De complexe wereld gevat in fonkelende zinnen

De socioloog Abram de Swaan krijgt vandaag de P.C.Hooftprijs voor zijn beschouwend proza. Hij had grote invloed binnen zijn vakgebied, maar wist met zijn ’fonkelende zinnen’ ook een groot publiek te interesseren voor de sociologie.

Sociologie kwam de afgelopen dagen op bijzondere wijze in het nieuws. Niet door een nieuw onderzoek of inzicht, maar vanwege de lotgevallen van twee van haar voornaamste beoefenaars hier ten lande. Op 14 mei stierf J.A.A. van Doorn, Nederlands belangrijkste socioloog van na de oorlog. Vandaag ontvangt Abram de Swaan de P.C. Hooftprijs.

Na Van Doorns dood is Abram de Swaan ongetwijfeld de belangrijkste socioloog van Nederland. Van Doorn, geboren in 1925, was al lang gepensioneerd en De Swaan, van 1942, nam vorig jaar afscheid van de universiteit. Niettemin wordt hun stem wijd en zijd gehoord.

Vorig jaar nog publiceerde Van Doorn een scherpzinnig boek over het nationaal-socialisme. Tot vlak voor zijn dood bleef hij de actualiteit van commentaar voorzien in de kolommen van deze krant.

De Swaan, die zich ook regelmatig in de kranten weert, is nog altijd bezig met een langlopend onderzoek naar het gebruik van talen in het menselijk verkeer, en naar het verschijnsel dat juist een einde aan het gesprek tussen mensen maakt: massaal geweld.

Van Doorn maakte de oorlog aan den lijve mee, als dienstplichtige in Nederlands-Indië. De Swaan als joods kind in de onderduik. Geweldpleging is voor beide sociologen een brandende kwestie gebleven.

Bij de ’officier’ Van Doorn ging de belangstelling uit naar wat een zo strak geregelde organisatie als het leger tot excessen voerde. Terwijl ’burger’ De Swaan zich tot op de dag van vandaag afvraagt hoe het mogelijk is dat mensen in een beschaafde en vreedzame omgeving zich plotseling overgeven aan moord en doodslag, zoals in de Duitse concentratiekampen gebeurde en korter geleden nog in Rwanda.

De samenloop van het overlijden van Van Doorn en de onderscheiding voor De Swaan onderstreept de wisseling van de wacht die zich de laatste decennia in de sociologie heeft voltrokken. Wereldwijd is er twijfel gerezen over de strenge systematiek en analyse waarmee de sociologen halverwege de vorige eeuw samenlevingen te lijf gingen. Met de geallieerde legers kwam de catalogiserende en registrerende sociologie uit Amerika over.

In Nederland bereikte die een hoogtepunt met de beroemde aulapocket ’Moderne sociologie’ (1959) van Van Doorn en zijn collega C.J. Lammers. ’Structureel functionalisme’, heette die school. Die architectonische naamgeving gaf al aan dat het niet zozeer om een analyse ging, maar om een synthese. De voorstelling van de samenleving van ’Moderne sociologie’ herinnert aan het ’meccano’ van die dagen. Samenlevingen werden opgetrokken uit elementen: normen, waarden, sociale rang, machtsposities. Geen wonder dat deze tak van wetenschap bij de wederopbouw en het uitzetten van beleid een grote rol speelde.

Maar aan het eind van de jaren zestig was de maatschappij te ingewikkeld en te roerig geworden. Ook voor de ijverige vingers van de sociologen. Hardnekkige problemen van maatschappelijke achterstelling, armoede, oorlog en vrede vroegen om een menselijker perspectief en een minder bouwkundig taalgebruik. Een jonge garde van intellectuelen stond te trappelen om de gevestigde wetenschappers een les te leren. Aanvankelijk zochten die jongelingen het in het marxisme en in varianten van het humanisme. Hun boze revolutietaal en wollig medeleven verdreven weliswaar een paar professoren (niet Van Doorn). Maar het gevoel bleef dat de sociale wetenschappen het contact met de sociale werkelijkheid hadden verloren.

De Swaan heeft aan dit generatieconflict in woord en gebaar deelgenomen. Hij was een pleitbezorger van de muzikale jeugdcultuur. Hij schreef in de jaren zestig brutale stukjes die bij de justitiële en academische autoriteiten niet onopgemerkt bleven. Maar De Swaan bezat behalve jeugdige eigenzinnigheid ook een eigen excentriciteit die hem behoedde voor al te veel vertrouwen in idolen. Hij kwam uit een kritisch milieu dat mensen op hun prestaties beoordeelde. Hij had zijn licht opgestoken aan Amerikaanse universiteiten waar het protest tegen de machten minder doctrinaire vormen aannam dan in Nederland. En hij had zich toegelegd op de meest proefondervindelijke én theoretische tak van de sociale wetenschap: de wiskundige toetsing van theoretische modellen aan zorgvuldig verzamelde gegevens.

Begin jaren zeventig promoveerde hij op een proefschrift over hoe politici onderling verbondjes sluiten. Het leek uit de oude school te stammen, maar de zwaarte en zekerheid van de woorden uit ’Moderne sociologie’ had De Swaan ingeruild voor hypothesen en statistische correlaties. Deze virtuele werkwijze had tegelijkertijd meer mogelijkheden en minder pretenties dan de meccano-sociologie. De onontkoombare onzekerheid die uit De Swaans onderzoek bleek, luidde het einde in van de sociale constructivisten met hun vaste bouwstenen, schema’s en beleidsdoelen.

In de volgende jaren verdiepte De Swaan zich in Norbert Elias’ theorie van de civilisatieprocessen. Elias had voor de oorlog in een reusachtig maar onopgemerkt gebleven boek betoogd, dat naarmate de banden tussen mensen van allerlei soort veelvuldiger en hechter worden, de onderdrukking van geile en boze driften toeneemt. Hoe meer vervlochten mensen met elkaar zijn, hoe meer beheersing gevraagd wordt. Toevallig of niet, die kennismaking viel samen met een lange omzwerving van De Swaan in de theorie en praktijk van de psychoanalyse.

Zijn onderdompeling in werken en gebieden met een eigen idioom – de politicologie, de sociologie, de psychoanalyse – hadden makkelijk tot een topzwaar jargon kunnen leiden, dat oningewijden en nieuwsgierigen op afstand moest houden. Maar juist in de jaren tussen 1975 en 1995 schreef De Swaan een groot aantal van de artikelen, columns en essays, zowel in vakbladen als de in de algemene pers, waarvoor hij nu met de P.C. Hooftprijs wordt bekroond. Hij heeft daarin, bijvoorbeeld, over de verzorgingsstaat geschreven, over cultuurbeleid, over mondialisering en over geweld. Ze zijn verzameld in ’De mens is de mens een zorg’ (1982) en ’Blijven kijken’ (1997), en verschillende bundels daartussen.

De Swaan introduceerde nieuwe begrippen als ’verstatelijking’ en ’dyscivilisatie’, maar zijn taal was nooit alleen bedoeld om zijn geleerde collega’s te imponeren of om zich populair te maken bij een groot publiek. Maar al die ’fonkelende zinnen’, zoals het juryrapport ze noemt, leidden wel tot algemene bewondering en internationale wetenschappelijke erkenning. Dat komt omdat de kunsten en toeren die hij met de taal uithaalt – en niemand kan ontkennen dat hij met dubbele bodems en vals licht werkt – steeds de bedoeling hebben om zowel de complexiteit van de werkelijkheid, als van de waarneming te verduidelijken. „Wij liegen de waarheid”, mag hij graag zeggen.

De taal – het vehikel waarin mensen bij voorkeur druk op elkaar uitoefenen – is ook voorwerp van De Swaans onderzoek geweest. In 2001 publiceerde hij een studie over hoe verschillende talen mensen van elkaar scheiden, en hoe mensen al vertalend die talen, en de mensen, weer aan elkaar knopen: ’Woorden van de wereld’.

De samenleving is niet maakbaar, maar wel mensenwerk: beter dan veel sociologen vóór hem is hij erin geslaagd dat aan een groot publiek duidelijk te maken. Dat die opgave zowel eenvoudiger als lastiger is dan de generatie van Van Doorn dacht, laat zich afleiden uit de inhoudsopgave van een klein boekje dat De Swaan voor zijn studenten schreef als inleiding in de sociologie: ’De mensenmaatschappij’ (1996). ’Wat mensen van elkaar nodig hebben’, ’Wat mensen van elkaar verwachten’, ’Hoe mensen onderling verbonden zijn’, enzovoorts. Maar wie alleen maar zijn ’fonkelende zinnen’ in kranten en tijdschrift volgt, komt al veel te weten over zichzelf tussen de anderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden