Column

De cirkel waarin Cocu al langer gevangen is

Henk HoijtinkBeeld Maartje Geels

Oh, wat houd ik, bij het begin van dit nieuwe seizoen, mijn hart vast voor Phillip Cocu. In oktober vorig jaar schreef ik dat hij weg moest bij PSV, voor zijn eigen bestwil. Hij zit er nog, trainer nu van een van de slechtste ploegen in de clubhistorie daar - ik kan me zo gauw geen slechtere voor de geest halen.

Er werd destijds vreemd van opgekeken. Dat was toch helemaal niet aan de orde, Cocu wel of niet weg? Nee, dat niet, en zoveel mogelijkheden zou hij ook niet hebben gehad. Hij zat al in de cirkel waarin eerder Frank de Boer werd gevangen: mindere of geen prestaties in Europa, (steeds) minder goed in de markt.

Je kon het ook anders bekijken, werd gezegd. PSV zou een nieuw team kunnen samenstellen: geen andere trainer, andere spelers. Formeel klopte dat. Maar je kon voorzien dat het financieel beperkte PSV geen beter team bijeen zou kunnen krijgen en dat de pijlen zich dan vroeg of laat op Cocu zouden richten, in de sferen waarin trainers steeds meer worden bekeken: als poppenspelers die alles aan een touwtje moeten kunnen hebben.

Elke trainer - ja, zelfs Zinedine Zidane bij Real Madrid - heeft spelers nodig die op het veld iets voor hem kunnen doen. Niet eens in de eerste plaats doelpunten maken, nee, de boel bij elkaar houden, aanvoelen wat een wedstrijd wanneer vraagt. PSV en Cocu hadden in dat genre de Mexicaan Andrés Guardado, de leidsman in het seizoen waarin de tweede ronde van de Champions League werd bereikt. Maar hij werd minder, en te voorzien was dat PSV niet zomaar weer zo’n speler zou kunnen halen. Dat Guardado was gekomen, was mede een gelukje geweest: geen andere speler van die statuur gaat in onze kleine competitie spelen.

Som, nu hij en zijn landgenoot Héctor Moreno weg zijn, de spelers van PSV op: karakterologisch vlak, stuk voor stuk. Zo vreemd was de uitschakeling in de Europa League door het Kroatische NK Osijek niet. Zoiets kán gebeuren, hoe modaal de tegenstander ook mag zijn, met spelers die weinig tot niets bij zichzelf teweeg kunnen brengen, laat staan bij elkaar.

Pikorde

Een voorbeeldje uit het verleden. Ronald Koeman moest in 2005 weg bij Ajax. Hij kon niet omgaan, heette het, met jonge spelers. Met diezelfde jonge spelers was hij ver gekomen, maar ze dachten het zelf al te kunnen en voor de trainer was er geen houden meer aan. Anderhalf jaar later kwam Koeman bij PSV terecht. Cocu speelde er, de Belg Timmy Simons, André Ooijer nog even. Koeman herkende de natuurlijke pikorde, zoals het in zijn tijd was, zoals het in een ploeg onvermijdelijk moet zijn, zoals het nu ook bij Real Madrid is: er waren er die spelers óók bij de les konden roepen. Hij, de trainer, was niet de enige, uiteindelijk dan altijd verzet oproepende boeman.

Is dit te vriendelijk voor de trainer gedacht, te coulant? In het beeld van hem als de poppenspeler wel: Cocu heeft nu deze spelers, hij moet maar zorgen dat het wat wordt. Maar als zijn denk-niveau gewoonweg hoger ligt? Wie of wat een goede trainer is, zal nooit eenduidig te definiëren zijn, maar Cocu is de enige trainer die dit decennium met een Nederlandse ploeg de groepsfase van de Champions League overleefde. Wie hem Europese wedstrijden hoorde analyseren, zag hem spelen, de grote voetballer die hij was, hulp ook voor de trainer.

Lach me er gerust om uit, maar zoals ik dit seizoen graag had gezien hoe Ronald Koeman het bij Barcelona zou hebben gedaan, met spelers die iets voor je doen, zo had ik dat echt ook van Phillip Cocu weleens willen zien - de trainer voor wie ik nu vrees met toenemende vreze.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden