De combinatie van erotiek en dood leidt bij Felicien Rops tot een lange rij voorstellingen.

Een naakte vrouw neemt een gekruisigde, maar breed grijnzende Christus zijn windsels af. En ook al weer een naakte Maria Magdalena masturbeert voor een gekruisigde fallus. De heilige Antonius valt voor de bekoring van een gekruisigde lichtekooi. Het zijn beelden die in de preutse dagen van de 19de eeuw terecht commotie wekten. De vraag is zelfs gewettigd dat wanneer de maker ervan, de Belgische schilder Félicien Rops (1833-1898) zich niet voldoende controversieel wist, hij er zelf nog best een schepje bovenop had willen doen.

Het oeuvre van Rops (het type vrouw dat hij afbeeldde werd al bij zijn leven Ropsiennes genoemd) is tegenwoordig niet echt bekend meer. Dertig jaar geleden maakte het werk echter een ware revival door, toen in West-Europa plotseling belangstelling ontstond voor 'libertijnse' voorlopers van de toen heersende vrije geest.

Nogal wat Belgische schilders hebben zich in het verleden met die combinatie van erotiek of seksualiteit en dood(sdrift) beziggehouden. Denk aan René Magritte, aan Paul Delvaux, in mindere mate aan James Ensor, maar ook aan de Fransman Gustave Moreau die in het milieu van de schrijver J.K. Huysmans tot door en door decadent werk kwam, aan een Duitse schilder als Böcklin. Maar geen van deze collega's ging zo ver in een bewust doorgedreven perversie als Rops.

Kon dat gegeven de libertinisten van de jaren zeventig nog wel bekoren, tegenwoordig wordt niemand meer opgewonden van een naakte, op hoge kousen paraderende hoer die geblinddoekt haar varken aan de buitenlucht laat snuiven. Dit soort anekdotiek is in de afgelopen decennia met name door de fijnschilders zo vaak geschilderd dat het als onderwerp volkomen plat is geworden. Nu de spanning ervanaf is, kan Rops echter wel als een min of meer 'gewone' kunstenaar worden bekeken. Waarbij het meteen opvalt hoe obsessief hij de verhouding tussen man en vrouw onderging. Kunst maken en leven viel bij Rops volkomen gelijk. Zijn onderwerpen haalde hij uit het dagelijks leven dat voor hem gelijkstond aan zijn eigen handel en wandel.

Félicien Rops werd in het Waalse Namen geboren in een bemiddeld gezin waar hij ook liefde voor de kunst zou opdoen. Vanaf zijn tiende werd hij naar een jezuïetenschool gestuurd waar hij zijn levenslange afkeer voor de clerus opdeed. Nooit, maar dan ook nooit komen de kerk, heiligen en Christus incluis, er in zijn werk goed van af.

Goed leren tekenen moet hij op de kunstacademie in Namen hebben opgedaan, in de betrekkelijke korte periode van twee jaar, want in 1851 gooit hij het roer bruusk om en gaat rechten studeren in Brussel. De eerste keer dat hij met zijn spottende prenten naar buiten kwam, ligt zo rond zijn volwassenheid, toen hij medewerker werd van het satirische tijdschrift Le Crocodile.

Enkele jaren later, in 1856, richtte hij trouwens met behulp van een kleine erfenis van zijn vader een eigen tijdschrift op met de titel Uylenspiegel. Nog geen twintig jaar oud besloot hij een welgestelde vrouw te trouwen. De bruidsdagen verliepen stormachtig, maar Rops zou het bij haar echter maar kort uithouden, al bleef zijn vrouw hem veel langer trouw.

Félicien Rops raakte gesteld op korte, maar intense prikkels en kon zich niet voor een langere tijd verbinden. Tijdens zijn huwelijk kondigde hij aan om zich voortaan in Parijs aan de schilderkunst te wijden. Het bleek een dekmantel te zijn voor een veel omvattender project dat Rops tot op hoge leeftijd wist te continueren: een ménage à trois met de twee zusjes Duluc, die hem elk een kind schonken.

De dames waren modistes (ze hebben onder het wakend oog van hun man zelfs in de Verenigde Staten een modezaak opgezet), maar Rops liet ze naakt op straat trippelen. Misschien heeft hij dat ook met andere relaties gedaan; hoewel hij aan zijn eigen vrouw (die hem twee kinderen gaf) en de zusjes Duluc de handen vol moeten hebben gehad, presteerde hij het om tot acht keer een geruchtmakende liaison op te zetten.

Zijn onverzadigde honger naar 'de vrouw' wordt in de tekeningen niet gesublimeerd. Rops koos bewust voor niet-professionele modellen omdat die hem in de hoek van het klassieke, wat afstandelijke naakt zouden brengen. Nee, voor Rops mocht het allemaal geilheid zijn wat de klok sloeg, maar altijd met een venijnige ondertoon die ook zozeer ten grondslag ligt aan de verhouding Eros-Thanatos.

Zoals gezegd, Rops zal de kijker van de 21ste eeuw niet meer shockeren. Hij is een verdienstelijk tekenaar, met een handig gevoel voor licht en donker dat hij ook graag gebruikt om eventuele technische onvolkomenheden te maskeren. Vanwege de ongemene dreun waarmee hij steeds het zelfde onderwerp aanpakte, is Rops geen echte topper als de veel subtielere Magritte of Böcklin. Wel verdient hij het om een betere plaats in de musea te krijgen dan hij nu heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden