De Britse autoindustrie gaat piepend en remmend langs het brexit-ravijn

Phantom II van Rolls Royce, 1931. Beeld Hollandse Hoogte

De Britse autoindustrie is wel wat pieken en dalen gewend, maar de aankomende brexit belooft voorlopig niet veel goeds. De ene na de andere autobouwer sluit fabrieken.

Een landschap van pieken en dalen is voor de Britse autoindustrie vertrouwd terrein. Het gaat óf bergopwaarts, en dan is er niks mooiers dan een stoere Range Rover of hippe Mini, of de sector stevent rechtstreeks op het ravijn af, zoals nu met de naderende brexit. 

De ene na de andere autofabrikant straft de keuze van de eilandbewoners om de EU te willen verlaten af, met Honda als jongste afhaker. De Japanners bevestigden deze week dat ze de fabriek in het Engelse Swindon, waar de Civic en de CR-V van de band rollen, in 2021 sluiten. Nissan ging Honda voor met de beslissing om zijn X-Trail niet in Sunderland, maar in Japan te gaan bouwen. Jaguar Land Rover en Ford, tot overmaat van ramp, schrappen duizenden banen en sluiten fabrieken op het eiland. En dan laten we de waarschuwende signalen van de BMW Groep, die de Mini bouwt in Oxford, en Toyota Motor Europe, met een fabriek in Burnaston, South Derbyshire nog maar even buiten beschouwing.

Die vertrekkende en snoeiende fabrikanten verzwakken de Britse autobranche over de volle breedte, zegt Max Erich, sectoreconoom automotive bij ING. “Er worden minder auto’s en onderdelen gemaakt. Toeleveranciers verdwijnen en werknemers moeten wellicht andere sectoren opzoeken voor werk. Dat betekent verlies van kennis en vakmensen.”

Pijnlijk, maar toch ook passend in de roemruchte geschiedenis van de Engelse autoindustrie. De historie van de vierwielers op het eiland is er altijd al eentje geweest van kopje onder gaan, nooit meer boven komen, heel hard vallen of langzaamaan weer opstaan.

British Leyland behoorde ooit tot de vier grootste autobouwers ter wereld, tot het eind jaren tachtig over en uit was met het concern. Merken als Rover, Austin, Morris, MG en Triumph verdwenen, andere veranderden van eigenaar of maakten een comeback. Economische crises kwamen en gingen maar nooit ging de sector definitief knock-out. Voor de puristen is één ding wel heel zuur: van alle bekende Engelse automerken is er geen enkele meer honderd procent Brits. Rolls Royce en Mini zijn van de BMW Groep, Bentley is van het VW-concern en Jaguar Land Rover is in handen van het Indiase Tata. Opel-kloon Vauxhall maakt sinds 2017 onderdeel uit van de Franse PSA Groep. De wereldberoemde Londense taxi wordt gemaakt door het Chinese Geely.

Glijvlucht

“Als je kijkt naar de merken die zich richten op massaproductie, kun je zeggen dat de Britse autoindustrie al lang geleden is overleden. Ze ontwerpen niets meer zelf, hebben geen eigen modellen meer”, zegt autokenner Paul Wouters. Op zijn website beschrijft hij tot in detail de geschiedenis van de auto-industrie, onder meer aan de hand van bezoeken aan fabrieken, legendarische plaatsen en automusea. Zijn eerste spreekbeurt, vroeger als jochie op school, ging over de Britse Ford Cortina en op zijn werkkamer staan zo’n zevenhonderd boeken over auto’s. Ja, je mag van Wouters best zeggen dat hij een afwijking heeft.

Van een echte piek in de Britse autosector is volgens hem nooit serieus sprake geweest. “In de naoorlogse jaren ging de Britse autoindustrie in een glijvlucht omlaag. Die teloorgang zette begin jaren zestig in en heeft decennia geduurd.” De industrie heeft zich te lang geconcentreerd op de eigen markt. In de jaren vijftig was Morris zo bezig met de eigen-auto-eerst-gedachte dat het model Minor aanvankelijk alleen aan de bestuurderskant een deurslot had waarmee de auto van buitenaf gesloten en geopend kon worden. Wouters: “Voor de Britten was dat uiteraard de rechterdeur, maar bij de exportmodellen ook! Je moest dus omlopen om van binnenuit de bestuurdersdeur open te maken.” 

Stakingen

Het verval ging hard in de jaren zestig, zeventig en tachtig. De economie kraakte, er heerste een no-future-mentaliteit in de Britse samenleving en de industrie werd geplaagd door talloze stakingen waardoor auto’s niet op tijd werden geleverd. Daar kwam nog bij dat auto’s die in Engelse fabrieken in elkaar waren gezet van belabberde kwaliteit waren. Een Austin Allegro of Princess verloor bij wijze van spreken al onderdelen voordat je de showroom uit was.

Wouters: “Behalve dat ze slechte kwaliteit leverden, sloegen de Britten herhaaldelijk de plank mis met hun modellenbeleid. Bovendien hielden ze vast aan tradities. De driewielers van Reliant en Bond werden nog aangeboden toen vergelijkbare auto’s uit Duitsland al lang en breed in de musea stonden.” 

Maar wat je ook van die eigenwijze Britten kunt zeggen, ze hebben het toch maar voor elkaar gekregen om een aantal iconen af te leveren. Excentrieke automobielen waarmee een beetje heer van stand, of stijlvolle dame, graag gezien wilde worden. De Austin Healey, De Land Rover, de Mini Cooper, de Rolls Royce Silver Shadow, de Jaguar E-type, de Aston Martin DB-serie; vraag maar aan James Bond.

Onvergetelijke modellen

“Ze hebben mentaal een aantal vreselijke klappen gehad”, zegt Wouters. “Maar ondanks al het gedoe hebben de Britten nogal wat onvergetelijke modellen voortgebracht. Al zijn die merken nu wel in buitenlandse handen.” Hoe de toekomst van de Britse autobranche eruitziet, wil hij maar zeggen, wordt besloten in de hoofdkantoren in het buitenland: in München, in Wolfsburg, in Mumbai en Hongkong. “Om te kunnen zeggen dat je een bedrijfstak hebt, moet je ook de beslissingen kunnen nemen.”

Hoopgevend is dat Honda volgens SkyNews wel zijn Europese hoofdkantoor in Groot-Brittannië houdt en dat de Britse Toyota-fabriek net begonnen is met de productie van de nieuwe Corolla.

Econoom Max Erich ziet meer lichtpuntjes. Zo leeft Aston Martin op en ging recentelijk zelfs naar de beurs. McLaren is zich een paar jaar gaan richtten op de markt voor de supercars, en met succes. Het is nu een serieuze speler in die markt. Erich: “Ze zullen in Engeland moeten laten zien dat ze zich aan nieuwe omstandigheden kunnen aanpassen. Britten hebben wel echt iets met auto’s en zijn trots op hun auto-industrie. Ze zullen het niet zonder slag of stoot opgeven.”

Rob Schouten

Rob Schouten is niet alleen columnist en recensent literatuur van deze krant, en schrijver en dichter, maar ook trots bezitter van een Wolseley 1500 en een Rover P4 . “Het verhaal wil dat Engelse auto’s in de jaren zestig slecht waren en te duur bovendien. Zoiets kun je alleen maar beweren als je geen oog voor stijl en schoonheid hebt. Engelse auto’s waren er niet om hard in te scheuren of mee naar de supermarkt te gaan, ze waren er voor de lady en de gentleman.“Mijn Rover (P4) behoorde toe aan een inspecteur van Scotland Yard, die zich erin naar zijn werk liet rijden, en mijn Wolseley (1500), door de vorige eigenaar liefkozend ‘Lady Jemima” genoemd, kun je je het best voorstellen in een overhuifd laantje in Sussex. 

Rob Schouten met zijn Rover P4.

“Maar wat is mooi? Ik vind de Engelse grilles van een verblindende schoonheid, en het koetswerk en het interieur van een troostende knusheid, waar geen economie tegenop kan.“Mag ik van de Rover, Siegfried Farnon uit ‘James Herriot’ reed er in een, net als onze huisarts in Hoogeveen, jaren vijftig, nog even de onhandige, tegendraads openende achterdeuren noemen, en van de Wolseley het verlichte embleempje op de voorkant? Dat is allemaal voorbij. Zoals ook de Humber, de Singer, de Sunbeam en al die andere prachtauto’s voorbij zijn, down memory lane.”

Vivian Vleeshouwers van de MG Car Club Holland 

Ze rijdt voor haar dagelijkse ritjes naar het werk dan wel in een Tesla, maar als het even kan stapt Vivian Vleeshouwers (50) in haar oer-Engelse MGA. Vleeshouwers is voorzitter van de MG Car Club Holland.

Vivian Vleeshouwers in haar MGA.

“Ik ben de eerste vrouwelijke voorzitter in zestig jaar. Mijn liefde voor Engelse auto’s is begonnen op een beurs in Rosmalen. Daar zag ik een MGA staan. Ik was meteen verliefd en wilde er dolgraag eentje hebben. Met mijn man wist ik er een op de kop te tikken, die we in Slowakije hebben laten opknappen. Hij rijdt als een trein. Ik heb er inmiddels drie. “De MG Car Club Holland is met 2600 leden de grootste Engelse autoclub van Nederland en zelfs van het Europese vasteland. We hebben tien regio’s en organiseren van alles: sleutelavonden, jaarlijks een tweedaagse rijtoer langs acht plaatsen, sportieve evenementen zoals racen op het circuit, een MG-onderdelen- en informatiebeurs en het grote jaarlijkse evenement de British Auto Jumble in Waalwijk.

“Van zo’n club voorzitter zijn is geweldig. Alleen al omdat je dan internationaal contact hebt met allemaal idioten zoals ik. Daar zitten niet alleen liefhebbers bij van MG, maar ook van andere Engelse merken als Jaguar, Wolseley, Rover, Mini en Triumph; je ontwikkelt je liefde voor één merk. En de liefde voor die auto’s is zo bindend. Er ontstaan echt vriendenclubjes. “De charme van een Engelse auto? De ontwerpen zijn mooi, het imago is stijlvol, dat elegante Britse. Ze hebben gewoon smoel. Ik zal nooit Italiaans kopen.”

Lees ook
Britse autofabrikanten doodsbang voor ‘harde’ brexit

Nu de exit van Groot-Brittannië uit de EU naderbij komt, laat de Britse auto-industrie zich steeds luider horen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden