De bouw is te behoudend

Van steen tot gebouw is een strak proces. Al snel ligt alles vast en is het te laat voor alternatief materiaal. Dat moet anders, zegt adviseur Marlon Huysmans.

De bouw is een sector waarbij de opdracht om samen te werken in plaats van te concurreren erg dringend is, vindt Marlon Huysmans, zelfstandig adviseur duurzame ontwikkeling van de gebouwde omgeving. "Alleen met samenwerken krijgen duurzame innovaties een kans", zegt ze rondlopend in de timmerwerkplaats van Woodies aT BerLin op het terrein van de voormalige Amsterdamse NDSM-werf.

Huysmans is er voor een brainstorm rond het nieuw te bouwen hotel Amstelkwartier, dat het duurzaamste hotel ter wereld wil worden. Samen met meubelmaker Huib Koel en Xander Bueno de Mesquita van Amstelkwartier wil ze houtproducten voor het hotel ontwikkelen, zoals bedden en vloeren gemaakt van lokaal hout. De bomen die Koel wil gebruiken, komen van Staatsbosbeheer, uit Nederland dus. Voor Huys-mans is het een mooi voorbeeld van een nieuwe samenwerking in de bouwsector die uiteindelijk een duurzaam gebouwde omgeving moet opleveren.

Huysmans kent de bouwsector als haar broekzak. Ze was bijna tien jaar lang aannemer bij het Rotterdamse bouwbedrijf Slavenburg. Daarna werkte ze drie jaar als directeur duurzaamheid bij projectontwikkelaar OVG. In die tijd stond ze in de Duurzame 100 van Trouw. Ze is stellig van mening dat het bouwproces anders moet. Nu is het zo dat een klant met een opdracht komt. Zijn gewenste gebouw wordt ontleed in wat en hoeveel er nodig is aan materiaal en arbeid. Dat wordt weer vertaald in een plan met kosten. "Daarna wordt er eindeloos vergaderd door de projectontwikkelaar, bouwer en architect. Alles wordt in notulen vastgelegd. Dat wordt weer allemaal rondgestuurd met tekeningen erbij. Op een gegeven ogenblik is er een definitief plan. Daarbij zijn tijd en kosten leidend. Het moet zo goedkoop en zo snel mogelijk."

In dit proces is er nauwelijks ruimte voor nadenken over nieuwe ontwikkelingen in de bouwwereld, zegt Huysmans. "Voor vernieuwing is tijd nodig. Voorheen was de architect de aangewezen persoon voor innovaties. Maar ook hij wordt nu meegezogen in dat strakke proces waarbij tijd en geld je vijanden zijn. En als er eenmaal een definitief plan is, is er geen ruimte meer voor aanpassingen."

Huysmans pleit ervoor om het denken over innovaties vanaf de eerste minuut bij het bouwproces te betrekken. "Betrek producenten van bijvoorbeeld nieuwe geveltechnieken, zonne-energie, ledlicht, warmte-isolatie, circulaire afvalstromen erbij. Dat zijn vaak jonge bedrijfjes boordevol ideeën." Ook de klant zelf moet aanschuiven. "Anders dan vroeger is de klant door internet tegenwoordig goed op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen in de bouw. Maak daar gebruik van. Werk samen en accepteer dat zij meebeslissen."

Huysmans denkt daarbij aan hei-sessies waarbij deze nieuwe deelnemers al gelijk meediscussiëren. "Kruip een week bij elkaar en laat de creativiteit de vrije loop. Herhaal dat na een maand nog eens en dan weer na drie maanden. Bouwers hikken daartegenaan, bang zich gelijk vast te leggen. En het kost tijd. Maar kijk eens wat al dat vergaderen kost en het verwerken van al die tientallen e-mails die er overheen komen."

De bouw is een behoudende sector. Er is angst voor het onbekende, beaamt Huysmans. "In de klassieke bouw wordt nogal aangehikt tegen nieuwe materialen en technieken. Er is angst voor meerwerk. Dat is iets wat vermeden moet worden. Bouwers zijn ook erg op elkaar gericht. Er is sprake van een cultuurverschil tussen techneuten - eerst zien en dan geloven - en creatievelingen."

Voor het openbreken van het klassieke bouwproces is de toenemende vraag naar duurzame bouwproducten erg geschikt, vindt Huysmans. "Dan worden er zekere eisen gesteld. Er komen meer out-of-the-box-concepten bovendrijven, bijvoorbeeld huizen die niet meer zijn aangesloten op gas en elektra. In die nieuwe benadering is er sprake van zogenoemde bouwscrums. Dat zijn teams die in korte sprints stappen zetten. Het bouwproces ligt dan niet al vast, maar is opgeknipt in een reeks kleine projecten met elke keer een onderzoekende, creatieve fase. De populariteit van het 'lean' bouwen past daarin. Daarin wordt het eindproduct niet voorgeschreven. In zo'n stap-voor-stap-benadering kunnen al genomen besluiten weer worden verlaten, tenminste binnen een bepaald tijdsbestek."

Creatief proces

Als de opdrachtgever duurzaamheidseisen stelt, is er vaak ook extra budget voor, weet Huysmans. "Dat budget wil een klant alleen inschakelen als hij ervan overtuigd is dat het de bouw verbetert. Er is een aantal certificeringen waarin duurzaamheid strak is gedefinieerd, bijvoorbeeld op gebied van energiebesparing of hergebruik materialen. Wat blijkt dan: als je het creatief proces richting duurzaamheid de ruimte geeft, gebeurt er financieel soms het omgekeerde van wat wordt gevreesd: het basisbudget gaat omlaag! Omdat de basis creatiever en slimmer wordt ingevuld.

"Neem iets simpels als bekabeling. Bij vele renovatieprojecten is dat nauwelijks meer nodig. Er zijn steeds meer draadloze verbindingen mogelijk. Bekabeling is echter zo'n klassiek onderdeel van de bouw, men vraagt zich niet meer af of er alternatieven mogelijk zijn. Dat geldt ook voor sensoren die verlichting of verwarming aansturen. In veel kantoren is er tegenwoordig sprake van flexwerk. Ruimtes hoeven dan niet voortdurend verlicht, verwarmd of gekoeld te worden. Dit soort zaken word je als bouwer pas gewaar als je in teams met alle betrokkenen van het begin af aan praat."

De groenste willen zijn, is een groeiende trend. Dat zegt op zich nog niet zo veel over de echte drijfveren van een opdrachtgever. Soms is het emotie, soms status. "Prima", zegt Huysmans, "als het uiteindelijk onder aan de streep maar duurzaam wordt ingekleurd. Pas echter wel op dat het hier niet blijft hangen. Duurzaam betekent ook in de bouw continu alert blijven op nieuwigheden, anders denken dus."

Vergroenen of groeien?

Minder grondstoffen gebruiken, minder vervuilen en afval als hulpbron benutten. Dat is vergroening van de economie. Het klinkt mooi, maar de praktijk is weerbarstig. Veel grondstoffen zijn goedkoop en makkelijk te krijgen, burgers ageren tegen windmolens voor hun deur en regels, gemaakt in een andere tijd, zitten in de weg. In een serie belicht Trouw de obstakels en uitwegen op het pad naar een groene economie. Vandaag deel 5: de groene investeerder moet zijn klanten kennen.

Regels zitten verduurzaming in de weg

Dat samenwerken niet alleen in de bouw nodig is om de sector te vergroenen, dringt nu langzamerhand door tot het bedrijfsleven. In een brief aan minister Kamp van economische zaken van 11 juni wijst onder meer bedrijvenkoepel VNO-NCW erop dat samenwerking nodig is om een breed gedragen verduurzaming van de economie mogelijk te maken. Die samenwerking wordt als 'essentieel' gezien in de transitie naar een duurzame economie. Samenwerking slaat niet alleen op bedrijven binnen een sector, maar ook in een productieketen waarbij toeleveranciers laten zien dat het product dat zij leveren duurzaam is geproduceerd.

VNO-NCW wijst erop dat huidige regels soms die samenwerking tegenhouden, hoewel de Nederlandse overheid die samenwerking wel degelijk stimuleert. Kijk naar het Energie-akkoord dat fossiele brandstoffen op den duur moet vervangen door energie uit hernieuwbare bronnen. Of zie het Initiatief Duurzame Handel dat productieketens doorlicht en de spelers aan de hand neemt om hen stapje voor stapje efficiënter te laten omgaan met schaarse grondstoffen als water, land en metalen en het productieproces minder vervuilend te laten zijn.

VNO-NCW wijst met name op een uitspraak van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Deze kartelwaakhond zei begin dit jaar 'nee' tegen een afspraak tussen de kippensector en de supermarkten om de plofkip uit te bannen en de 'kip van morgen' te introduceren als eerste duurzame stap in de keten. De 'kip van morgen' gaat om een kip van een robuuster ras dat trager groeit en ook meer leefruimte krijgt. De ACM stelt echter dat in dit geval de samenwerking de concurrentie op de markt beperkt. Dat is nadelig voor consumenten.

Volgens VNO-NCW kunnen afspraken tussen bedrijven inderdaad concurrentiebeperkend zijn. In het geval van de kip van morgen echter wordt geen consument of bedrijf geschaad, stelt VNO-NCW in haar brief. Hier is sprake van samenwerking om te komen tot een 'breed gedragen verduurzaming'. Voor dit soort samenwerking moet in de kartelregels ruimte worden geboden. Als dat niet gebeurt, zal er een rem komen te staan op afspraken over duurzaamheid, aldus de bedrijvenkoepel.

De ACM gaf in haar motivering bij de uitspraak aan dat de voordelen van een duurzamere productie in dit geval niet opwegen tegen de nadelen van concurrentiebeperking.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden