöperatie maak je dat centraal en dus gemakkelijker.”

Ook de ouderenzorg en het groenonderhoud willen ze in het dorp regelen: „Nu heeft elke zorgverzekeraar zijn eigen planning, coördinatie en verpleger die veel moet reizen. Wij willen een zorgcoöperatie met een of twee eigen dorpsverplegers, waarmee de verzekeraars een contract afsluiten. Eigen verplegers hebben binding met het dorp en besparen heel wat autokilometers.”

Een trekker van de groenvoorzieningen rijdt voorbij. „Die komt helemaal uit Dalfsen. Als het aan ons ligt, is dat straks niet meer nodig”, zegt Veen.

Wanklanken zijn er niet volgens Kingma. „Iedereen wil meedoen. Iedereen moet er ook iets aan hebben. Subsidies zijn er om op te starten, daarna moet een project zijn eigen broek ophouden.” Veen: „We hebben vorige zomer met drie mensen het initiatief genomen. Inmiddels zijn er vijfendertig man mee bezig.” En dat in een dorp dat, inclusief buitengebied, zo’n 1600 inwoners telt. Kingma verwijst naar het begrip noaberschap: buurtgenoten werken samen en dragen zorg voor elkaar.

Een van de meest spraakmakende plannen betreft de verwarming van nieuwe en te renoveren gebouwen. Die komt binnenkort uit een grote composthoop: een nieuw soort stadsverwarming, waarmee een eerste proef onlangs geslaagd is.

Op het erf van composteerbedrijf Van Lenthe, anderhalve kilometer buiten het dorp, ligt een zwarte massa van dertig bij dertig meter, meer dan manshoog. Een trekker met aan de voorkant een grote bak met verticaal draaiende schroeven, rijdt naar de rand van de hoop. Als een kaasschaaf haalt hij de berg plak voor plak los. Een lopende band gooit de compost aan de andere kant van de trekker neer.

Door dit omzetten van de composthoop, eens in de drie weken, en door regelmatig water toe te voegen, helpt het bedrijf de natuur een handje. „De humus die bij ons in tien weken ontstaat, doet er in een bos wel honderd jaar over”, zegt Roeland Farjon van Van Lenthe. „Wij krijgen hout van snoeiers uit de omgeving, maximaal dertig kilometer hiervandaan. Rijkswaterstaat is een grote leverancier van ons. Onze belangrijkste werknemers zijn bacteriën. Zij zetten het dode hout om in humus: vruchtbare aarde. Daarbij komt warmte vrij. Omdat de bacteriën er pas in kunnen als de vezelstructuur van het hout opengebroken is, gaan de takken eerst door de versnipperaar.” De composthoop stinkt helemaal niet. „Dat komt omdat dit alleen hout is”, legt Farjon uit. „Als je er gras bij gooit, krijg je melkzuurbacteriën. Die veroorzaken stank.”

Als de trekker de eerste meter composthoop heeft verplaatst, slaan de hete dampen uit de hoop en van de lopende band. Farjon: „In de hoop wordt het bijna zeventig graden. Wij vonden het zonde om niets met die warmte te doen. Laatst hebben we een proef gedaan: naast de hoop stond een keet met meetapparatuur om temperatuur en luchtvochtigheid te meten. We hebben de compostwarmte naar die keet geleid. We konden hem goed verwarmen en droog houden.”

„Onder de composthoop komt een soort omgekeerde vloerverwarming waarmee water opgewarmd wordt”, zegt Veen. „Dat gaat dan door buizen naar het dorp. Aardwarmteverwarming zoals we die nu kennen, is verticaal: de warmte komt uit een warme laag recht onder het huis. Wij gaan dit voor het eerst horizontaal doen. Zo hoeft niet ieder huis een eigen put te boren, maar kunnen nieuwe huizen gebruik maken van buizen die er voor het hele dorp liggen.”

Het leek in eerste instantie riskant: geen van de initiatiefnemers wist zeker of het zou werken. „We zijn met ons plan naar de gemeente Dalfsen gestapt. De gemeente schrok en wij zelf eigenlijk ook: een klein dorp komt met een futuristisch idee dat nooit eerder is uitgevoerd”, zegt Kingma. „Maar na twee weken belden ze terug dat ze het toch wel een goed idee vonden.”

Bij het composteerproces blijven droge houtsnippers over, ’houtmot’, die uit de humus worden gezeefd. De gemeente Dalfsen wil dat boeren in de toekomst hun houtafval niet meer verbranden, maar aan bedrijven als Van Lenthe leveren. In Hoonhorst wil men de helft van de houtmot van Van Lenthe teruggeven aan de bevolking. Ook houtmot is geschikt voor verwarming: bij verbranding komen weinig gassen vrij, en met de rook kan in een goed buizensysteem een groot gebouw centraal worden verwarmd.

Volgens Farjon is Van Lenthe niet het eerste bedrijf met grootschalige composteerplannen, maar wel het eerste dat deze plannen doorzet. Hij verklaart zijn succes vanuit de relatief bescheiden opzet: „Andere bedrijven wilden meteen heel dure, flitsende apparatuur neerzetten. Ik hoef geen Mercedes voor de deur te hebben, met een Eendje kan het ook.” De uitspraak tekent het bedrijf: het oogt bescheiden maar kan goed van de composthandel leven. Omdat het verwarmingsplan nieuw is, is het gissen naar het rendement.

Studenten van de Oost-Nederlandse hogeschool Saxion zullen over twee jaar de behaalde resultaten evalueren, maar Farjon heeft er alle vertrouwen in: „Wij gaan Hoonhorst verwarmen”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden