De boord past ook de dominee

Het lijkt een typisch katholiek gebruik, maar sinds kort dragen ook sommige protestantse predikanten een priesterboord. Waarom?

Weinigen van de honderdduizenden mensen die keken naar de herdenkingsdienst in Amersfoort voor de slachtoffers van vlucht MH17, zal het zijn opgevallen. Toch was er een hoogst opmerkelijk detail te zien. Voor de gelegenheid droeg een van de belangrijkste sprekers, predikant Klaas van der Kamp, geen toga, het gebruikelijke ambtsgewaad. Nee, onder zijn zwarte jasje droeg Van der Kamp een muisgrijs overhemd met een hagelwit boordje, een priesterboordje.

En hij is niet de enige. Een handvol andere protestantse dominees kiest er sinds kort ook voor een boordje te dragen en zo herkenbaar te zijn als geestelijke. De priesterboord was tot voor kort een volstrekt onbekend fenomeen in de Nederlandse calvinistische traditie. In Nederland behoorde het boordje tot de dracht van rooms-katholieke priesters. Wat is er aan de hand met die dominees?

Voor Klaas van der Kamp, die ook algemeen secretaris is van de Raad van Kerken, is het slinken van de kerk een belangrijke reden om over te stappen op een priesterboord. Sinds twee jaar draagt hij er af en toe een. "Door de secularisatie is de kerk voor velen niet meer vertrouwd. Volgens mij is het goed te laten zien dat de kerk toch nog steeds vertegenwoordigd is in de maatschappij. Bijvoorbeeld bij herdenkingen. Je wordt niet altijd voor een microfoon gevraagd. Met zo'n boordje laat je toch zien: de kerk is er ook nog."

Van der Kamp is niet de enige die deze redenering volgt. Ook Marleen Blootens, een jonge predikant in Amsterdam, draagt sinds een paar maanden zo nu en dan een priesterboord. Het is een proef. Blootens: "Als christen en als dominee in Amsterdam hoor ik bij een kleine minderheid. Door een boordje te dragen, maak ik mezelf zichtbaar als iemand van de kerk."

In de buurt waar Blootens werkt, Amsterdam-Oost, wonen veel moslims. Ook dat speelde een rol bij haar keuze. "Veel moslims zijn herkenbaar aan hun kleding, in tegenstelling tot christenen. Het leek me in intercultureel en interreligieus opzicht niet verkeerd om zichtbaarder te zijn."

undefined

Tip 92

Het initiatief van deze predikanten om een priesterboordje te dragen, komt niet helemaal uit de lucht vallen. De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) raadt het haar tweeduizend predikanten zelfs aan. Het is tip 92 uit een boekje '100 tips & stops voor de missionaire gemeente'. 'Doe eens gek, draag een boordje', staat boven het bewuste hoofdstuk.

Voor de grote predikantendag die de kerk eind deze maand houdt, laat de PKN het Britse Butler&Butler overkomen, een specialist in milieuvriendelijke ambtskleding. De priesterboord ontbreekt niet in het assortiment.

André van den Bor, predikant in Bathmen, bij Deventer, las de tip van zijn kerk. Aanvankelijk vond hij het dragen van een boordje een lachwekkende gedachte. Maar dat veranderde toen hij erover ging nadenken: "Hoezo, 'doe eens gek'? Overal in de wereld heeft de geestelijkheid dit aan. Toen ik dat besefte, kantelde het beeld. Ik dacht: wat gek is het eigenlijk om als geestelijke niet zichtbaar te zijn."

Inmiddels trekt Van den Bor al bijna een jaar iedere ochtend een overhemd met een wit boordje aan. Hij draagt een knalblauw hemd, per post overgekomen uit Engeland. "Dat is toch net wat anders dan zwart of grijs."

Waarom geeft de Protestantse Kerk predikanten het advies priestermode te dragen? "Eigenlijk is het een tip met een knipoog", zegt Nynke Dijkstra-Algra, projectmedewerker 'missionair werk en kerkgroei' en een van de makers van het boekje met tips. "Maar de ondertoon is wel serieus. We willen graag dat predikanten zichtbaarder zijn en makkelijker aanspreekbaar op straat. Gewoon, in het dagelijks leven." De speciale kleding is niet iets wat de PKN gaat voorschrijven, benadrukt Dijkstra. "Het is geen must, maar het is wel het overwegen waard."

undefined

Mensen kijken

Zo'n wit vierkantje onder je kin, dat is in het begin wel wat ongemakkelijk, vertelt Van der Kamp. "Ik ben er een keer mee in het openbaar vervoer geweest. Mensen kijken iets langer, gaan net iets makkelijk bij je zitten of staan."

André van den Bor moest ook even een drempel over, zegt hij. Hij verwachtte kritiek van mensen om hem heen. Die bleef uit. "Ik krijg juist positieve reacties. Ik hoor van mensen dat ze het vertrouwen vinden wekken. Af en toe leidt het tot een gesprekje. Mensen willen weten wat je doet."

Marleen Blootens heeft nog niet zoveel reacties uit haar buurt in Amsterdam, maar de respons die ze krijgt noemt ze positief. "Maar op mij als jonge vrouwelijke predikant reageren mensen eigenlijk altijd positief. Jonge blonde vrouwen die dominee zijn, zijn toch al een verrassing, geloof ik."

Van den Bor merkte dat het boordje ook iets deed met hemzelf. "Als ik door de Gamma loop, doe ik daar niets predikant-achtigs. Toch ben ik me door dat boordje ervan bewust dat ik predikant ben. Ik merk dat ik het ambt hierdoor niet zozeer koppel aan werk, dus preken of begraven, maar dat het een levenshouding is." Niet dat dit betekent dat hij zich nu anders gedraagt, haast Van den Bor zich erbij te zeggen. "Ik leg me nu niet opeens allerlei restricties op. Alsof ik in de boekhandel opeens niet meer 'Vijftig tinten grijs' durf aan te raken."

Op straat mogen mensen dan positief zijn, bij collega's proeft Van den Bor aarzelingen. Hij besprak het idee met andere predikanten. En van hen hoorde hij verschillende argumenten om géén boordje te dragen. "Van: Ik wil vrij zijn, tot: Mijn partner wil het niet." Geen goede redenen, vindt Van den Bor. "Dat komt door mijn opvattingen over het ambt van predikant. Ik vind dat je altijd predikant bent. Het is geen negen-tot-vijf-baan. Het is deel van mijn existentie, van mijn wezen. Het is niet voor niets een ambt, een roeping. Oud-minister Tineke Netelenbos zei een keer: 'Als minister ben je altijd aanspreekbaar, 24 uur per dag'. Zo is het ook voor een predikant. Je moet aanspreekbaar zijn voor mensen. Altijd. Dat druk ik uit met deze kleding."

undefined

Voetbalwedstrijd

Van der Kamp en Blootens dragen de kenmerkende kleding lang niet altijd. Van der Kamp: "Ik draag het niet als hobby. Naar een voetbalwedstrijd ga ik dus in gewone kleding. Daar ben ik op persoonlijke titel, niet namens de kerk. Ik draag het boordje alleen op momenten dat ik de kerk vertegenwoordig."

Inhoudelijk kritiek heeft Van den Bor nog niet gehad, wel een enkele opmerking van esthetische aard. "Iemand vond het niet modieus. En een dame zei me dat ze liever borsthaar ziet bij een man." Vooralsnog peinst hij er evenwel niet over om zijn boordje en speciale overhemd in de kast te laten hangen. "Alleen als het boven de 25 graden is, dan draag ik wat luchtigers. Boven een korte broek ziet het er belachelijk uit."

Nynke Dijkstra-Algra is, behalve projectmedewerkster bij de Protestantse Kerk, zelf ook predikant. Loopt ze ook met een boordje? "Ik heb er weleens over nagedacht, maar dat is niet echt nodig in mijn setting", zegt ze. "Ik zou het eerder doen als ik predikant was in een plaatselijke kerk, om herkenbaar te zijn in de eigen wijk en buurt."

Dijkstra ziet nóg een belangrijk beletsel, zegt ze. "Hoe draag je zoiets bij een jurkje? Voor vrouwen wordt het al snel heel onelegant."

undefined

Herkomst van de toga

Nederlandse predikanten dragen van oudsher geen boordje, maar een toga. Het mag dan een eeuwenoud kostuum lijken, het dragen ervan door dominees begint 'pas' 150 jaar geleden. In de loop van de negentiende eeuw wordt de toga het ambtsgewaad van vele protestantse predikanten, meestal gedragen met bef, soms ook met baret.

Predikanten zagen in het dragen van het gewaad de bevestiging dat ze behoorden tot de zojuist ontstane zelfbewuste burgerlijke middenklasse, de groep waar die maatschappelijk en cultureel de toon aangaf. Hoewel er in het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden geen officiële staatskerk bestond, speelden predikanten wel een prominente maatschappelijke rol. Zo deed koning Willem I een beroep op hen in zijn streven om van Nederland een moderne eenheidsstaat te maken. De predikant had, net als de eveneens togadragende rechter en de advocaat, volgens de vorst in essentie één taak: opvoeden van het volk. Dat woog zwaarder dan vroomheid.

Zodoende werd de dominee door hogerhand uitverkoren tot de opvoeder van, zoals de afvallige predikant en schrijver Conrad Busken Huet optekende, 'kringen waar hij zich boven voelt staan'. De toga zorgde voor de juiste distantie.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden