De club gaat niet verloren

Achter de pompeuze gevel van de Club Prince Albert in Brussel heeft zich een schandaal voltrokken. Een adjudant van de club verduisterde zo'n 600 000 euro alvorens de militaire politie hem te pakken kreeg. Dat was zeker dezelfde adjudant die laatst onze reservering vergat, mailde ik Erwin vorige week voor de grap. Erwin was tijdens zijn dienstplicht reserve-officier in het Belgische leger en heeft elk jaar trouw zijn lidmaatschap van deze statige officiersclub verlengd.

Zo komt het dan wij zo nu en dan triomfantelijk onder de poort door rijden, de parkeerplaats op van 'de CPA' in het centrum van de stad. We stappen uit in het voorgeschreven conservatieve pak met stropdas en knikken de wachtende soldaatchauffeurs beminnelijk toe. Even kijken of de neuzen van onze schoenen wel glimmen en dan melden we ons voor de lunch. In de kantine beneden, voor de kersteditie van een kazernemaaltijd, of in het chique restaurant boven voor een diner à la carte.

Mijn ervaringen met het Belgische leger zijn schaars en bevinden zich aan de twee uitersten van het militaire leven. In de CPA geeft het tapijt de bezoekers een verende tred en blinkt alles als een spiegel. We kiezen er een goede wijn bij het eten en na de maaltijd begeven we ons naar de bar om in een luie stoel een koffie met een cognac te nuttigen. Mijn andere ervaring met het Belgische leger is een modderige mars in de Ardennen, van Arlon naar Vielsalm, met de Ardense Jagers. Een Nederlands en een Belgische bataljon dienstplichtige soldaten, zwaarbepakt, natgeregend en slechtgehumeurd, totdat de leiding vaten bier liet aanrukken. Hoewel ik me geen enkele naam kan herinneren waren we binnen enkele uren vrienden voor het leven met de Belgen. We dronken ons te pletter en liepen de volgende dag weer als kieviten.

Ik beschrijf het met enige schroom, want jolige verhalen uit de militaire dienst zijn wel het meest tragische genre dat er bestaat. Zelden zijn ze leuk voor wie er niet bij was. En altijd getuigen ze van vergane glorie: ,,Dat waren nog eens tijden”. Toegegeven, ook de CPA ademt deze sfeer. Wij zijn dertigers, maar zelfs als we met ons vieren zijn krijgen we hier de gemiddelde leeftijd niet omlaag. Er zitten generaals en kolonels die duidelijk in actieve dienst zijn, maar de meeste cliëntele is reeds lang met pensioen. Oude kerels, begeleid door hun volgzamevrouwen, die bleven steken in een langvervlogen militair verleden en daar tot in den treure over praten.

Grijze duiven, belegen verhalen, en toch is de CPA een uniek stukje België. Dat zit 'm in het volmaakte, uitstervende soort bescherming dat je hier ervaart. De club is een wereldje op zich, het ultieme product van een overheid die zich vanouds schatplichtig voelt aan de mensen die ooit vochten voor het vaderland. Wie hier het zilveren bestek hanteert, tussen de statige schilderijen en omgeven door dienstbaar personeel, heeft het verdiend, is de boodschap. Ook na meer dan vijftig jaar vrede, en ook nu de gemiddelde leeftijd in het Belgische leger tot 37,5 jaar is gestegen.

Zelfs het feit dat wij er zitten doet geen afbreuk aan de sfeer in de CPA. We praten nooit over militaire zaken. Onze oorlogservaring is nul en we zijn geenszins van plan het op te doen. Maar we genieten van de curiositeit, het reservaat dat de CPA is, en door ons aan de regels te houden spelen we het spel mee. Dat een adjudant met zijn vingers in de kas heeft gezeten is alleen maar een reden temeer om trouw te zijn aan de club. Zoals ook Erwin het al zei, met een dikke knipoog: We moeten er gauw weer eens naar toe. Om de kas aan te vullen, om te tonen dat de CPA niet verloren gaat. Samen even de schijn ophouden, een paar uurtjes maar. En dan lekker weer naar buiten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden