de Bruinvis: Toen Katwijk nog op varkens viste

JELLE REUMER

Vorige week heb ik na lange tijd weer een bruinvis gezien. Een levende bruinvis wel te verstaan, in het museum zie ik bijna dagelijks dode exemplaren. In de Oosterschelde ter hoogte van Wemeldinge zag ik er zaterdag om kwart voor acht in de ochtend één met een sierlijke boog boven het water uitspringen. Kek rugvinnetje. Het duurde maar heel even en toen was er weer slechts water om naar te kijken. Het is grappig hoe zo'n snapshot van een springende bruinvis nog lang op je netvlies blijft kleven terwijl het dier zelf allang weer weg is. Alsof het brein er nog even over moet nadenken; het kost kennelijk tijd om zo'n waarneming te verwerken; het ontbrak er nog maar aan dat ik even een zandlopertje in beeld zag verschijnen om me tot geduld te manen. Het was er echt een, en zo blijkt maar dat je niet naar de Azoren of New Foundland hoeft om walvissen te spotten.

Er zit een populatie van deze kleine tandwalvissen in de Oosterschelde en je kunt ze er geregeld zien. Ga naast de haveningang van Zierikzee op de dijk zitten en tuur over het water. Er zijn geen hengel, aas of dobber voor nodig en juist daarom geniet je extra van het uitzicht, de wind, de golven en de kans om een bruinvis te zien. De Oosterschelde is een paradijs voor sportduikers en liefhebbers van alles wat onder water leeft. Onderwaterfotografen maken er de mooiste foto's van zeekatten, zakpijpen en harnasmannetjes, bij laagwater kun je je ongans eten aan kraakverse oesters en de kreeften uit dit zoute estuarium zijn een wereldvermaarde lekkernij. Dan denk je al snel dat die bruinvissen er leven als God in Frankrijk. Niets is minder waar, ze verhongeren er letterlijk. Van de zestig dode bruinvissen die zijn onderzocht, waren er acht verhongerd en negen ondervoed.

Maar verder gaat het best goed met de bruinvis, zo lazen we eerder. In de zuidelijke Noordzee werden ruim 85.000 exemplaren geteld. Enkele eeuwen geleden zou dat bericht in Katwijk met gejuich zijn ontvangen. Bruinvissen werden daar voor de consumptie gevangen. Het waren de varkens van de zee; een oud woord voor bruinvis is varkenvis. En niet alleen bij ons: in het Duits heten ze nog altijd Schweinswal en in het Engels porpoise, wat een verbastering is van het Franse porc-poisson: varkenvis. De vissers werden varkenvissers genoemd en de achternaam Varkevisser is een nog altijd voorkomende Katwijkse familienaam die tot zeker 1538 teruggaat, toen ene Dirck Varkevisser werd geboren.

Bruinvissen zijn walvisachtigen en het nuttigen daarvan is tegenwoordig not done. Maar nog niet lang geleden stond varkenvis dankzij katholieke vastenregels wel degelijk op tafel. Tot het Concilie van 1965 was het katholieken verboden op vrijdag vlees te eten. Vis daarentegen mocht wel. En hoewel een bruinvis even weinig met vissen te maken heeft als een zeekoe met koeien, mochten onze katholieken op vrijdag dan weliswaar geen vlees, maar wel bruinvis eten. Bevers ook. Die tijden zijn voorbij, de vraag is verdwenen, vangstquota zijn overbodig. Er is geen Katwijker die nog op varkens vist.

Jelle Reumer is directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden