De buitenwijk als broeinest

Les Chevaux de Dieu | Met een bom in je rugzak richting stadscentrum. Tien jaar na de aanslagen in Casablanca, laat Nabil Ayouch in zijn film zien hoe een sloppenwijk kon radicaliseren.

BELINDA VAN DE GRAAF

Vijf zelfmoordaanslagen vonden op 16 mei 2003 in Casablanca plaats. Doelen waren twee westerse restaurants, een luxehotel, een joods gemeenschapshuis en een joodse begraafplaats. Bij de aanslagen kwamen 45 mensen om het leven onder wie 12 zelfmoordterroristen, allemaal afkomstig uit Sidi Moumen, een van de sloppenwijken van de Marokkaanse stad.

Nabil Ayouch ging er poolshoogte nemen, en maakte met jongens van de straat het indrukwekkende 'Les Chevaux de Dieu', dat vorig jaar zijn première beleefde in Cannes, en op het Filmfestival van Rotterdam werd bekroond met de jongerenprijs.

Een belangrijke inspiratiebron voor uw film was het boek 'Les Étoiles de Sidi Moumen' van Mahi Binebine. Wat is er zo bijzonder aan het boek dat u het wilde verfilmen?
"Het begon niet met het boek, maar met mijn wil om terug te keren naar Sidi Moumen, de plek van waaruit de zelfmoordterroristen waren vertrokken. Ik kende de buurt, ik had er een paar scènes voor een speelfilm opgenomen, en een aantal documentaires gemaakt. Zo'n vijf jaar na de aanslagen, keerde ik er terug. Ik begon gewoon met vragen stellen aan de mensen, de kinderen, over wat er was gebeurd. Terwijl ik mijn script aan het schrijven was, verscheen het boek. Het verhaal dat ik wilde vertellen, stond in het boek. Binebine had heel sterke karakters neergezet, en een verhaal geschreven van binnenuit, vanuit het perspectief van de jongens die opgroeien in Sidi Moumen en op een dag met bommen in hun rugzak naar het stadscentrum vertrekken."

Wat verraste u tijdens het onderzoek voor de film?
"Ik dacht altijd dat de mensen in Sidi Moumen ongelukkig waren, maar ik heb ze geobserveerd, en ze zijn niet ongelukkig. Ze worden aan hun lot overgelaten door de rest van de samenleving. Dat is iets heel anders. Leven zonder perspectief, zonder kans dat ergens in de toekomst een deur voor je open staat."

Het gaat niet alleen om armoede?
"Nee. het gaat om familieverhoudingen, het feit dat er geen vaderfiguur is, geen autoriteit. Het gaat erom hoe de mensen die daar wonen in de steek worden gelaten door de staat. Er is geen infrastructuur, geen cultuur. Er zijn geen theaters en bioscopen, geen mogelijkheden om je uit te drukken. Dit alles gaat gepaard met een groeiend gevoel van onrecht. Tel daarbij de geopolitieke gebeurtenissen op, zoals 11 september 2001. Later Afghanistan en Irak. Allerlei gebeurtenissen die in elkaar overvloeien."

En vergeet de heilige tekst niet. De jongens worden aangesproken als Kinderen van de Islam. 'Vlieg, paarden van God, en de poorten van het paradijs zullen voor jullie open gaan'.
"Je kunt de tekst helemaal naar je hand zetten, als je maar slim genoeg bent. De moslimextremisten die in de film de jongens onder hun hoede nemen, weten precies hoe ze teksten kunnen kneden."

Kunt u in Marokko in vrijheid werken?
"Ja, er is veel veranderd sinds de komst van de nieuwe koning Mohammed VI in 1999. Het is het jaar waarin ik me als geboren Parijzenaar in Casablanca vestigde. Ik heb er geen spijt van. De nieuwe koning is iemand die van kunst en cultuur houdt, en kunstenaars waar mogelijk steunt. Bovendien is er sterke overheidssteun voor films. Er zijn nauwelijks meer onderwerpen waarover niet gesproken kan worden."

Behoort een geweldsexplosie als tien jaar geleden nog tot de mogelijkheden?
"Ja, er is weliswaar veel verbeterd maar er is nog steeds onrecht. Dat de Arabische Lente tot nu toe vrij geruisloos aan Marokko voorbij is gegaan, komt doordat de koning snel begreep wat er aan de hand was, en wat hem te doen stond. Hij heeft versneld een aantal hervormingen doorgevoerd. Daarmee zijn niet alle problemen opgelost. Onderwijs is bijvoorbeeld hard aan verbetering toe."

'Les Chevaux de Dieu' draait binnenkort ook in de Marokkaanse bioscopen.
"Ik hoop dat de film discussie op gang brengt, en dat er een nieuw soort debat mogelijk is, zonder dat er meteen twee kampen ontstaan van pro en contra. De thematiek leent zich om lekker met elkaar te vechten, maar ik hoop eigenlijk op iets constructievers. Dat we eens goed kijken naar de kinderen in de buitenwijken van onze steden."

The Repentant, hoe een jonge Algerijnse strijder probeert het verleden los te laten
Om de bloedige burgeroorlog in de jaren negentig te beëindigen bood de Algerijnse overheid djihadisten de mogelijkheid om in ruil voor amnestie hun wapens neer te leggen. In de speelfilm 'The Repentant' zien we hoe de jonge strijder Rachid deze kans benut om zijn schuilplaats in de bergen te verlaten en in de stad een nieuw leven te gaan beginnen.

De Algerijnse schrijver en regisseur Merzak Allouache verwerkt een onderwerp dat in zijn eigen land erg gevoelig ligt tot een sober drama dat laat zien hoe moeilijk het kan zijn om het verleden los te laten. Maar Merzak Allouache laat ook zien dat mensen desondanks nader tot elkaar kunnen komen.

My Brother the Devil, over een leven van straatbendes en de lokroep van de djihad
Twee broers van Egyptische ouders groeien op in de arbeiderswijk Hackney in het oosten van Londen. Terwijl de veertienjarige Mo keurige cijfers haalt op school, doet zijn broer, de negentienjarige Rash, er alles aan om geld te verdienen. Na de gewelddadige dood van een jongen in hun directe omgeving verandert er iets voor de jongens. In heldere beelden, met levendig camerawerk en een sterke cast schetst scenariste-regisseuse Sally El Hossaini in 'My Brother the Devil' het dagelijks bestaan van immigrantenkinderen die thuis politieke verhalen over het moederland horen, maar op straat moeten zien om te gaan met drugs, wapens, geweld en (homo)seksualiteit.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden