De Britten zijn weg, leve het Engels

Vroeger schreven we óver het exotische India, Pakistan of Sri Lanka, maar sinds Salman Rushdie beseft het Westen dat Zuid-Azië zijn eigen auteurs heeft: ook Engelstalige. Amal Chatterjee – zelf zo’n schrijver – laat zien hoe schrijvers uit dit extreem multiculturele gebied het Engels voorgoed injecteerden met ’het vreemde’.

Anuradha Roy: Een atlas van onmogelijk verlangen. Vert. Mario Molegraaf. Prometheus, Amsterdam. ISBN 9789044612004; 335 blz. euro19,95

Zestig jaar nadat de Britten uit Zuid-Azië zijn vertrokken, is het Engels geëmancipeerd tot één van de talen van het Indiase subcontinent, met een geheel eigen literatuur. Niet slecht voor een taal die hier geen ’thuisgebied’ heeft, en die voor haar sprekers maar één van de mogelijkheden vormt: geschoolde Indiërs zijn meestal meertalig.

Die Engels-sprekende elite is relatief klein: naar schatting drie tot zes procent van de bevolking van India, Pakistan en Sri Lanka (dertig tot zestig miljoen mensen) is het Engels machtig, maar daaronder vallen ook diegenen die zich er maar af en toe van bedienen.

Toch wordt er op het subcontinent al langere tijd in het Engels geschreven. In de jaren twintig van de negentiende eeuw produceerde Henry Louis Vivian Derozio Engelstalige gedichten; kort daarna volgden anderen met traktaten over filosofie, geschiedenis en politiek.

Met fictie werd gewacht tot na de onafhankelijkheid: 1947 voor India en Pakistan en 1948 voor Sri Lanka, dat altijd een op zichzelf staand land is geweest. Pas toen er een generatie opgroeide – na de jaren vijftig – voor wie Engels niet langer de taal was van de bezetter, kreeg die taal vaste voet aan de grond. Toch las deze generatie nog vooral Engelstalige boeken die in het buitenland waren geschreven.

Alles veranderde toen Salman Rushdie in 1981 met ’Middernachtskinderen’ de Booker Prize won. Plotseling realiseerden lezers en uitgevers in de Angelsaksische wereld zich dat bewoners van Zuid-Azië zelf in het Engels over hun landen konden schrijven, en dat India meer te bieden had dan de koloniale droombeelden van ’De parel in de kroon’* van Paul Scott.

En plotseling beseften schrijvers dat ze op een ’normale’ manier, zonder veel uit te leggen, zonder hun werk als exotisch te presenteren, over hun eigen tradities, gebruiken en talen konden schrijven – tradities die hun landgenoten, en zeker buitenlanders, vreemd waren.

Wat ’vreemd’* was, kreeg een eigen plaats in de literatuur. Zo lieten schrijvers uit Calcutta zich inspireren door Bengalen en het Bengaals, schrijvers uit Madras door het Tamil en auteurs uit Amritsar door het Punjabi. En Vikram Seth en Amitav Ghosh uit India, Bapsi Sidhwa uit Pakistan en Michael Ondaatje en Romesh Gunesekara uit Sri Lanka bewezen het subcontinent en de rest van de wereld dat het Engels volwassen was geworden in een buitengewoon divers gebied. Alleen India al telt ten minste 35 erkende talen en vierhonderd andere talen van uiteenlopende oorsprong – Indo-Europese, Dravidische, Chinees-Tibetaanse en Austro-Aziatische – en minstens zeven religies: het hindoeïsme, de islam, de godsdienst van de Sikhs, het boeddhisme, jainisme, christendom en de leer van Zarathoestra.

Toen schrijvers er eenmaal van overtuigd waren dat ze het Engels naar believen konden gebruiken en aanpassen, berichtten ze op ongedwongen wijze over de inwoners van Tamil Nadu, Punjab, Sindh en Bihar, die evenveel van elkaar verschillen als het ene Europese volk van het andere. De literatuur van het subcontinent werd een feest van diversiteit en inzichten in zijn eigen culturen. Anderen ontdekten die diversiteit nu trouwens ook, zoals de Frans-Canadese schrijver Yann Martell, wiens ’Leven van Pi’ in 2001 bekroond werd met de Booker Prize.

De Engelstalige literatuur bloeide vooral op in gebieden die gezegend zijn met metropolen, al beschouwen sommigen die eerder als vloek. üls er Engels gesproken wordt, dan vooral daar, en dus komen de meeste schrijvers ook uit de stad.

Bengalen, met Calcutta als hoofdstad, was de eerste Indiase staat die onder Brits bestuur viel en de eerste waar Engelstalige instituten werden gevestigd. Dat leidde tot een rijke literaire cultuur, met als hedendaagse voorbeelden Amit Chaudhuri, Amitav Ghosh en Anuradha Roy.

Deze laatste schrijfster komt strikt genomen niet uit Bengalen, omdat ze in verschillende delen van India is opgegroeid – haar vader is geoloog – maar in cultureel en taalkundig opzicht is Anuradha Roy Bengalees. Bengaals is de taal die ze thuis sprak en waarin ze las, en het zijn de Bengaalse literatuur, film en tradities die haar naar eigen zeggen het meest hebben beïnvloed.

Gelukkig kunnen ook Nederlandse lezers nu kennis maken met Roys romandebuut ’Een atlas van onmogelijk verlangen’, een knap geconstrueerd verhaal dat tot leven komt dankzij Roys elegante taalgebruik. Het handelt over drie generaties mannen, over de opkomst en het verval van hun families en hun landgoederen –- en over de geschiedenis van India.

De eerste die we leren kennen is Amulya, een dromerige fabrikant van uit kruiden vervaardigde medicijnen. Daarop volgen we zijn zoon Nirmal, een archeoloog die graag reist, en de lijn eindigt met Mukunda, een onwettig kind dat geen familie is, maar opgroeit in het huis van de familie.

Hoewel het leven van deze mannen de ruggengraat van het verhaal vormt, spelen vrouwen hierin minstens zo’n belangrijke rol. Amulya’s stoïcijnse echtgenote Kananbala doorbreekt als eerste de rassenscheiding door vriendschap te sluiten met mevrouw Barnum, van wie overigens onduidelijk blijft hoe Engels ze eigenlijk is. In de loop van het boek gaat ze steeds meer lijken op Mrs. Haversham uit ’Great Expectations’ van Dickens, wat volgens de schrijfster toeval is: we kennen allemaal wel een excentriekeling.

Shanti, de vrouw van Nirmal, wordt wreed uit het idyllisch aan de rivier gelegen ouderlijk huis weggehaald, maar keert daar later terug om te sterven – wat haar man ertoe aanzet om lange tijd zijn eigen huis te verlaten –, en Nirmals koppige dochter Bakul groeit min of meer als wees op.

Niet alleen de personages, ook hun wereld weet Roy geloofwaardig te beschrijven. De geschiedenis ontwikkelt zich weliswaar rond de hoofdpersonen, maar neemt hen nooit geheel in beslag. Ook de plaatsen waar alles zich afspeelt komen tot leven, zoals Songarh, het elegante mijnstadje dat onder Brits bestuur korte tijd tot bloei is gekomen en daarna in verval raakt. Roy laat zien hoe het oude, door de rivier bedreigde landhuis in Manoharpur en de altijd in de verte aanwezige metropool Calcutta groeien, veranderen en worden verscheurd door de deling van India, als de staat onafhankelijk wordt.

Zoals in alle echte literatuur wordt in deze roman niet zomaar verklaard hoe het land functioneert; Roy graaft dieper en legt bloot wat gemakkelijk verzwegen kan worden: de emoties en spanningen die het komen en gaan van mensen en generaties met zich meebrengt, en het naar elkaar en uit elkaar groeien van een metropool en de steden die haar omringen.

Het boek raakt je zonder sentimenteel te worden en blijft eerlijk, of het nu gaat om de ongemakkelijke en ongelijke verhouding tussen de verschillende klassen en gemeenschappen, of om de status van weduwen; iedereen wordt met medeleven, zelfs genegenheid beschreven.

Vergeleken met andere in het Engels geschreven Indiase romans die dit jaar zijn uitgegeven – niet alleen de in het Nederlands vertaalde – valt Roys roman op door zijn natuurlijkheid. De schrijfster leest niemand de les en pretendeert niets uit te leggen. Haar roman is behalve een heel beeldend portret van het India van de Bengalezen, ook een verhaal over universele waarden als liefde, leven, dood en, zoals de titel doet vermoeden, verlangen. Een verlangen dat uiteindelijk vervuld wordt, maar niet op de manier die je als lezer verwacht.

Als je dit jaar maar één Indiase debuutroman leest, lees dan deze.

Vertaling Susan Ridder

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden