De christen en de overheid

Christenen hebben het maar zwaar; ze dragen de last van de vrijheid. Waar het leven van orthodoxe joden en moslims wordt geregeerd door een uitgebreid stelsel van gedragsregels, daar moeten christenen het min of meer zelf uitzoeken.


Zeker, de katholieken hebben hun rituelen, en ik wil hier niet een heel volksdeel beledigen door te beweren dat katholieken geen echte christenen zijn, maarrr... er zijn wel veel onbijbelse invloeden in het katholicisme terechtgekomen. Dat krijg je als je het Romeinse Rijk wilt voortzetten.


Christenen die zich op de Bijbel baseren, krijgen weinig specifieke leefregels mee. Als Jezus zegt dat jota noch tittel van de Thora voorbij zullen gaan (Mattheüs 5 vers 18), heeft hij het tegen zijn Joodse volgelingen. De SGP, allesbehalve dom, baseerde haar argument voor de doodstraf dan ook niet op de wetten voor Israël, maar op het verbond met Noach (Genesis 9 vers 6).


Voor het orthodoxe jodendom kunnen niet-Joden volstaan met het naleven van de zeven wetten voor de benee-Noach, de afstammelingen van Noach. Niet-Joodse christenen met wat meer ambitie kunnen de vermaningen van de apostel Paulus als leidraad nemen. Enkele zijn specifiek, de meeste laten ruimte voor interpretatie en het eigen geweten.


Tegenover die vrijheid staat Paulus' bevel in Romeinen 13 om de overheid te gehoorzamen. "Alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd" (Romeinen 13 vers 1). Er is door christenen veel geworsteld met deze bijbeltekst. Geldt die ook voor een boosaardige overheid? Het antwoord kan, lezende Paulus' woorden, niet anders dan 'ja' zijn. En waarom zou een boosaardige overheid niet door God geordineerd kunnen zijn? Verhardde Hij niet Farao's hart (Exodus 7 vers 3)?


Een bijbels argument tegen gehoorzaamheid aan een dergelijke overheid is een uitspraak van de apostel Petrus dat men God meer gehoorzaam moet zijn dan de mensen (Handelingen 5 vers 29). Daartegenover staat de uitspraak van Jezus zelf dat men de keizer moet geven dat des keizers is (Mattheüs 22 vers 21), hoewel de keizer aan het hoofd stond van een bezettende macht. Vanwaar die tegenstrijdigheden?


Misschien is het antwoord dat er geen tegenstrijdigheden zijn. Je moet een bijbeltekst altijd in zijn context lezen, en in het geval van Romeinen 13 is dat heel eenvoudig; je moet gewoon eerst Romeinen 12 lezen. Paulus roept daar op geduldig te zijn in verdrukking en geen wraak te nemen. "Indien dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem; indien hem dorst, zo geeft hem te drinken; want dat doende, zult gij kolen vuurs op zijn hoofd hopen. Wordt van het kwade niet overwonnen, maar overwint het kwade door het goede" (Romeinen 12 vers 20-21). Dit ligt in het verlengde van Jezus' radicale pacifisme uit de Bergrede en daarmee gehoorzaamt Paulus meer aan God dan aan mensen.


Nee, tegenstrijdigheden ontstaan pas als christenen zelf de overheid worden. Dan moet er gestraft en oorlog gevoerd worden en dan begint de corruptie. Dan wordt Jezus' oproep om na op de rechterwang te zijn geslagen ook de andere wang toe te keren (Mattheüs 5 vers 39) met allerlei spitsvondigheden zo uitgelegd dat er wel degelijk teruggeslagen mag worden. De overheid mag van God geordineerd zijn en het zwaard niet tevergeefs dragen (Romeinen 13 vers 4), christenen mogen dat zwaard niet hanteren. Ze mogen het alleen ondergaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden