DE COMMISSARIS WIL NAOTEL'N

Steeds harder roept de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie dat het uit de hand loopt. Te veel overleg, te veel rapporten, te veel boeken, en niemand die resultaten boekt met losgeslagen buitenlandse jongeren. En steeds weer wordt hij voor querulant uitgemaakt. Eric Nordholt houdt stand: "De vraag is niet: mag Nordholt het wel zeggen. Het is mijn plicht dit te zeggen."

"Ik heb ademloos zitten luisteren naar wat rechter Mastboom zondagavond zei voor de televisie" , zegt hoofdcommissaris Eric Nordholt. "Iemand van de zittende magistratuur die zo cynisch en zo schrijnend de rampzalige situatie beschreef waarin het strafrechtelijk bedrijf hier in Amsterdam verkeert. En ik praat dan over de keten politie-openbaar ministerie-rechterlijke macht-gevangeniswezen. Neem de zittingen van de politierechter, iedereen is er: rechter, officier van justitie, advocaat, bode, parketwachter, tolk. En de enige die er niet is, is de verdachte. Een voorstelling zonder hoofdrolspeler. Er wordt rechtgesproken over iemand die door de stad zwerft, die wellicht alweer een kraak zet. Van de tien verdachten komen er misschien twee opdagen, zei Mastboom, en dat vond hij nog veel."

Nordholt onderging de opmerkingen van de Amsterdamse rechter als 'een warme douche'; het deed hem geweldig goed. Tezelfdertijd drong ondubbelzinnig door hoe groot de onmacht is van politie en magistratuur ten opzichte van de criminaliteit in de steden. "De frustratie van de politieman en de rechter is groot, maar erger is het gemis aan geloofwaardigheid in het strafrechtelijk bedrijf" , zegt hij. "In de grote steden is die geloofwaardigheid verdwenen. Ik heb als hoofdcommissaris verantwoordelijkheid voor mijn mensen, voor mijn collega's die de stad leefbaar en veilig moeten maken. Die mensen verliezen zelf het geloof in het bedrijf. Ze weten dat de plegers van een misdrijf die aangehouden worden, niet eens meer worden voorgeleid voor de rechter-commissaris, er zijn toch geen cellen voor. Ze krijgen een soort gele kaart, en dan kunnen ze weg."

Nordholts zorg neemt alleen maar toe, vooral omdat het 'wegzendpercentage' in de hoofdstad vorig jaar is gestegen, terwijl het een jaar eerder nog fors was gedaald. Dat kwam nadat in de hoofdstad de zogeheten 'veiligheidsbedreigende delicten' als overvallen en straatroof uit de pan gerezen waren. Hij zette het offensief in, het openbaar ministerie werkte "loyaal en krachtig" mee, zodat de aangehoudene daadwerkelijk in de cel belandde en daar ook bleef. Resultaat was dat de lijn van overvallen en straatroof daalde, evenals het wegzendpercentage, dat was in dat jaar '91 niet meer dan zo'n 10 a 15 procent.

'Heel Nederland kijkt toe en ziet wat er gebeurt, want de feiten zijn bekend'

Uiteraard is geprobeerd die dalende lijn door te zetten, of op z'n minst het peil van '91 vast te houden. Dat is dus niet gelukt. Het aantal overvallen, straatberovingen en inbraken nam weer toe. Graag zou de hoofdcommissaris deze bedroevende resultaten op het eigen conto schrijven, zodat het bedrijf kan worden aangespoord tot beter en harder werken. Maar zo ligt het dus niet, zegt hij. In mei vorig jaar moest al 70 procent van de straatrovers worden weggezonden, met hun zoveelste 'gele kaart'.

"Zo zie je bij criminelen een opbouw van maanden straf, een soort spaarkaartensysteem. Elke keer een zegeltje erbij" , zegt hij schamper. "En als ze dan gegrepen worden, moeten we ze laten lopen, omdat er geen cellen zijn. Het is om wanhopig van te worden, voor politie, openbaar ministerie en rechters. Erger is dat heel Nederland toekijkt en ziet wat er gebeurt, want de feiten zijn bekend, feiten die ik nu en vorig jaar naar buiten heb gebracht."

Nordholt constateert een aanzuigende werking door deze ontwikkelingen. Vooral op jongeren uit Noord-Afrika, uit Marokko, Algerije, Libie en Egypte. Ze kennen de trucs om binnen te komen, om uit handen van de autoriteiten te blijven, om ze om de tuin te leiden en ze geven die trucs aan elkaar door. In brieven die de politie bij fouillering op hen vindt, blijkt dat. 'Ga daar en daar naar toe', staat er dan, en instructies als: 'eet je paspoort op, gooi het weg, verstop het, zeg nooit tegen de politie waar je werkelijk vandaan komt, zeg dat je uit Beiroet komt'. "Daar is geen bevolkingsadministratie" , zegt Nordholt. "En we zijn gehouden ze terug te sturen naar het land van herkomst, en dat valt dan niet te bewijzen."

Naast het cellenprobleem dus ook nog een uitzettingsprobleem, want zelfs bij identificatie van land van herkomst staan de betrokken regeringen niet te trappelen om de 'boefjes' terug te nemen, hoezeer Nordholt en de zijnen ook proberen hen daartoe te bewegen. Er is een hoge Amsterdamse politiedelegatie naar Straatsburg gegaan om er met Europarlementariers over te praten, hijzelf heeft met de betrokken EG-commissaris gesproken, hij heeft de Marokkaanse consul hier gehad, de Marokkaanse ambassadeur. Hij heeft de zaak aangekaart bij de Marokkaanse minister van minderheden. Alleen om beweging te krijgen in de zaak, maar hij vraagt zich wel af of juist de politie dat nou moet doen.

"We praten over honderden Noordafrikaanse jongeren die de binnenstad teisteren, maar die wij er niet uit krijgen" , zegt hij, "en dan houden op een gegeven ogenblik de mogelijkheden voor de politie op." Het gaat hier om Noordafrikaanse zwerfjongeren die illegaal via Spanje binnenkomen, niet te verwarren dus met de tweede generatie Marokkaanse jongeren die hier via gezinshereniging zijn of die hier zijn geboren. Met die zwerfjongeren valt absoluut niets aan te vangen. Marokkaanse organisaties vragen Nordholt er iets tegen te doen, omdat ze de integratie van de 'legale' Marokkanen ernstig verstoren.

Regelmatig slaat Nordholt hierover alarm, en al even regelmatig wordt hij daarover voor veel lelijks uitgemaakt. Hij is dan iemand die minderheden stigmatiseert, die criminaliseert, die discrimineert, zo gaat het dan. Zoals laatst, met zijn constatering dat van de veiligheidsbedreigende criminaliteit vijftig procent op rekening komt van Surinaamse en vooral Antilliaanse jongeren, los dus van de Noordafrikaanse jongeren, want dan kom je tezamen al snel op zeventig a tachtig procent.

'Ik heb vermoedens dat mensen op Curacao bewust proberen criminele jongeren hier te lozen'

Schoffering was zijn deel, uit de hoek van de welzijnssector, van de Antilliaanse gemeenschap, van allochtonen-organisaties. Hoon vanuit de Tweede Kamer, vanwaar volksvertegenwoordigers lieten weten Nordholts 'klaagzang' zo onderhand uit het hoofd te kennen. Het heeft de hoofdcommissaris slechts gesterkt in zijn mening dat menigeen de kop in het zand steekt of op eieren loopt, uit een overdreven schuldbesef, dan wel angst om voor racist te worden uitgemaakt.

"Waar ik over praat zijn feiten, geen vermoedens" , zegt de hoofdcommissaris. "En die horen bekend te worden gemaakt. De vraag hier is niet: mag Nordholt het wel zeggen. Het is mijn plicht dit te zeggen, net zolang tot er oplossingen gevonden worden. De positie van de jonge Antillianen is vergelijkbaar met die van hun Marokkaanse leeftijdgenoten. Die situatie wordt steeds beroerder, geen of weinig kans op werk door taalbarriere en gebrek aan scholing, en steeds minder perspectief."

Vroeger, in de jaren zestig, had men het niet eens over Antillianen, zegt hij, men sprak over 'mensen uit de West', net als nu voornamelijk afkomstig uit Curacao. Toen verliep de integratie probleemloos, de jonge Curacaonaren kwamen hier om te studeren. Maar na de opstand in Willemstad, eind mei 1969, kwam de kentering, de houding werd meer en meer antiNederlands, op school verdreef het Papiamento de Nederlandse taal. Die kentering is nu voelbaar in 'het moederland', eigenlijk al sinds 1985, vindt Nordholt. Het betreft dan hier de probleemgroep Curacaose jongeren die geen Nederlands spreken, die in veel gevallen op Curacao al in een crimineel circuit zaten, of er hier na aankomst snel inrollen. "Jongeren, van wie - laat ik het heel elegant formuleren - een aantal partijen op het eiland het zeker niet spijt dat ze naar ons toe zijn gegaan" , zegt hij. "Nee, ik kan niet aantonen dat er een beleid achter zit. Darvoor moet je keiharde bewijzen hebben, en die zijn niet zodanig dat ik die hier uitspreek. Ik heb wel mijn vermoedens dat mensen daar heel bewust proberen die criminele jongeren hier te lozen. Welke mensen? Betrokkenen die met de problemen daar geconfronteerd worden, geluiden die we opvangen, zijn dat jongeren in het gevang al na drie dagen vrij komen en op een vliegtuig worden gezet naar Nederland, voor wie het ticket al is betaald, die het ticket soms door het luikje in de cel krijgen aangereikt. Jongeren die door de politie wegens een misdrijf daar worden opgepakt en uiteindelijk hier belanden. Op elke vlucht uit Curacao zit een aantal van die jongeren die niet zullen teruggaan. En het zullen er meer worden, zolang er op Curacao niet wordt geinvesteerd in de drie pijlers waar ik steeds op hamer: in werk, scholing en huisvesting. Indien dat niet gebeurt, zal de stroom jongeren toenemen. Jazeker, minister Hirsch Ballin weet daarvan."

Onlangs nog is Nordholt op Curacao geweest. En uiteraard heeft hij deze zaken doorgesproken met het eilandbestuur, met de gezaghebber. De schrik was groot toen hij de wanhopige situatie schetste, ook bij gedeputeerde Peternella Pieters-Kwiers. "En van haar heb ik nooit gehoord dat ik stigmatiseerde." Nordholt kon hen overtuigen, en ik elk geval is dat winst, vindt hij. Zij vroeg hem ook adviseur te worden van een task force die een plan van aanpak moet ontwikkelen en waarvan zij voorzitter is. Hij heeft 'ja' gezegd, maar sindsdien heeft hij niets meer gehoord.

Alsof hij zich wil verontschuldigen, legt hij er telkens weer de nadruk op dat hij de feiten, de feiten en niets dan de feiten weergeeft. "Meneer Amzand, coordinator minderheden in de Bijlmer, zegt dat ik onvolledig ben met mijn cijfers over de Surinaamse en Antilliaanse jongeren. Dat ik ook andere delicten moet nomen. Maar het zijn de naakte feiten, en let wel, niet alleen zeventig procent van de aanhoudingen bij straatroof, overvallen en inbraken zijn allochtonen, ook van de aangiften. Over die feiten moet je spreken, want als je zwijgt, houd je de integratie tegen. De reactie is vaak: Nordholt noemt wel die cijfers, maar kijk 's naar al die andere ernstige misdrijven. Welnu, de georganiseerde misdaad is in handen van witte mensen, milieudelicten worden gepleegd door witte mensen, net als grote EG-fraudes. Dat zijn grote, ernstige delicten, gepleegd door Nederlanders, die onze samenleving, onze democratie schaden, en bij voortwoekeren die zelfs kunnen ondermijnen, zoals in geval van de georganiseerde misdaad. Kijk naar de VS, naar Italie, naar bepaalde ontwikkelingen in Belgie."

'Als je de feiten ontkent of ze liefdevol toedekt, kweek je rechts-extremisme'

Maar dat zijn delicten die niet direct van invloed zijn op de onveiligheidsgevoelens van de burger, vindt Nordholt, de delicten waarover hij spreekt hebben bij uitstek daarmee van doen. En dat gevoel van onveiligheid kan snel omslaan in een racistisch gevoel, het 'hekel krijgen aan . . .'

Hij worstelt met het dilemma of hij, door er zo over te praten, al of niet het racisme aanwakkert. Aan de andere kant: hoe kan hij erover zwijgen en over integratie spreken? Hij weet het nog goed, zo'n 25 jaar geleden kwamen onderzoekers van de universiteit tot de conclusie dat de politie te veel een naar binnen gekeerde organisatie was, en dat ze meer moest 'signaleren'. "En nu we signaleren, zegt men: wilt u alstublieft de mond houden. Dat is toch een krankzinnige ontkenning van de realiteit. Ze denken zeker dat onze signalerende taak bestaat uit het constateren dat hier een paal scheef staat, daar een verkeerslicht kapot is en ergens een gat in het wegdek zit. Mijn dienders in de stad zien de problemen die ik schets, en zij niet alleen, de mensen in de oude wijken ook, en als je dat ontkent of het maar liefdevol toedekt, kweek je rechts-extremistisch ressentiment. Want als hoofdcommissaris mag je niet slechts de helft benoemen en daardoor de helft weglaten, dan versterk je het gevoel bij de mensen dat ze in de steek worden gelaten."

Hij vraagt zich af wat stigmatiserend is. Praten over een criminele groep kansarme jongeren uit Polen of uit Denemarken vast niet, want die zijn blank. Praten over een criminele groep kansarme Antillianen wel, want die zijn zwart, en dan wordt het een taboe. Hij begrijpt dat niet, hij kan het hoogstens verklaren uit een gevoel van 'goed zijn na de oorlog', uit een calvinistisch schuldbesef over het Nederlandse koloniale verleden. "Wij hebben de slavernij zowat uitgevonden. Bovendien is de term 'apartheid' nog steeds een Nederlands woord."

Hij is absoluut niet somber over de tolerantie in zijn stad. Amsterdammers zijn tolerant, vindt hij, maar tolerantie bestaat bij de gratie van het noemen van de dingen bij hun naam. Als dat niet meer kan, is er geen tolerantie meer, dan krijg je geweldige spanningen.

Hij verbaast zich over de opstelling van 'zijn' partij, de Partij van de Arbeid. Jarenlang was het not done om over veiligheid te spreken, nu lijkt de PvdA bezig aan een ideologische inhaalmanoeuvre, "met vallen en opstaan, en met een overmaat aan handhavingsdrang" . Maar pas op, hij wil de politiek geen verwijt maken, vroeger heeft hij weleens gezegd dat de politiek er geen vat meer op heeft, maar hij ervaart dat de politici steeds meer op de hoogte raken van de situatie. Alleen, men bereikt geen resultaat.

De burger ziet de politie als laatste redmiddel, haast als vervanging voor de politiek. Hij krijgt legio brieven, hij wordt er op straat ontelbare malen op aangesproken, dat de dingen die hij aan de orde stelt, dat het daar inderdaad over gaat. Ook in de Bijlmermeer.

'Een toenemende geweldsspiraal, ook achteraf onnodig geweld, totaal losgeslagen'

Vroeger had je vooral de Surinaamse jongeren, nog eerder de Ambonese jongeren, maar die zijn nu bijna volledig geintegreerd. En anno nu zijn de allochtonen in de grote steden de nieuwe kanslozen, zegt Nordholt, die daar bovenop een verharding in de criminaliteit waarneemt. "Een toenemende geweldsspiraal, niet slechts bij het plegen van overvallen en straatroof, maar ook achteraf, onnodig agressief geweld, totaal losgeslagen." Hij wijt dit aan het ontbreken van bestraffing wegens tekort aan celruimte.

Hij voorziet dan ook een exponentiele toename in de behoefte aan cellen, en de huidige planning zal dan ook nooit kloppen, daarin is immers geen rekening gehouden met de aanzuigende werking van deze losgeslagen situatie. Maar hoewel hij pleit voor een overmaat aan cellen, ziet hij in het opsluiten echt niet de oplossing. Ook niet in enkel de bouw van meer cellen, het beleid moet op een tweede spoor gezet worden: het bieden van een perspectief, via scholing, werk en huisvesting.

Laatst overlegde hij met directeur Rabbae van het Nederlands centrum voor buitenlanders. Ze kwamen tot de conclusie dat er ideeen zat zijn om de situatie van die jongeren te verbeteren. "Het is alleen vreselijk moeilijk om ze uit het circuit te halen. Je moet ze er een voor een uit plukken, en ze voor de keus stellen: of je gaat de bak in als first offender, of je gaat er iets aan doen, en wij helpen je. Het moet heel kleinschalig, ik deel de visie van Jan Schaefer: beter duizend keer drie man aan het werk dan een keer drieduizend, want de grote projecten mislukken toch."

Hij heeft een pesthekel gekregen aan alle dikke rapporten met voorstellen en plannen ter verbetering van de positie van de allochtone jongeren, "daar hebben we al gebouwen vol van" . In mei vorig jaar kwam wethouder Ada Wildekamp van sociale vernieuwing al met een werkgelegenheidsproject voor honderd Marokkaanse jongeren, dat is nu gelukkig gestart. Voor hem tellen niet meer de plannen vooraf, alleen nog resultaten, zoals de Groninger zegt: 'Naotel'n'.

"De bewindslieden komen echt niet met de ogen dicht naar Amsterdam" , zegt hij, "maar dan komt alles weer in een krankzinnig overlegcircuit, en dan stokt het. Te veel overleggroepen, te veel rapporten, te veel boeken. Die klankbordgroep van Van Kooten en De Bie, afgelopen zondag, was prima. Mijn gevoel kon niet mooier worden verbeeld dan door wat die quasi-professor daar zat te zeveren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden