DE BUURT WIL HET LIEFST EEN FONTEIN

In Amsterdam-Noord sieren sinds zaterdag twee engelbewaarders het dak van de kunstuitleen. De buurt had liever een fonteintje. Want als het om kunst gaat, dan willen de bewoners meepraten. Gemeentebesturen èn kunstenaars doen er goed aan naar de stem des volks te laten meewegen, want de emoties willen nog wel eens zo hoog oplopen dat de buurt zelf een beeld verwijdert. Maar kunst en inspraak, verdragen die twee elkaar wel?

Tachtig gezinnen stelden zich beschikbaar om met hun afbeelding de proefpanelen te vullen. Maar het Wijk Overleg Kersenboogerd zag niets in de plannen. Mevrouw Bakker Bekebrede: “Een beheerder voor het buurthuis behoorde niet tot de mogelijkheden. En nu ineens wel voor het Glazen Huis. Bovendien was het erg vandalisme-gevoelig. Wij voelden meer voor een rotspartij of een fontein in het park.” Ook de kosten stuitten de buurt tegen de borst. Mevrouw Kok: “Het is toch verschrikkelijk dat vier ton wordt besteed aan kunst die hier niet past. Dat is in geen verhouding tot het nut. Wat overigens niet wegneemt dat het Glazen Huis op zich een goed idee was.” Opbouwwerker Beatrix Klein Goldewijk vult aan: “De bewoners willen de kunst op een hele toegepaste manier gebruiken. Bijvoorbeeld ter verfraaiing van lelijke gevels of van het spoortunneltje.”

Na maandenlang soebatten viel het doek: de Hoornse gemeenteraad besloot het Glazen Huis van kunstenaarscollectief De Werkmaatschappij uit Alkmaar niet te laten bouwen.

Voor de leden van De Werkmaatschappij was dit niet de eerste keer dat zij met verzet in aanraking kwamen. Ron Peperkamp: “Het gebeurt bijna altijd dat de buurt begint te zeuren over bankjes in het park, lantaarnpalen of verkeersdrempels. Al het ongenoegen dat in de wijk leeft, richt zich op die manier op het kunstwerk. Dat is niet typisch voor Hoorn. Integendeel. Maar de wethouder kon er op een gegeven moment ook niets meer aan doen. De tegenkrachten waren te sterk.”

Volgens De Werkmaatschappij gaat het vaak om oneigenlijke argumenten. Peperkamp: “De discussie had nooit het Glazen Huis zelf als onderwerp. De kosten stonden centraal. De buurt had het over het 'huis van een half miljoen' en was bang dat het ten laste van de gemeenschapsgelden zou komen. Terwijl wij via sponsoring zelf meer dan de helft van het geld binnenbrachten en de buurt dus meer zou krijgen dan waar zij recht op had.”

Collega-kunstenaar Kees Bolten benadrukt dat het verzet hoort bij de manier van werken. “Wij proberen de betrokkenen altijd zoveel mogelijk in te schakelen. Zo stond bij ons omstreden broodoffer aan de zee iedereen broden te bakken. Dan mobiliseer je ook tegenkrachten, dat is onontkoombaar. Het sociale aspect is een belangrijk deel van ons artistieke proces. Van een mislukking was dan ook geen sprake. Zeker niet omdat het maken van een schetsontwerp relatief beter betaalt dan het realiseren van een kunstwerk.”

Maryan Geluk, adviseur bij het Amsterdamse Fonds voor de Kunst, bespeurt in haar functie bijna dagelijks een spanning tussen buurtbewoners en kunstenaars. “Hoewel wij de meeste projecten tot een goed einde weten te brengen, kom ik veel agressie tegen. Het gaat meestal over onderhuidse gevoelens. Met kunst hebben slechts weinigen affiniteit. Hoewel inspraak noodzakelijk is voor het acceptatieproces bij bewoners, is het lastig 'dealen'. Het komt de kwaliteit van de kunst meestal niet ten goede.”

Omdat moeilijk te bepalen valt welke belangen het zwaarst moeten wegen, gaat de macht van het getal vaak een beslissende rol spelen. Zoals in Hoorn, waar de ongeveer tweehonderdvijftig handtekeningen van buurtbewoners het hebben gewonnen van de tachtig gezinnen die zich hebben laten vereeuwigen.

Koningin Beatrix zei het al in haar kerstrede van 1991: “Niet alleen wetenschap, onderwijs, politiek en media hebben een pioniersfunctie, maar ook de kunst. Kunstenaars roepen gedachten en gevoelens op, verwondering en vragen, verrukking en verbijstering. In kritiek op de massaliteit loopt kunst voorop, is zij onontkoombaar elitair, exclusief en soms moeilijk te volgen.” Dus mag het getal niet altijd de doorslag geven. Want dan kan kunst niet meer haar vernieuwende taak vervullen.

Bovendien is een democratische procedure geen garantie voor de acceptatie door de buurt. Dat bleek begin jaren tachtig toen in de Tolwijk in Apeldoorn een installatie van Evert Strobos werd geplaatst. Het beeld bestond uit een dertigtal rechthoekige roestige stalen platen die schuin in de grond staken. In eerste instantie ging het bewonerscomité akkoord. Maar volgens een ambtenaar van cultuur van de gemeente Apeldoorn stond dat comité net op instorten. “En het nieuwe comité was kwaad dat hij niet was geraadpleegd. Zeker toen bleek dat in het kader van de bezuinigingen het buurthuis en andere voorzieningen moesten sluiten.” Dat was het moment voor de buurt om in actie te komen. Met spuitbussen spoten de buurtbewoners teksten als 'hier rust oma' op het kunstwerk. Toen de gemeente nog niet reageerde, trokken de bewoners verontwaardigd een aantal platen uit de grond. Zij wilden niet langer op een 'kerkhof' uitkijken.

Dus moest het college wel toegeven aan de grieven van de buurt. Om erger te voorkomen, besloot zij de installatie te verwijderen. Inmiddels hebben de platen een plaats gekregen in Dordrecht. Toenmalig secretaris van de kunstcommissie de heer Wolf: “Het kunstwerk van Strobos was niet geschikt voor een woonwijk. Daarom staat het bij ons aan de rondweg. Daar zijn immers geen omwonenden die bezwaar kunnen maken.”

De problemen rond de inspraak bij kunstwerken zijn ontstaan in de jaren zeventig. Peter van der Heijden, kunstadviseur van de gemeente Amsterdam: “Uit die tijd dateert de zogenaamde stadsvernieuwingskunst. Goedbedoelende kunstenaars wilden een statement afleveren ter emancipatie van de bevolking. Maar helaas stond dat 'grote gebaar' meestal haaks op de warmte van de letterbak die in de meeste huiskamers hing.”

Kunst was een overheidstaak geworden en moest naar de mensen toe. Een half procent van de kosten van de aanleg van parken, wegen en lantaarnpalen bij stadsvernieuwing en één procent bij de bouw van overheidsgebouwen was bestemd voor kunst. Kunstwerken dienden niet langer alleen om te herdenken, te vieren en te verfraaien, maar moesten de mensen ook opvoeden. Inspraak stond haaks op die gedachte. Je laat kinderen tenslotte ook niet alleen beslissen welk schooltype het beste voor hen is. Met als gevolg dat veel beelden terecht kwamen op plaatsen die daar niet voor geschikt zijn.

Tegenwoordig wordt de procentenregelingen minder rigide toegepast. De grote gemeenten doen aan fondsvorming zodat zij kunnen sparen en niet meer bij ieder project de kunstgelden direct hoeven te besteden. Op die manier voorkomen de gemeenten dat beelden alleen maar worden gerealiseerd om de financiën voor de kunst te behouden en behoort af en toe een groter en duurder kunstwerk tot de mogelijkheden.

Bovendien zijn de burgers inmiddels geëmancipeerd en eisen zij medezeggenschap. Soms komen de buurtbewoners zelf met een voorstel. Meestal gaat het dan om het herdenken van een belangwekkend persoon die een borstbeeld verdient. In veel gemeenten is een verordening van kracht die de inspraak regelt wanneer zaken spelen die de directe woonomgeving van mensen raken.

Dat wekt soms te hoge verwachtingen bij de buurt, zo bleek op het Caritas-terrein in Amsterdam-Noord. Terwijl de buurt koos voor een fontein en de gezelligheid, sieren nu twee goudkleurige vrouwelijke engelbewaarders het dak van de kunstuitleen. Afgelopen zaterdag werden de beeldjes onthuld. Maryan Geluk van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst: “Het is onze taak met een voorstel voor een kunstenaar te komen. De bewoners verwachten dat ook van ons. Met als gevolg dat de buurt vaak denkt dat wij niet voor verder overleg openstaan.”

De keuze van het Fonds viel op Elisabet Stienstra. Zij registreerde veel weerstand in de buurt. “De mensen voelden zich verantwoordelijk voor hun omgeving en wilden niet met iets opgezadeld worden. Natuurlijk was dat wel lastig, maar inspraak kan inteelt voorkomen en verfrissend werken. Zeker als de bewoners weten waar zij het over hebben. Na een gesprek sloeg de stemming om. Gelukkig kunnen de mensen zich nu met de beelden identificeren.”

Els Witte van het buurtcomité benadrukt dat het kunstwerk als zodanig nooit kritiek van het comité heeft gekregen. “De manier waarop, díe frustreerde. Ik kreeg de indruk dat de inspraak alleen was georganiseerd om aan de formele criteria te voldoen. Vaak moesten wij bijvoorbeeld zelf achter de informatie aan of bleken er meer stappen genomen dan wij wisten.”

Maar als de eerste signalen uit de buurt waren gehonoreerd, hadden de beelden er nu niet gestaan. En daar is Amsterdam-Noord geen uitzondering in. Volgens Maryan Geluk stuit ongeveer vijftig procent van alle projecten aanvankelijk op weerstand uit de buurt. “De gedachte aan een referendum over plaatsing is mij dan ook een gruwel.”

Aan de andere kant is het onverstandig om de kunstwerken de buurtbewoners op te dringen. Zonder draagvlak kan kunst niet gedijen. De buurtbewoners zijn immers degenen die er iedere dag tegenaan kijken. Wethouder cultuur van de gemeente Hoorn Jaap Schaper: “Soms denk ik dat je experimentele kunst alleen op zogenaamde maagdelijke plekken moet neerzetten. Dan weten de toekomstige bewoners van tevoren waar zij aan toe zijn. Het is de kunst om de juiste mix te vinden tussen de noodzakelijke artistieke vrijheid voor de kunstenaar en de wens van medezeggenschap van de buurt. Een mix die overigens per lokatie een andere samenstelling zal hebben. Zo ligt het meer voor de hand de bewoners te raadplegen als het beeld tussen de huizen komt dan als het een plaats in het park krijgt.”

Hoewel een model-verordening niet bestaat, lijkt zich in de meeste gemeenten in de praktijk een standaardprocedure te ontwikkelen. De kunstcommissie, al dan niet terzijde gestaan door betaalde deskundigen, selecteert twee of drie schetsontwerpen en laat de bewoners kiezen. Lydia Jongmans van de Vereniging Nederlandse Gemeenten: “Die manier van werken heeft voordelen. In de eerste plaats komt het de snelheid ten goede en in de tweede plaats kun je zowel artistieke als democratische waarden realiseren.”

Maar de kunstenaars houden een moeizame verhouding met inspraak. Volgens Nico Klous van de Federatie Nederlandse Kunstenaarsverenigingen is deze werkwijze weliswaar verdedigbaar, maar verre van ideaal. “Eigenlijk zou het zo moeten zijn dat de kunstcommissie voor haar taak berekend is en de eindverantwoording op zich durft te nemen. Anders blijft het schipperen en staat op het laatst niemand meer voor zijn voorkeur.”

Liever proberen de kunstenaars er in een zo vroeg mogelijk stadium bij betrokken te raken. Kunstadviseur Peter van de Heijden: “Dan kunnen zij in nauw overleg met de architect werken en bovendien een deel van de bouwgelden ten goede laten komen aan de kunst. Het fietsenrek, de glijbaan of wat dan ook kan men dan in overeenstemming met de gedachte van de kunstenaar kiezen.”

Maar ook kunnen de kunstenaars op die manier zo vroeg mogelijk de meningen van de buurt peilen. Zij lopen rond, kijken aandachtig en proeven de sfeer. En aangezien de kinderen de notoire vernielers zijn, verzorgen de kunstenaar soms een paar lessen in kunst op de buurtschool. De kans dat het verzet uit de hand zal lopen, neemt hierdoor aanmerkelijk af.

De inrichting van het COC-pleintje in de Amsterdamse Jordaan is hier een goed voorbeeld van. Kunstenaar Harriët Mastboom: “Het pleintje heeft veel gebruikers. De bezoekers van de dansavonden willen hun fiets parkeren, de mensen van de crèche willen een afsluitbaar pleintje en de buurt zou het graag gebruiken voor barbecues en dergelijke. Hoewel ik de situatie ter plekke vrij goed ken, heb ik met de omwonenden overlegd. Slechts één bleef bezwaar maken tegen de omvang van de tuinkabouters die ik wil plaatsen. Maar je kunt natuurlijk niet met alles rekening houden.”

Het resultaat van dit overleg zijn betonnen boompjes met kabouters, een tegelwand, bankjes in stijl en een sierlijk hekwerk waarvan de crèche en een buurtbewoner de sleutel hebben gekregen. Hoewel bijna alle betrokkenen tevreden zijn, liggen er volgens Nico Klous van de Kunstenaarsverenigingen toch gevaren om de hoek. “Als de kunstenaar rekening moet houden met de wensen van iedereen, komt de artistieke vrijheid in gevaar. Hij zal nooit verder kunnen komen dan 'decoratie-kunst'. Eigenlijk moet hij met dat soort dingen niet lastiggevallen worden. Laat de opdrachtgevers het democratische proces maar voor hun rekening nemen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden