De bonte gele dovenetel is een tuinplant

die vaak wordt verwisseld met de wilde gele dovenetel. Het blad vertoont veel grotere zilverwitte vlekken of vegen dan de wilde soort. Daarvan bestaan twee vormen, een grote en een kleine. De grote is in alles groter dan de kleine en met name in Oost- en Zuid-Nederland veel algemener dan de kleine. Waar deze bosplant op landgoederen in het westen voorkomt, wordt hij tot de stinzenplanten gerekend. Dat is niet het geval met de bonte gele dovenetel, die dikwijls als bodembedekker in plantsoenen wordt aangeplant en vervolgens gemakkelijk verwildert.

Beide soorten hebben gele bloemen met een bruin honingmerk op de onderlip, een smalle kroonbuis en een wijd bovendeel. Bestuiving geschiedt voornamelijk door hommels en hommelachtige graafbijen, in de eerste plaats door akkerhommels, maar even goed door aardhommels en het vosbijtje met zijn oranjerode pels. Na bestuiving groeit een vierdelige splitvrucht uit, met op elk deel een mierenbroodje, een aanhangsel waar mieren dol op zijn. Die verslepen de zaden in de richting van hun nest.

Op Goede Vrijdag werden de eerste koekoeken van dit jaar gehoord en gezien bij Amsterdam en in de duinen bij Zandvoort. De gierzwaluwen, anders pas eind april terug uit Zuid-Afrika, werden al gesignaleerd op 9 april!

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden