De bus

11.20 uur: een kind wil naar de WC. Doortrekken lukt niet, het spoelwater is bevroren. Debat met moeder is voor iedereen verstaanbaar. 02.00 uur: een kind hoest angstaanjagend. Het is niet van mij, gelukkig. Toch zoek ik een hoestdrank, we bespreken fluisterend het gebrek aan frisse lucht. 02.15 uur: een baby huilt haar moeder en vader wakker op de achterbank. 04.15 uur: Nils valt uit zijn stoel, zijn vader die niet slaapt, hijst hem weer overeind. Ieder half uur: de buschauffeur luistert naar de verkeersinformatie. 05.00 uur: mijn been slaapt, ik niet. 06.15 uur: gebroken aankomst in Berlijn na een busreis van tien uur.

Dit lijkt een verslag uit een oorlogsgebied, het is de afronding van een fantastische wintersportvakantie. Van het begin van de reis was hetzelfde verslag te maken geweest.

Ik dommel in de bus op weg naar de Tauplitzalm, een berg ten oosten van Salzburg. We rijden midden in de nacht met een groep van vijftig vrienden en kinderen op de beruchte snelweg tussen Neurenberg en München. IJsregen. De kinderen slapen, de ouders doen alleen hun ogen dicht want het is geen luxe touringcar, maar een eenvoudige bus die we hebben gehuurd. De WC aan boord is niet te gebruiken, het water was al voor vertrek bevroren. Het merendeel van de passagiers woont in de straat waar wij ook wonen, we kennen elkaar echter niet alleen van de bakker.

Al dommelend probeer ik me voor te stellen of ik zo'n vriendenreis in Nederland zou kunnen organiseren. Of ik daar vijftig individualisten zo gek zou krijgen om een week met elkaar in een hotelletje te kruipen dat niet met de auto te bereiken is. Misschien woon ik al te lang in Berlijn, maar ik kan me zoiets in Nederland niet voorstellen. Wij doen het hier in Berlijn ieder jaar. Nog nooit een wanklank gehoord.

Ook niet over slapeloze nachten in deze dieselbus, niet van onze bevriende reisleider Wolfram die besluit de hele nacht vrijwillig de buschauffeur wakker te houden en niet over de herrie die de kinderen van anderen 's morgens om half zeven op de gang produceren.

Omdat ik niet rechtop kan slapen, pieker ik verder. Het is zo'n aangenaam verschijnsel om alles samen te doen. 's Avonds gaan een paar mannen en vrouwen naar de discotheek, een eindje verderop. De anderen blijven achter om voor de kinderen te zorgen. We praten veel en lang. Hoe komt het toch dat verhoudingsgewijs veel van deze mensen ook in het normale leven in een woongroep wonen?

In Nederland, althans in de kringen die ik ken, is dat absoluut een vergissing uit een grijs verleden. Woongroepen mislukten en waren, als ze al slaagden, iets voor krakers, idealisten zonder kinderen of voor zwervers. Maar hier in Berlijn en daarbuiten, tref ik steeds meer mensen die met hun hele gezin een huis delen met verschillende samenlevingsvormen.

Het groepsgevoel is sterker in Duitsland, constateer ik even voorbij München, als we de Oostenrijkse grens passeren. In de DDR 'lukte' het communistisch systeem zo lang zo goed, omdat De Duitser van nature beter in groepen is dan de bewoners van de buurlanden.

Ja, dit is een veralgemenisering van het ergste soort, maar diep in de nacht in zo'n bus houdt die stand. Ik sta open voor iedere betere verklaring. Het gaat hier niet om toeval, de mensen waarover ik spreek zijn niet alleen sociaal werkster, rechter of lerares maar ook architect, ingenieur, arts of psychiater.

Op de Alm kan je alleen met ski's of een skilift aan de groep ontsnappen, bedenk ik bij aankomst zorgelijk. Het blijkt niet nodig. Hoe minder ontsnappingsmogelijkheden, hoe beter. Kan ik ooit weer in Nederland wennen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden