De boze droom van baanloze groei komt uit

Analyse De Nederlandse economie groeit dan harder dan verwacht, maar banen: ho maar

ESTHER BIJLO

De 'nachtmerrie van de baanl, redactie economie oze groei'. De vakbonden waren er gisteren als de kippen bij om de onverwachts goede groeicijfers onder vuur te nemen. De Nederlandse economie groeit dan wel harder dan verwacht, banen: ho maar.

De waarneming klopt. In het laatste kwartaal groeide de economie met 0,7 procent vergeleken met een jaar eerder, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), terwijl op hooguit 0,4 procent was gerekend. Over de werkloosheid kwam geen goed nieuws. In 2013 waren er gemiddeld 138.000 banen minder dan in 2012. Niet eerder was er zo'n forse daling in één jaar, volgens het CBS. Daar zal in 2014 nog geen einde aan komen, de werkloosheid gaat nog verder stijgen.

Een 'nachtmerrie' is het ook, voor iedereen die zijn werk verliest of zijn bedrijf ten onder ziet gaan. Baanloze groei is echter een bijna onvermijdelijk verschijnsel na een recessie. Er moet eerst voldoende perspectief zijn, willen ondernemingen substantieel meer mensen gaan aannemen.

Dat geldt ook voor de overheid. Die bezuinigt nu, ontslaat ambtenaren en voert beleid dat in de zorgsector leidt tot een groot verlies van banen.

Wie inzoomt op de aard van de plots meevallende groei, ziet ook nog niet een snel einde aan de boze droom. Vooral de investeringen van bedrijven hebben het cijfer omhoog gejaagd. Dat lijkt goed nieuws, want dat belooft meer productie in de nabije toekomst. Maar het gaat voor een aanzienlijk deel om een eenmalige reuzepiek in de aanschaf van hybride en elektrische auto's vanwege fiscaal voordeel afgelopen jaar. Die actie leidt tot een schoner wagenpark, maar niet direct tot meer werk.

Na elke recessie klinkt de alarmkreet 'baanloze groei'. Dat was zo begin jaren tachtig, in de recessie van begin jaren negentig en tijdens de economische dip aan het begin van deze eeuw.

De werkgelegenheid hobbelde steeds achter de economische groei aan. Middenin zo'n periode van groei zonder dat er werk bijkomt, lijkt het eeuwig te duren. Iedere keer is er twijfel of de werkgelegenheid zich nog wel structureel zal herstellen.

In 1994 was die angst groot. De economische groei was halverwege dat jaar, na de recessie van 1992-1993, 'onverwacht krachtig'. Het ging om een percentage waar Nederland nu alleen nog maar van kan dromen: 2,3 procent.

Toch nam de werkgelegenheid dat hele jaar nog nauwelijks toe. Het leidde tot vele pessimistische bespiegelingen dat de arbeidsmarkt nooit meer dezelfde zou worden. Pas in 1996 kon de vlag voor werkend Nederland uit. Toen kwam er schot in de toename van het aantal banen en kon de angstgegner weer de kast in.

Nog geen tien jaar later kwam die er alweer uit. In de Miljoenennota van 2004 is te lezen dat de Nederlandse economie slechts moeizaam uit de recessie klom die in 2001 was begonnen. "Er zal in 2004 sprake zijn van een uiterst magere groei van 1 procent", stelde het toenmalige kabinet.

De huidige regering zou een gat in de lucht springen bij zo'n getal, maar ook toen bleef de groei van de werkgelegenheid achter. "Baanloze groei is een gebruikelijk verschijnsel bij een aantrekkende economie", was de droge constatering.

Hoe lang dat kan duren, heeft het CBS uitgezocht aan de hand van na-oorlogse data. Er is na een recessie flinke economische groei nodig om de werkloosheid echt omlaag te krijgen. Pas als de economische groei uitkomt boven het lange-termijngemiddelde van 2,3 procent, is er echt herstel op de arbeidsmarkt te zien.

Of dat nu weer zo gaat, is nog niet te zeggen. Zeker is wel dat de economie nog lang niet op stoom is. De consumptie van huishoudens zal dit jaar nog dalen, de overheid bezuinigt nog, huizenbezitters proberen hypotheekschulden te verlagen, banken zijn nog zeer kritisch met het verstrekken van kredieten.

Net als tien en twintig jaar geleden zal de vraag hoe lang de 'baanloze groei' dit keer gaat duren de gemoederen bezig gaan houden.

Gerekend over heel 2013 is de Nederlandse economie nog gekrompen met 0,8 procent. Maar in het vierde kwartaal vindt de economie weer de weg omhoog met 0,7 procent, afgemeten aan dezelfde periode in 2012. Dat betekent dat er weer groei is na acht opeenvolgende kwartalen van krimp. Begin 2011 kwam de groei voor het laatst boven de 2 procent uit. In 2008/2009 beleefde Nederland vijf kwartalen achter elkaar krimp.

Al jaren de achilleshiel van de economie: de uitgaven van huishoudens. In de laatste drie maanden van 2013 besteedden consumenten 0,8 procent minder dan een jaar eerder. Op zichzelf een kleine krimp. Maar de uitgaven dalen nu al drie jaar op rij. Over heel 2013 is de afname 2,1 procent. De verwachting is dat in 2014 nog geen einde komt aan die langdurige teruggang. De koopkracht neemt wel iets toe maar burgers zijn nog niet in voor grote aankopen.

Een opmerkelijk cijfer, de toename van bedrijfsinvesteringen het laatste kwartaal met 5,3 procent. Want over heel 2013 komen de investeringen 4,9 procent lager uit. Het ging in de laatste maanden vooral om de aanschaf van auto's, vanwege de voordelige belastingregeling voor schonere wagens. Daarnaast betrof het kapitaal in bedrijfsgebouwen, machines en computers. De investeringen in woningen en in de grond- weg- en waterbouw daalden juist.

Een heel bescheiden plusje laat de uitvoer de laatste drie maanden van 2013 zien: 0,4 procent. Dat was eerder in het jaar wel beter, waardoor over heel 2013 het groeicijfer voor de export op 1,3 procent uitkomt. Ook dat is niet hemelbestormend te noemen. De Nederlandse exporteurs hebben ook last van recessie of magere economische groei in andere landen, vooral in Europa. In 2012 steeg de uitvoer nog met 3,3 procent.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden