De CIA bleek midden jaren tachtig blind voor de problemen van de toekomst

Beeld Trouw

Het zal niet vaak zijn voorgekomen dat een CIA-rapport opende met woorden van een vooraanstaande Franse intellectueel. 

"Er tekent zich in het intellectuele leven van dit land een nogal spectaculaire lethargie af. Zo’n stilte, zo’n leegte heb ik nog nooit meegemaakt. Het is alsof er in de familie iemand gestorven is." Dat zijn woorden van Alain Touraine, vooraanstaand socioloog van de postindustriële samenleving. Ze staan boven een vertrouwelijk rapport over ‘de desertie van de linkse intellectuelen’ in Frankrijk uit 1985, dat onlangs openbaar gemaakt werd. 

Touraines woorden waren op een wrange manier letterlijk waar. De filosoof en historicus Michel Foucault was net een jaar eerder ten offer gevallen aan aids. In 1980 was de semioloog Roland Barthes slachtoffer geworden van een auto-ongeluk. Luttele weken na hem stierf Jean-Paul Sartre, boegbeeld van een eerdere generatie invloedrijke filosofen. Simone de Beauvoir zou een jaar na het rapport overlijden.

Van afnemende intellectuele veerkracht was in die jaren echter allerminst sprake. De invloed van Foucault – volgens het rapport de diepste in invloedrijkste denker van Frankrijk – begon internationaal op stoom te komen. De socioloog Jean Baudrillard kreeg met zijn onorthodoxe theorieën over de werkelijkheid als ‘drogbeeld’ breder gehoor. Filosofen als Jacques Derrida en Gilles Deleuze waren op het hoogtepunt van hun creativiteit.

Die laatsten komen in het CIA-rapport niet voor. Des te meer aandacht krijgen filosofen en publicisten als Bernard-Henry Lévi en André Glucksmann, die zo’n tien jaar eerder luidruchtig het publieke debat waren binnengestormd met de boodschap dat het afgelopen moest zijn met de extreem-linkse, sovjet-vriendelijke voorkeuren van de Franse intelligentsia.

Dat beviel de opstellers van het CIA-rapport wel – al moesten ook zij constateren dat de ‘nieuwe filosofen’, zoals zij genoemd werden, daarmee het grootste deel van hun kruit verschoten hadden. Met de publieke rol van de Franse intellectuelen was het gedaan, aldus de CIA.

Nieuw rechts

Een uitzondering vormde misschien de beweging van ‘nieuw rechts’, die zich in die tijd met veel intellectueel vertoon verzette tegen het linkse gelijkheidsdenken. Maar uiteindelijk voorspelde de CIA dit nieuwe elitisme evenmin een grote toekomst. Zij kreeg gelijk. Vlak daarna werd ‘Nieuw Rechts’ van de kaart geveegd door het populisme van Jean-Marie Le Pen, dat weinig boodschap had aan geleerde boeken met voetnoten en Duitse citaten.

De website Open Culture, die het CIA-rapport wijdere verspreiding gaf, presenteert het als een analyse van de ‘macht van postmoderne filosofen’. Dat is vreemd, want er was weinig postmoderns aan Lévy of Glucksmann, om van Nieuw Rechts maar te zwijgen. Een schot voor open doel, zoals de clandestiene colleges die Jacques Derrida kort daarvoor in Praag gegeven had en zijn uitwijzing door het regime, laat het rapport achteloos passeren. De CIA leek zozeer verwikkeld in de Koude-Oorlogstegenstelling dat het geen raad wist met denkers die beide systemen bekritiseerden, aldus Open Culture.

En daardoor miste het ook de volgende uitdaging waarmee de Verenigde Staten geconfronteerd zouden worden. De Culture Wars die het land inmiddels verscheuren vinden deels hun inspiratie in de postmoderne kritiek op de vanzelfsprekendheid van identiteit en hiërarchie. De ‘deconstructie’ van de geslachtelijke tegenstelling tussen man en vrouw, van het privilege van de (blanke) huidskleur of de ‘toeëigening’ van andermans tradities en cultuur zijn al lang geen louter academische kwesties meer.

Of dat erg goed heeft uitgepakt is een hachelijke vraag. Zelfs aan de universiteit van Berkeley, waaraan het eind van de jaren zestig het studentenprotest begon, is inmiddels het debat volledig verziekt, zo constateert NRC-Handelsblad. De culturele polarisering die het land al langere tijd verdeelt is met het presidentschap van Donald Trump tot uitbarsting gekomen en bedreigt zo langzamerhand de eenheid van het land.

Zo voerde ook de CIA in het midden van de jaren tachtig nog een oorlog die eigenlijk al voorbij was en bleek ze blind voor de problemen van de toekomst. De val van de muur en de triomf van het liberalisme leken haar enkele jaren later gelijk te geven. Daarmee bleek de politieke geschiedenis echter nog niet aan haar einde te zijn gekomen, zoals de Amerikaanse politiek-filosoof Francis Fukuyama aanvankelijk dacht. Ze verschoot veeleer van kleur. De Koude Oorlog werd een cultuuroorlog en het IJzeren Gordijn werd een scheidslijn dwars door Amerika heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden