De bomen bepalen het maatgevoel

Kunst op een plek buiten de geijkte schouwburg, concertzaal of het museum. Daarover gaat de serie die in juli en augustus bericht over plaatsgebonden evenementen. In deze derde aflevering een bezoek aan het Amsterdamse Bos. T/m 27 augustus (behalve zo en ma) om 21.30 uur. Bij dreigende regen kan worden geèformeerd of de voorstelling doorgaat, tel. 020-6433286.

Het is dit jaar voor de tiende keer dat regisseuse Frances Sanders met een grote groep getrouwen en nieuwkomers toneel brengt in het bos. Ze zijn er bij toeval terechtgekomen. In 1985 mocht een Shakespeare-voorstelling die gepland was voor het Oosterpark in Amsterdam daar niet gespeeld worden, omdat het park onveilig werd gemaakt door elkaar beconcurrerende drugbendes. De spelers weken uit naar het in verval geraakte amphitheater in het bosplan.

Het theater leek te ver van de bewoonde wereld te liggen, en het verval had een reden. Door de groei van de luchthaven Schiphol was de idyllische plek een plaats geworden waar je geen toneel moest spelen: om de paar minuten brengt een luchtreus het spel tot stilstand.

In de beginjaren van de Stichting 'Het Amsterdamse Bos' was het toneelspel vooral een dialoog met vliegtuigen. Op de nadering van hun geluid verhieven de spelers hun stem, tot het spel bevroor in het bombardement van de decibellen. Als het ergste voorbij was, pasten de spelers hun volume geleidelijk weer aan het gekwinkeleer van de vogels aan.

De laatste jaren behoort de N.V. Luchthaven Schiphol tot degenen aan wie dank wordt gebracht in het programma. Tijdens de voorstelling wordt de baan niet of nauwelijks gebruikt, en het enkele overkomende sportvliegtuigje wordt soepel opgenomen in het spel. Ook het bezwaar van de grote afstand is verdwenen: vele duizenden weten het theater te vinden en komen trouw elk jaar kijken, de koeltas met de witte wijn, de glazen en de slaatjes in de tupperware bij de hand, de muggenolie paraat. Trouwens, voor wie dat allemaal vergeet is er de provisorisch ingerichte bar als je het theater betreedt, en aan het laantje dat van de vijver naar het theater voert, staat een tafel waarop een sponsorende fabrikant van muggestiften zijn produkt voor algemeen gebruik heeft neergelegd.

Frances Sanders zit er tevreden en ontspannen bij dit jaar. Daar is alle reden voor. Het groepje dat vroeger balanceerde op de rand van de enthousiaste amateurs is langzamerhand uitgegroeid tot getrainde openluchtspelers die het zware werken op dat enorme speelveld tussen de bomen goed beheersen. De vaste kern van onder meer Felix Jan Kuypers, Bodil de la Parra, Erik de Vogel, Geert Lageveen en Fons Merkies (die dit jaar weer de muziek heeft gecomponeerd, in de sfeer van Sjostakovitsj en uitgevoerd door een strijkkwartet) krijgt de laatste jaren versterking van groot talent uit het reguliere zalencircuit. Zo speelt dit jaar Nettie Blanken mee als de weduwe Ljoebov, die haar landgoed onder de hamer ziet komen dankzij de onzakelijkheid van haar en haar broer.

Ook de subsidieperikelen, die twee jaar geleden de stichting bijna om zeep hielpen, zijn nu aanzienlijk minder, al is het ritueel na de voorstelling, waarbij de spelers met mutsen, tassen en pannen de bezoekers tot een donatie nodigen, bittere noodzaak. De komende jaren kan de karavaan aan keten er neerstrijken; samen met de gebouwtjes die er vast staan, is hier drie maanden lang een flink bedrijf aan het werk.

Afgezien van het ontbrekende dak is het een ideaal theater: in alle rust kan ter plekke het decor worden opgebouwd en de voorstelling geensceneerd. Een ongebruikelijke spelbreker was dit jaar de hitte, zodat de spelers een schaduwplek onder de bomen zochten om te repeteren.

Decorontwerper Willem Heesen loopt ook al zes of zeven jaren mee. Hij is architect van beroep. Heesen vindt 'zomerhobby' een te gevaarlijk woord: zijn betrokkenheid bij dit jaarlijkse gebeuren is daarvoor te groot. Bovendien vindt hij dat het maken van die tijdelijke constructies hem inspireren voor zijn gewone werk. Karakteristiek voor Heesen waren in de afgelopen jaren de hoog in de avondlucht priemende bouwwerken of zelfs hele rotslandschappen als in de 'Kütchen von Heilbronn' vier jaar geleden.

Dit jaar is hij veel abstracter: om de verschillende locaties in en rond het landgoed van Ljoebov aan te geven, heeft hij in het platte vlak metershoge vormen van triplex gemaakt, waaronder een driehoek. Die vormen worden door de spelers over rails heen en weer gereden.

Het lijkt een waagstuk, zo veel abstractie in een voorstelling die wordt bezocht door mensen die (dat blijkt uit onderzoek) zelden of nooit naar het theater gaan. Dat geldt ook voor de keus van dit stuk, zegt Sanders. 'De Kersentuin' leent zich inderdaad niet voor een spektakelstuk, voor gedraaf en gebuitel over de weide en tussen de bomen, zoals Sanders en haar spelers dat de laatste jaren met 'Figaro' en 'De Feeks' aanstekelijk deden.

Het spelen in een zo weidse ruimte als de open lucht dwingt de acteur haast tot een versimpeling, tot grote, eendimensionale gebaren. Sanders wil tegen die dwang in proberen meerlagen van de tekst te laten zien, volkstheater maken zoals Peter Brook dat beschrijft in zijn 'Lege Ruimte', waarin hij Tsjechov karakteriseert als de arts die zorgvuldig laagje voor laagje van zijn personages structuur geeft.

Dat betekent voor haar twee dingen: aan de ene kant wil Sanders een uitspraak doen over het stuk. Zij vindt het een stuk over afscheid nemen, over mensen die niet weten dat hun leven voorbijgaat. “Ik ben een ouderwetse regisseuse, die niet bang is voor een moraal.” Maar ze wil geen keus opdringen aan de toeschouwer over een soort moreel gelijk: Lopachin die de het landgoed op de veiling koopt en de kersentuin laat omhakken om er zomerhuisjes neer te zetten, krijgt van haar evenveel gelegenheid zijn gelijk te halen bij het publiek als de verarmde adel die met afgrijzen 'de mooiste boomgaard van Europa' aan de bijl ten prooi ziet vallen. Aan de andere kant zal deze 'Kersentuin' een komedie zijn, niet in de doorgevoerde vorm van Strijards beroemde enscenering van een aantal jaren geleden, maar wel uitbundig en heel fysiek in de stijl van de groep. En wat zeker de moeite waard zal zijn, is de kersentuin zelf. In het bos is er geen illusie, zegt Heesen. De bomen geven de toeschouwer het maatgevoel. In overeenstemming daarmee staan er deze maanden achter het decor en vóór de hoge beuken en essen echte kersebomen, in het bos zelf gekapt door Stedelijk Beheer op een voormalige kwekerij waar ze weg moesten. Heesen heeft ze met blad en al wit geschilderd, vier op een rij. Als de oude knecht Firs in de laatste scène sterft, gaat er eentje echt om, ruisend als een grote witte vogel in de nacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden