De comeback van de Glasgow Boys

Een groep tegendraadse Schotse kunstenaars trok rond 1885 met ezel en al richting platteland. Deze 'Glasgow Boys' zijn nu te zien in Assen.

Zeggen de namen James Guthrie, Edward Hornel of John Lavery u niets? Dat is geen schande. Lang waren deze Schotse negentiende-eeuwse kunstenaars alleen onder specialisten bekend. Totdat een tentoonstelling met hen en geestverwanten, in Glasgow en Londen in 2010, onverwacht een kaskraker werd. Het Schotse publiek omarmde haar eigen vergeten kunststroming, de 'Glasgow Boys'. Een stroming van twintig kunstenaars die tussen 1880 en 1890 niet alleen hun woonplaats, maar ook leermeesters, talent en inspiratiebronnen deelden.

Inmiddels hebben alle grote Schotse kunstmusea wel een hoekje of zelfs een zaal voor 'hun' Boys vrijgemaakt, ergens tussen de verstilde portretten van Whistler en de ontwerpen van Mackintosh. De eenvoudige landschappen met of zonder verstilde kinderen, portretten en Japanse scènes zijn nu de lokale variant op het impressionisme. De komende maanden is een groot deel van die schilderijen in het Drents museum te gast. Geen toeval: juist de Nederlandse landschappen van de Haagse-Schoolkunstenaars waren belangrijke voorbeelden voor de Schotten.

undefined

Werkelijkheid

Wat hun tijdgenoten deden, dat wisten we al: wie het Kelvingrove museum in Glasgow doorloopt, struikelt nog steeds bijna over de grote doeken met belangrijke gebeurtenissen uit de Schotse geschiedenis, paarse heidevelden en de Highlands. Volgens de klassieke kunstacademie rond 1880 waren andere onderwerpen niet gepast - dwarsliggers mochten niet exposeren en geen lid worden van de kunstenaarsclubs. Maar één groepje jonge schilders wil naar voorbeeld van Fransen en Nederlanders de werkelijkheid tonen zoals hij is.

Bij een door de Haagse School bevlogen verzamelaar, John Forbes White, treffen ze elkaar. Op initiatief van James Guthrie (1859-1930) trekt die groep in de zomer naar Frankrijk en naar de eigen Schotse kust om daar duinen, boeren en kinderen te schilderen. Guthrie richt zich op de bewoners, zoals bij het herfstachtige 'Dochter van een boerenknecht', onbelangrijker kán niet, in de ogen van de kunstelite. Het meisje kijkt met een pasgeplukte bloemkool in haar hand recht naar de toeschouwer. Het gezicht is zorgvuldig uitgewerkt, maar de achtergrond is vlekkerig en suggestief, alsof een impressionistische Fransman die had geschilderd. Vol bewondering waren de jongens ook over het werk van Jean Bastien-Lepage (1848-1884): een Franse schilder die realistisch wist te schilderen zonder een greintje romantiek of sentiment.

In 1885 heeft de groep een eerste tentoonstelling in Glasgow, Guthrie toont er zijn frisse ganzen met hoedstertje ('Naar een nieuwe weide'), en samen met zijn gelijkgestemden maken ze indruk op de verveelde kunstkenners. Hun afkeer van regels zorgt ervoor dat ze ook elkaar geen principes opleggen, geen manifest dus of lidmaatschap. Lastig voor de historici: zelfs een naam is al te veel, ze noemen elkaar simpelweg 'the Boys'.

In de glooiende zuid-westhoek van Schotland, in Kirkcudbright (je zegt 'kirkoebrie'), aan de monding van de Dee, zoeken Edward Hornel (1864-1933) en de vier jaar oudere George Henry vanaf 1885 naar een meer decoratieve, symbolistische stijl. Hornel schildert in die eerste tijd in Kirkudbright vooral meisjes, zittend in het gras, met grote, haast 'abstracte' kleurvlekken. Maar ook bij hem blijft het gezicht precisiewerk.

undefined

Potentiële kopers

Niet iedereen focust op het platteland. John Lavery begrijpt al snel dat de potentiële kopers zich niet tussen de boeren bevinden, en verschuift zijn aandacht naar de elite. Zo maakt hij 'Een rally', uit 1885, een schitterende momentopname uit een tenniswedstrijd. De witte rok van de dame die net met haar racket naar een bal duikt, is niet alleen onhandig lang, maar vooral uitermate zwierig en beweeglijk gefixeerd.

In 1888 trekt heel Schotland naar Glasgow. Daar vindt namelijk de 'Glasgow International Exhibition' plaats, de wereldtentoonstelling. waar de Glaswegians (zoals de bewoners van Glasgow zichzelf noemen) de wereld het beste op het gebied van wetenschap, kunst en industrie uit hun stad kunnen tonen. Mocht de sfeer rond de Glasgow Boys u tot nu toe iets te gezapig en bloemerig zijn: Glasgow was in een eeuw vertienvoudigd in inwoneraantal, het was de tweede stad in het Britse Rijk en het was uitgegroeid tot een grijze, smerige industriestad.

Tegenwoordig staat er op het toenmalige tentoonstellingsterrein een nieuwer gebouw, dat neergezet werd bij de wereldtentoonstelling van 1901, maar de sfeer is nog steeds voelbaar. 'Let Glasgow Flourish' staat er boven de enorme toegangsbogen, en dat doet het: het herbergt het Kelvingrove museum, dat al sinds de oprichting in 1902 ook veel werk van 'the Boys' in bezit heeft.

1888 was ook het begin van het uiteenvallen van de groep, ze kiezen hun eigen weg. Op de wereldtentoonstelling verkoopt de commercieel ingestelde Lavery schetsen die hij ter plaatse maakt, en krijgt daardoor zelfs de opdracht een groot schilderij te maken van het bezoek van Queen Victoria. Henry Guthrie schildert zonovergoten theescènes met rijke dames en wordt in 1888 lid van de ooit zo verachte Royal Academy in Edinburgh.

In 1890 is er nog één gezamenlijke tentoonstelling, in Londen, die zorgt voor internationale roem in Europa en de VS.

Dan zwermen de Boys uit. Hornel en Henry raken gefascineerd door de Japanse prentkunst, verblijven in 1893 zelfs een jaar in het land. Dat ook zij daarbij niet meer naar de directe waarneming werken, is makkelijk te vergeven. Hun fleurige, zorgvuldig gearrangeerde aquarellen en schilderijen zijn, net als hun eerdere werk, nog steeds een feest voor het oog.

'The Glasgow Boys: Schots impressionisme 1880-1900', Drents museum, Assen, 22 september t/m 7 februari 2016. De uitgebreide catalogus kost 24,95 euro (Wbooks).

George Henry, 'De kotospeelster' (aquarel, 1894), Glasgow Museums

Edward Hornel, 'Musicerend gezelschap' (1894), Aberdeen Art Gallery & Museums Collections

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden