'De bok is als het leven zelf'

interview | Jaap van Zweden, onlangs benoemd tot chef-dirigent in New York, was even in Nederland voor vier concerten. Een gesprek over carrière, partituren en eenzaamheid. 'Muziek kan een ongelofelijke partner zijn.'

Zijn eerste reactie op de benoeming tot chef-dirigent van de New York Philharmonic kwam in een opwelling: 'Ik ga een megafeest geven.' Maar dat feest kwam er niet. Jaap van Zweden heeft het bijzondere wapenfeit niet eens in kleine kring met zijn familie gevierd. Hij is, zegt hij, met beide benen op de grond blijven staan, heeft de euforie over zijn benoeming kalm over zich heen laten komen. Het kwam hem als onnatuurlijk voor om het van de daken te gaan schreeuwen.

"De reacties op mijn benoeming waren hartverwarmend. Maestro Riccardo Muti belde me als eerste, en er waren andere collega's die blij voor me waren. Van het orkest in New York kreeg ik, mooi ingelijst, het allereerste programma dat mijn Nederlandse voorganger Willem Mengelberg in New York als chef dirigeerde. Ik voelde meteen vanaf mijn debuut dat het klikte met de musici. Het orkest in New York staat als behoorlijk lastig bekend, maar daar heb ik nog niet één seconde iets van gemerkt. Echt niet."

De vele artikelen over die opvallende benoeming in New York - knipsels noemt hij ze - heeft hij amper gelezen. "Het leidt alleen maar af", zegt hij, "je hebt er niets aan." Voor die knipsels heeft hij trouwens zijn vader, zo bleek in een van de afleveringen van de zevendelige docu-serie 'Jaap van Zweden: Een Hollandse maestro op wereldtournee', die deze dagen op televisie is te zien. Daan van Zweden toonde daar trots de knipselmappen waarin de internationale successen van zijn zoon bewaard worden. Er waren de afgelopen tijd wat zorgen over de gezondheid van Van Zwedens 88-jarige vader. De dirigent zegde er vorige maand concerten in Dallas en Rome voor af om dichtbij hem te kunnen zijn.

"Het gaat gelukkig weer goed, maar er was wel even paniek in de tent. Ik hoop dat hij deze dagen bij een van de concerten kan zijn. Natuurlijk is hij trots, dat begrijp ik, maar alles is relatief. Vroeger speelde mijn vader als pianist samen met de Hongaarse violist Pali Lakatos. Ze repeteerden vaak bij ons thuis. Ik luisterde naar hen met rooie oortjes en zei dan: 'Goh, oom Pali, wat was dát mooi'. Hij reageerde dan heel nuchter met: 'Kom morgen nog maar eens luisteren'. Waarmee hij aangaf dat alles relatief is. Dat je het ene moment prachtig kunt spelen, maar dat zoiets nooit een vanzelfsprekendheid is. Ik heb dat altijd onthouden."

Een paar uur eerder leidt Van Zweden het Rotterdamse orkest soepel en ontspannen door de generale repetitie. Musici en dirigent zijn super geconcentreerd, maar er is ruimte voor grapjes, gelach. Van Zweden geeft tips hoe je van een fantastisch orkest kunt uitgroeien tot een magistraal orkest. De muziek van Tristan Keuris en Pjotr Iljitsj Tsjaikovski wordt gedetailleerd doorgenomen. Af en toe is er een goedkeurend knikje vanaf de bok richting een musicus. Alles lijkt pais en vree. Toch een tikkeltje anders dan het beeld dat opdoemt in de documentaires waar Van Zweden - ook door de montage van fragmenten - tamelijk veeleisend kan overkomen, en niet rust tot hij krijgt wat hij wil horen.

"Ik wilde per se geen mooiweerverhaal, puur en alleen omdat de camera er toevallig bij was. Ik heb meteen gezegd dat we in de serie dan ook alles moesten kunnen tonen. Maar ik hoop dat je ziet dat ik in mijn gedrevenheid of ongeduldigheid nooit op de persoon speel. Dat het mij altijd, altijd om de muziek gaat. Iemand in het Residentie Orkest zei ooit tegen mij: 'Ik heb niets met jou'. Waarop ik antwoordde: 'Maar ik wel met jou'. Ik wil met iedereen tot dat fantastische resultaat komen.

"Bij een toporkest vraag je iets specifieks, iets moeilijks en dat komt dan vaak heel snel. Bij orkesten die in een iets lagere klasse spelen moet je soms even goed doordouwen voor het gewenste resultaat. Je bent een deel van het orkest en je vraagt de musici alleen iets als je weet dat ze het kunnen, niet andersom. Voor mij en voor hen is dat een fantastische leerschool. Ik weet dat ik soms kan overvragen en dat ik niet bij alle orkesten even populair ben, maar dat is dan maar zo. Ik hoef niet met ze op vakantie."

Als student, ver van huis aan de Juilliard School in New York kon de jonge violist Van Zweden zich jaren geleden behoorlijk eenzaam voelen. Maar misschien is dat straks in dezelfde stad, als chef-dirigent van de New York Philharmonic nog wel veel erger, dat gevoel van eenzaamheid.

"Ja, op een bepaalde manier is dat zo. Ook al musiceer je met elkaar, als chef-dirigent sta je behoorlijk alleen. Je mag ook geen vrienden maken in een orkest. Het zijn allemaal je vrienden, of geen van allen, iets anders gaat niet. Exclusiviteit is een lastig ding binnen een orkest. Ik heb net in Hongkong een paar uitvoeringen van Wagners 'Die Walküre' gedirigeerd. Met de voorbereiding van zo'n immense partituur ben je uren, dagen, weken, maanden bezig. Helemaal in je eentje. Maar dat is ook fijn. Het alleen-zijn moet je durven te omhelzen. En weet je, muziek kan een ongelofelijke partner zijn. Je bent dus nooit echt alleen.

"Zo'n stuk als de 'Drie Preludes voor orkest' van Tristan Keuris dat ik nu in Rotterdam dirigeer, daar ben ik helemaal verliefd op geworden. Dat wil ik straks ook direct in New York gaan doen. Ik heb in mijn tijd als chef van het Radio Filharmonisch Orkest veel hedendaagse muziek gedaan, maar dat is hen in Amerika een beetje ontgaan. Ik kan niet wachten om die andere kant van mij daar te laten zien. In New York staan ze meer open voor moderne muziek dan bijvoorbeeld in Dallas. Hoewel Christopher Rouse nu een Vijfde symfonie aan het schrijven is voor mijn orkest in Dallas. Die symfonie neem ik ook mee naar New York. En componisten als Wolfgang Rihm en James MacMillan kennen ze nog niet zo goed daar. Die wil ik er introduceren. En ik wil in gesprek met Louis Andriessen. Of hij een stuk voor New York wil schrijven."

Grootse plannen, waarover Van Zweden enthousiast vertelt. Over twee maanden zal hij zijn debuut maken bij nog zo'n gerenommeerd instituut, de Wiener Staatsoper. Hij zal er vier voorstellingen van Wagners 'Lohengrin' dirigeren. Opera is steeds een belangrijk en succesvol onderdeel geweest van Van Zwedens carrière. Hoe is dat straks in New York, waar chefs van het Philharmonisch Orkest niet automatisch schuin het Lincoln Center Plaza oversteken om in de Metropolitan Opera in de orkestbak te gaan staan?

"O nee? Nou, ik ben al in gesprek met de Met", zegt een breed glimlachende Van Zweden, en hij laat even een veelbetekenende stilte vallen om die mededeling aan te laten komen. "Ik wil graag opera doen, ook in New York. Sterker nog: ik zou heel graag in de toekomst een operahuis leiden. Dat zou ik fantastisch vinden. Maar het moet op een natuurlijke manier op mijn pad komen. En als het niet komt, is het ook goed. In de ZaterdagMatinee vervolg ik mijn Wagner-serie volgend jaar met 'Tannhäuser' en in Hongkong liggen nog twee delen van Wagners 'Der Ring des Nibelungen' op mij te wachten.

"Ik denk overigens nooit in termen als een nieuwe horizon of zo. Ik ga volledig op in daar waar ik ben. Als ik mijn vrouw Aaltje omhels kijk ik niet over haar schouder of er misschien een mooiere vrouw loopt. Zo ben ik niet. Mijn manager heeft voor mij geen tienjarenplan of zo uitgestippeld. Nee, dat is geen gebrek aan ambitie. Mijn ambitie ligt er om met een orkest een avontuurlijke reis te maken, om het beste eruit te halen. En dan vooral voor de componist die op dat moment op de lessenaars staat. Dat klinkt misschien heilig, maar dat is het niet. Mijn basisinstelling is eigenlijk nog precies hetzelfde als toen ik bij het Orkest van het Oosten mijn eerste baan als chef-dirigent kreeg. Mijn horizon heeft zich steeds als vanzelf verplaatst. Je moet niets achternajagen. Als je doet waarvan je houdt, dan komt alles achter jou aan. Als je geeft komt het naar je toe, als je neemt word je steeds armer.

"Topdirigent zijn is minder glamorous dan je denkt, maar er is iets wat het toch steeds de moeite waard maakt. De opdracht in je leven, vind ik, is proberen te worden wie je bent. Voor mij was dat op de bok. Is het op die bok altijd een feest? Nou nee. Die bok is als het leven zelf. Soms is het er glorieus, dan weer verdrietig, schitterend of vrolijk. Alles zit erin."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden