De chef zat vast aan zijn eigen dogma's

Fidel Castro (1926-2016) | De revolutionair hield Cuba een halve eeuw in zijn greep, al was de geschiedenis hem inmiddels gepasseerd. Dat de gedroomde heilstaat uitbleef, rekenden de Cubanen 'El comandante' zelf niet aan.

Vele malen werd hij ten onrechte dood verklaard, maar nu is het dan toch zover. Hij had zijn land een halve eeuw in zijn greep - en werd van een voortrekker van andersdenkenden een anachronistische dictator. Hij was tijdens leven al een legende. Zelfs tegenstanders hadden respect voor zijn imposante postuur, zijn donderende stem en zijn heldhaftige verleden. Zijn toespraken waren legendarisch lang, maar nu zal hij voor altijd zwijgen. Met de dood van Fidel Castro (1926) is een tijdperk ten einde.

Fidel Castro Ruz was de zoon van Lina Ruz, de dienstmeid van zijn vader Ángel Castro y Argiz, een Spaanse immigrant die zich van arbeider had opgewerkt tot een niet onbemiddelde eigenaar van een suikerplantage in Birán, in het oosten van Cuba.

De officiële mevrouw Castro woonde in het grote huis; in een hutje op het erf leefde Lina Ruz met haar kinderen, onder wie ook Fidels broer Raúl. Pas tien jaar na Fidels geboorte scheidde Ángel Castro en was het Fidel gepermitteerd om zich in het grote huis te vertonen.

Hij had dus twee soorten jeugdherinneringen: van een verschoppeling en van rijkeluiszoon, die te paard over de eigendommen van zijn vader zwierf en, toen hij er de leeftijd voor had, aanspraak maakte op de beste school van Cuba: het jezuïetencollege Belén in Havana.

Zijn klasgenoten noemden hem 'El loco', de dolleman, omdat hij altijd voor een riskante streek te vinden was. Hij koos op die school voor zichzelf een nieuwe tweede voornaam: Alejandro, uit bewondering voor de Griekse veroveraar Alexander de Grote.

Een van de stunts waarmee hij daar de aandacht trok was een brief aan de Amerikaanse president. "Mijn goede vriend Roosevelt", begon die in houterig Engels. Het verzoek om hem tien dollar te sturen werd niet ingewilligd, maar de standaardafwijzing kwam als een trofee op het prikbord van de school.

Politieke ambitie

Een paar jaar later was Fidel zo pro-Amerikaans niet meer. Hij studeerde rechten in de hoofdstad en werd politiek actief. Zijn ambitie om werkelijk iets te betekenen in de wereld werd gaandeweg gekoppeld aan een afkeer van de grote invloed van de Amerikanen en de Amerikaanse bedrijven in Cuba.

Ook uit die tijd herinneren zijn kameraden extreme invallen. Na een rumoerig protest tegen prijsverhogingen in de bus werd hij met enkele andere studentenleiders uitgenodigd bij de president. Terwijl ze op het balkon op het staatshoofd wachtten, stelde Castro voor hem eraf te gooien en zo het sein te geven voor een volksopstand.

Hij werd lid van enkele linkse splinterpartijen, was betrokken bij politieke aanslagen en nam deel aan een mislukte expeditie om de regering van de Dominicaanse Republiek omver te werpen. In 1952, twee jaar nadat hij zich had gevestigd als advocaat, was hij leider van de Orthodoxe Partij. Hij wilde zich kandidaat stellen voor het parlement, maar de verkiezingen kwamen nooit. Generaal Fulgencio Batista greep de macht.

Dat was voor Castro het moment om de wapens op te nemen tegen de dictatuur. En hij deed dat op een manier die hij de rest van zijn leven zou volhouden: met verachting van het gezonde verstand en tegen een overweldigende overmacht.

Met ruim honderd medestrijders overviel hij op 26 juli 1953 de Moncada-kazerne in Santiago, de dag die in Cuba nog altijd geldt als het begin van de revolutie. De aanval mislukte. De overlevenden trokken zich terug in de Sierra Maestra, maar moesten zich na bemiddeling van de kerk overgeven. Tijdens zijn proces hield Castro een redevoering - 'De geschiedenis zal mij vrijspreken' - die ook ver buiten Cuba beroemd is geworden.

Castro werd veroordeeld tot vijftien jaar celstraf, maar kreeg na ruim een jaar al gratie. Hij vertrok naar Mexico om zich te trainen in guerrillatechnieken. In 1956 keerde hij met 82 kameraden aan boord van het jacht Granma terug naar Cuba. Al bij het ontschepen werden de meesten gedood. Hij ontsnapte naar de Sierra Maestra met ruim een dozijn overlevenden, onder wie zijn broer Raúl en de Argentijn Che Guevara.

In die periode groeide Fidel Castro, toen 31 jaar oud, uit van een dissidente advocaat en revolutionaire brekebeen tot de charismatische leider van een revolutionaire beweging die ruim een halve eeuw het lot van het Caribische eiland zou bepalen.

In de twee jaar die volgden, sloten zich steeds meer Cubanen aan bij het guerrillaleger. In de steden baanden gewapende studentenbewegingen de weg voor de uiteindelijke overwinning op 1 januari 1959. De revolutie van Castro was populair, Castro was uitgegroeid tot een held. Zijn jongere broer Raúl, die hij in Mexico en in de bergen van Cuba hardde, bijvoorbeeld door hem verraders te laten executeren, kreeg de verantwoordelijkheid over het Cubaanse leger.

Niet lang na de overwinning ging Castro van start met landhervormingen en het onteigenen van land en huizen en de nationalisatie van scholen, ziekenhuizen en grote - vaak Amerikaanse - bedrijven. Al snel namen communisten de leiding binnen de regering. In de gepolariseerde wereld van de Koude Oorlog betekende dit onherroepelijk de vijandschap van de Verenigde Staten en toenadering tot de Sovjet-Unie.

Dit bleef niet zonder gevolgen. In 1961 deden door de CIA en het Amerikaanse leger gesteunde Cubaanse ex-militairen een poging Cuba binnen te vallen in de Varkensbaai, wat jammerlijk mislukte. Een jaar later bereikten de spanningen een climax toen bleek dat Castro Russische raketten had toegelaten op het eiland. De wereld balanceerde op de rand van een atoomoorlog en Castro liet daarmee zien dat hij niet van plan was zichzelf weg te laten cijferen van het wereldtoneel.

De mythe

De vele aanslagen die de CIA op hem beraamde, kregen hem niet op de knieën, net zo min als de steeds strengere Amerikaanse economische sancties, die tot op de dag van vandaag gelden. Het maakte de mythe die Fidel al bij leven was alleen maar groter. En ze gaven hem een excuus om de Amerikanen de schuld te geven van alles wat misging op de weg naar de communistische heilstaat.

Wie die lezing niet accepteerde, kreeg problemen, variërend van een verwoeste carrière tot gevangen- of ballingschap of zelfs de dood. Hoeveel 'contrarevolutionairen' hij liet executeren tot er in 2001 een moratorium kwam op de doodstraf, is onbekend. Schattingen lopen van enkele duizenden tot vele tienduizenden.

Castro cultiveerde zijn imago van flamboyante en onverzettelijke revolutionair, met ruige baard en dikke sigaren, die toespraken kon houden van zes tot twaalf uur en die een plaats opeiste in de internationale politiek. De man die als student de Dominicaanse Republiek had willen bevrijden, stuurde zijn soldaten en adviseurs de hele aardbol over.

Terwijl de altijd vijandige buur, de VS, een bloedige zeperd kreeg in Vietnam, had Castro succes. In Angola en Mozambique hielp hij bij de dekolonisatie van de Portugese koloniën - en bracht er linkse verzetsbewegingen aan de macht. Hetzelfde gold voor Nicaragua, waar hij de Sandinisten steunde in hun revolutie tegen de Somoza-dictatuur.

In 1979 werd Castro voorzitter van de Beweging van Niet-gebonden Landen - ook al was hij met handen en voeten gebonden aan de Sovjet-Unie. Dat laatste werd hem dat jaar nog politiek noodlottig toen de Sovjets Afghanistan invielen. "Ik kan moeilijk aan de kant van Amerika gaan staan, dus staan we aan de kant van de Sovjet-Unie", zei hij voor de Amerikaanse televisie, waarmee zijn rol als voorzitter meteen weer was uitgespeeld.

Castro's moeilijkste tijd brak een decennium later aan. Terwijl de rest van de wereld het communisme de rug toekeerde, bleef hij halsstarrig vasthouden aan zijn eigen socialistische gelijk. Na de val van de Berlijnse Muur keek de wereld vol verwachting naar Cuba. Maar Castro moest niks hebben van perestrojka en glasnost.

In 1991 veranderde de Sovjet-Unie, zijn steun en toeverlaat, in een verzameling zelfstandige landen die geen speciale band begeerden met Cuba. Goedkope olie en andere voordelen vielen weg. De Cubaanse suiker - ongeveer het enige wat het eiland te bieden had - was vrijwel niets waard. De diepe crisis die volgde, dwong Castro hervormingen door te voeren en zijn bevolking toe te staan eenmansbedrijfjes te starten.

Het toerisme moest zorgen voor deviezen en groeide snel uit tot de belangrijkste inkomstenbron. Dat had niet enkel positieve gevolgen; Castro zag tot zijn spijt de uitgebannen prostitutie terugkeren. Het was een spaarzaam moment waarop Castro zich liet betrappen op onvrede over de richting die Cuba opging.

Onbetwist leider

Castro's eigen positie als alleenheerser bleef onbetwist. Cubanen spraken over hem als 'de chef', 'de meneer' of met een simpele beweging langs de kin, refererend aan zijn baard. Dat Cuba nooit een heilstaat is geworden, lag volgens velen niet aan hem, maar aan de mensen om hem heen die mislukkingen voor hem verzwegen.

Bovendien duldde hij geen tegenspraak en iedereen die hem kende, respecteerde dat, al was het maar uit lijfsbehoud. Zodra iemand in zijn omgeving te populair werd bij de bevolking, zette Castro hem op een zijspoor. In laatste instantie was er altijd nog het vuurpeloton.

Het enige waaraan Castro capituleerde, was zijn gezondheid. In 2006 moest hij door ziekte eerst tijdelijk, en twee jaar later definitief de macht overdragen aan zijn broer Raúl. Die begon met voorzichtige liberaliseringen, die voor veel Cubanen verlichting bracht in een armzalig bestaan. En hij bewerkstelligde het ongelooflijke: dooi in de relatie met de VS, en een ontmoeting met president Barack Obama, in maart van dit jaar.

Hoe Fidel daarover dacht, blijft gissen. De laatste jaren werd zijn hand in het beleid steeds moeilijker waar te nemen. Zijn column in het dagblad Granma over internationale zaken ontbrak voor steeds langere periodes. Zelfs op het aanknopen van nieuwe diplomatieke banden met de VS, kwam geen reactie meer van 'el comandante'.

Terwijl zijn land veranderde, werd Fidel onzichtbaar. Als om de wereld en de Cubanen alvast te laten wennen aan een toekomst zonder de man die een halve eeuw het lot van zijn land had bepaald, maar die zelfs in Cuba zelf een anachronisme was geworden. De geschiedenis, die hem vrij had moeten spreken, had hem tot gevangene gemaakt van zijn eigen socialistische dogma's, waarin hij tot aan de dood is blijven geloven.

Voor dit artikel is onder meer gebruikgemaakt van 'After Fidel, the inside story of Castro's regime and Cuba's next leader', van Brian Latell. Palgrave MacMillan, 2005/2007.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden