de brughagedis

Je leest weleens in de krant dat ergens in een bibliotheek een verloren gewaand of zelfs geheel onbekend paperas of voorwerp tevoorschijn is gekomen. Een stuk partituur, een flard manuscript, een tekening van een beroemde schilder. Het was er altijd al wel, maar niemand had het in de gaten. Vorige week overkwam mijzelf zoiets. We pakten een ronde, glazen cilinder met een verbleekte leguaan en een verweerd en amper leesbaar etiketje, die al tientallen jaren onopgemerkt in ons Rotterdamse museumdepot tussen allerlei andere gefleste reptielen stond. De leguaan bleek na enig speurwerk geen leguaan te zijn, maar een brughagedis.

U zult denken: nou en? Maar een brughagedis, of tuatara in Maori-taal, is geen gewone hagedis. Het is ook geen leguaan, al lijken ze daar op het eerste gezicht verdacht veel op. De Nieuw-Zeelandse brughagedis Sphenodon punctatus is een levend fossiel. Wat de ginkgo is onder de bomen en de coelacanth onder de vissen, is de tuatara onder de reptielen. Een schim uit het verleden. Een dier dat vergat uit te sterven.

De systematiek van de reptielen is gecompliceerd en grotendeels gebaseerd op kenmerken van de schedel. Ergens in het grijze verleden is een splitsing opgetreden in twee grote groepen; één waartoe zulke ogenschijnlijk verschillende dieren als krokodillen, pterosauriërs, dinosauriërs en vogels behoren, en een andere die de huidige hagedissen en leguanen omvat. Aan de wortel van deze tweede groep staat de brughagedis.

De schedel van de brughagedis is buitengewoon primitief, hij lijkt meer op de schedel van een vroege dinosaurus dan op het kopskelet van hagedissen of slangen. Ook het verdere skelet is een wandelend fossiel. Wat bij zulke 'levende fossielen' opvalt, is dat ze dikwijls aan de rand van de bewoonbare wereld overleven; de coelacanth in diepe wateren rond de Comoren en bij Celebes, de ginkgoboom in de binnenlanden van China, de eierleggende zoogdieren in het oerwoud van Nieuw-Guinea of Australië. Het zijn letterlijk randfiguren die zich in 'splendid isolation' staande hebben gehouden.

Brughagedissen kwamen oorspronkelijk voor in geheel Nieuw-Zeeland; ze waren uiteindelijk vrijwel uitgestorven als gevolg van jacht (ze werden door Maori's gegeten) en de latere introductie van ratten, maar overleven nu met enig succes op enkele tientallen ratvrij gemaakte eilandjes voor de Nieuw-Zeelandse kust. De tuatara is tegenwoordig, samen met de al even eigenaardige en zeldzame loopvogel kiwi, uitgegroeid tot een symbool van de nationale biodiversiteit - en haar kwetsbaarheid.

Wereldwijd zijn naar schatting hooguit tweehonderd tuatara's in museumcollecties aanwezig. In ons land heeft het Leidse Naturalis veertien exemplaren, en de vijftiende staat nu in Rotterdam in de tentoonstelling. Het bleekgeworden dier, dat op zijn omgebogen staart klem staat in zijn glazen sarcofaag, is afkomstig uit de voormalige schoolcollectie van het Erasmiaans Gymnasium en destijds verworven door de bekende biologieleraar dr. A.B. van Deinse. Hoe Van Deinse er ooit aan is gekomen valt vermoedelijk niet meer te achterhalen, behalve dat hij zijn aanwinst ergens in de eerste helft van de twintigste eeuw heeft verkregen. Uit Nieuw-Zeeland, dat mag duidelijk zijn, maar verdere details ontbreken.

Reptiel dat vergat uit te sterven

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden