De Britse regisseur Mike Leigh over het verzwegen bloedbad in Manchester

 Mike Leigh Beeld AP
Mike LeighBeeld AP

Mike Leigh maakte een historisch epos over een drama in 1819 dat niet voor komt in de schoolboekjes. Het bloedbad van Peterloo in Manchester, tijdens een demonstratie voor meer democratie.

Mike Leigh (76) maakt al zijn hele leven films over de Britse arbeidersklasse. Dat leverde een aantal prachtige vrouwenportretten op – denk aan de secretaresse in zijn eerste speelfilm ‘Bleak Moments’ of de goedgemutste onderwijzeres in ‘Happy-Go-Lucky’. Het waren levens die doorgaans niet de moeite van het verfilmen waard werden gevonden. Maar Leigh dacht daar anders over. En het publiek ook.

Bovenaan menig favorietenlijstje staat nog steeds ‘Secrets and Lies’. In die film gaat een jonge, succesvolle, zwarte vrouw op zoek naar haar biologische moeder, die een arme, witte vrouw blijkt te zijn. Brenda Blethyn is een natuurkracht als de fabrieksarbeidster die afstand deed van haar baby. De film was behalve een tranentrekker ook een overtuigend psychologisch drama, in 1996 goed voor de Gouden Palm in Cannes.

Mike Leigh, uitgegroeid tot een van de grootste Britse cineasten, is nog vol vuur. Met twee kunstenaarsportretten (‘Topsy-Turvy’ en ‘Mr. Turner’) boog hij zich al eerder over het Victoriaanse tijdperk, maar met zijn nieuwste film, ‘Peterloo’, heeft hij voor het eerst een echt historisch epos gemaakt. De tweeënhalf uur durende film kreeg vooral in Engeland zelf een warm onthaal. The Guardian beloonde het portret van negentiende-eeuws politiek activisme met vijf sterren. Anderen waren vooral verrast door het pittige historiestuk.

De film staat stil bij bij het zogeheten Peterloo Massacre, het bloedbad in Manchester op 16 augustus 1819. Die dag verzamelden zich zo’n 60.000 ongewapende demonstranten op het St. Peter’s Field. Uit de hele streek waren mannen, vrouwen en kinderen naar het plein gekomen om te demonstreren voor meer democratie en hervorming van het parlement. Ze hadden genoeg van de werkloosheid en armoede en eisten verandering. Maar het protest werd bloedig neergeslagen. Soldaten reden – zo is in de film in gruwelijke details te zien – te paard op de menigte in, gewapend met vlijmscherpe sabels. Op het ommuurde plein zaten de mensen als ratten in de val. Er vielen zo’n vijftien doden en vele honderden gewonden.

“Het merkwaardige is, dat er over deze slachting met geen woord werd gerept in de schoolboeken”, zegt Leigh kort na de première van zijn film in Venetië. “Ik heb er op school niets over geleerd en ook buiten school niks over gehoord, terwijl ik nota bene in de buurt, in Greater Manchester, ben opgegroeid.”

U wilde met Peterloo een correctie aanbrengen op de schoolboeken?

“Ja. Wat mij betreft hebben we te maken met een weinig glorieus hoofdstuk in de Britse politieke geschiedenis. Een goed bewaard geheim. Het gaat om een roep om democratie die hardhandig is neergeslagen door de machthebbers. Het was een revolutie die geen revolutie mocht worden. Daarom is het ook een van de grootste schandalen in de Britse politiek. Die is wat mij betreft niet geheel toevallig uit de geschiedenisboekjes gehouden.”

Peterloo is een heel talige film geworden, met veel dialoog, veel toespraken.

“Ja, ik wilde een film maken over het belang van woorden in het democratische proces, een film over het belang van retorica. Peterloo gaat over mensen met een arbeidersachtergrond die geen opleiding hebben genoten en niet hebben leren lezen. Punt is: ze leerden zichzelf vaak lezen. De een leerde het thuis, de ander leerde lezen en schrijven op de zondagsschool. En wat je in de film ziet en hoort: ze houden niet alleen lange en weloverwogen speeches, ze citeren ook de klassieken. Daar spreekt een enorme honger uit naar educatie en naar stemrecht dat ze niet hadden.

“Als ik nu om me heen kijk, zie ik jongeren die stemrecht hebben, maar niet bepaald staan de popelen om te gaan stemmen. Ze hebben onderwijs, maar nemen het allemaal niet zo serieus. Dat vind ik in het licht van de geschiedenis heel pijnlijk. Er zijn mensen geweest die gestreden hebben voor die verworvenheden, die er op dat plein in Manchester hun leven voor hebben gelaten.”

U werkt zorgvuldig toe naar een climax: het bloedbad op het plein. Hoewel het om een grote menigte gaat, is het vrij intiem gefilmd.

“Ja, dat was een bewuste keuze. Wat mij betreft gaat deze film – en dat geldt eigenlijk voor al mijn films – over de manier waarop ik naar het leven kijk. Ik zie mensen als individuen en niet, in fascistische zin, als massa. Het is een filosofische afweging die technische consequenties heeft. Het betekent dat we geen helikoptershots hebben gemaakt van het plein, maar met de camera dicht bij de mensen zijn gebleven, tussen hen in. Ik heb die organische manier van werken altijd nagestreefd en technologie zoveel mogelijk buiten de deur proberen te houden.”

Voor bijna al uw films wonnen uw hoofdrolspelers belangrijke prijzen. Waarom werkt u in Peterloo voornamelijk met onbekende gezichten?

“Ik werk nooit met acteurs vanwege hun bekende gezicht. Het is meestal andersom. Ze werken met mij en worden bekend. Voor Peterloo is een gemengd gezelschap gekozen. Sommige acteurs zou je kunnen kennen van de Engelse televisie, andere uit het theater en weer andere komen rechtstreeks van de toneelschool. Ik werk graag met intelligente acteurs. Daarmee bedoel ik dat ze niet alleen goed zijn in acteren, maar dat ze ook gemotiveerd en gepassioneerd naar de repetities komen. Er wordt iets van ze verwacht. Ze hebben zich ingelezen en zijn grondig voorbereid.”

U werkte dit keer met een grotere groep acteurs dan anders. Ging dat u goed af?

“Ik had een historicus op de set, dr. Jacqueline Riding. Ze is heel goed. Ik heb met haar ook het negentiende-eeuwse schildersportret Mr. Turner gemaakt en ze heeft een boek geschreven bij de film: ‘Peterloo: The Story of the Manchester Massacre’. Als we een scène met een menigte hadden gedraaid, ging zij altijd de set op om de acteurs voor te bereiden op de volgende scène. Ze legde uit wat er aan de hand was en welke gevoelens en aspiraties er in het spel waren. Het was een methode om ongemotiveerd groepsgedrag uit de film te weren.

“Het is een pijler in al mijn films: acteurs die begrijpen wat ze spelen en uitdrukken.”

Mike Leigh: geen uitgeschreven scripts

Het was 1960 toen Mike Leigh als 17-jarige knaap in Londen arriveerde. Zijn bestemming was de kunstacademie, waar hij in de ban raakte van de Engelse landschapsschilder William Turner. Later zou hij over zijn held een prachtige film maken. Leigh, die zijn carrière begon bij de BBC, was toen al een beroemd filmregisseur die altijd duidelijk was over zijn werkterrein: de hedendaagse, Engelse arbeiderswijk. Hij maakte er rauwe, realistische films als ‘Naked’, ‘Secrets and Lies’ en ‘Career Girls’.

Zijn films komen op een speciale manier tot stand. Leigh werkt niet met uitgeschreven scripts, maar improviseert en houdt uitgebreide, soms maanden durende repetities met zijn acteurs. Het levert opvallend gedetailleerde karakters op waarvoor zijn hoofdrolspelers wereldwijd worden geprezen.

Werk staat vaak centraal in zijn films. Wat betekent het om een secretaresse te zijn, een onderwijzeres, een fabrieksarbeidster of een rij-instructeur? Of wat betekent het om werkloos te zijn? In Leighs films gaat het vaak om insiders en outsiders, conformisten en non-conformisten, idealisme en materialisme.

Leigh heeft een hekel aan kostuumfilms omdat ze vaak zo gekunsteld zijn. Om te bewijzen dat het ook anders kon, maakte hij ‘Topsy-Turvy’ over het befaamde Britse theaterduo Gilbert & Sullivan. Daarin voert hij de makers van populaire, komische opera’s op als mensen van vlees en bloed, als 19de-eeuwers die niet wezenlijk verschillen van 20ste-eeuwers. Mensen gaan in zijn films naar het toilet. Ze hebben kiespijn en stellen tandartsbezoek uit, omdat mensen dat nu eenmaal doen.

Leigh - lekker eigenwijs - vertikt het om zijn films te baseren op romans of toneelstukken. De cinema is voor hem een zelfstandige kunstvorm, geen afgeleide van literatuur of theater. “Ik begon daarover na te denken in de jaren zestig, toen ik in Londen arriveerde en voor het eerst kennis maakte met films uit India van Satyajit Ray en Japan van Yasujiro Ozu”, vertelt Leigh. “Ik dacht voor het eerst na over organische cinema, over films die op straat ontstaan, middenin het leven. Eigenlijk is dat altijd zo gebleven.”

Dat hij vaak in één adem wordt genoemd met Ken Loach, die andere Britse veteraan, begrijpt hij wel. “Ken is een vriend. We zijn allebei lang, lang geleden begonnen bij de BBC en we maken allebei sociaal-realistische films. Toch is er ook een belangrijk verschil. Ken vertelt in zijn films altijd precies wat de boodschap is. Ik vertel nooit wat de boodschap is.”

‘Peterloo’: uitgebuite arbeiders, een opstand en en vergeten bloedbad

Recensent Remke de Lange gaf de film van Leigh drie sterren.

Elke week worden de nieuwste films besproken door onze recensenten. U leest de recensies hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden