De boer z'n kansen staan op de kaart

Na het fiasco van het agrarisch natuurbeheer, krijgen boeren een nieuwe kans. Maar alleen in gebieden waar hun beheer ook effect heeft.

HANS MARIJNISSEN

Hij is er acht jaar mee bezig geweest, maar dan heb je ook wat. Dick Melman, senior onderzoeker van instituut Alterra, ontwikkelde met zijn collega's een digitaal kennissysteem waarmee natuurbeheer door boeren nauwgezet kan worden gepland én gecontroleerd.

In dit systeem is tot op de hectare nauwkeurig de kwaliteit van landschappelijk Nederland vastgelegd. Bestaat het gebied uit open grasland, bos, of heide? Is het voldoende vochtig? Wordt het niet door snelwegen verstoord? Met andere woorden: is het wel geschikt voor beschermde vogels, zoogdieren, planten?

Een natuurboer kan vervolgens zelf met een stip de positie aangeven van bijvoorbeeld een broedpaar grutto's dat hij wil beschermen. "We weten uit onderzoek dat zo'n toekomstig gezin zo'n 1,4 hectare 'kuikenland' nodig heeft. Het systeem berekent of dit rond de stip ook aanwezig is."

Als dit het geval is, volgt de derde stap: de boer moet digitaal de toezegging doen dat hij dit gebied voor een bepaalde periode als natuur zal beheren, en er dus niet met de maaimachine overheen zal gaan. Is die afspraak ingevoerd, dan gaat de stip op groen.

Een mooie vorm van 'Big Boer is watching you!' Melman heeft het systeem voor weidevogelbeheer afgerond en getest, het kan komend jaar in de praktijk worden ingezet. Een systeem voor akkervogels staat op stapel. En dezelfde werkwijze kan worden gebruikt voor zoogdieren en vissen.

Melman: "Dit instrument is vooral ondersteunend bedoeld, maar het kán gekoppeld worden aan de beoordeling of boeren in aanmerking komen voor natuursubsidies. Dat is niet aan mij, maar aan de overheid. Als die daarvoor kiest, is ter plekke alleen nog een steekproefsgewijze controle nodig."

undefined

Nieuw stelsel

Of het systeem van Melman ook in gebruik wordt genomen, moet komend jaar duidelijk worden. Er is een nieuw stelsel van agrarisch natuurbeheer in de maak. Staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA, economische zaken) trok vorig jaar de stekker uit de oude regeling, die duizenden boeren min of meer willekeurig van natuursubsidies voorzag terwijl de natuur op het platteland alleen maar achteruitging.

De overheid verstrekte in twintig jaar 1 miljard euro aan vergoedingen. De Raad voor de Leefomgeving (RLI) kenschetste het agrarische natuurbeheer oude stijl als 'een groot fiasco'.

Dijksma heeft ervoor gezorgd dat individuele boeren niet langer voor subsidie in aanmerking komen. Willen boeren nog aan natuurbeheer doen, dan moeten ze zich aansluiten bij collectieven waarin boeren en natuurorganisaties samenwerken. Die moeten samen een plan maken, waarvan voortgang en resultaten worden gecontroleerd door de provincie.

Op deze manier is de subsidie niet langer een verkapte inkomenssteun. Een ander voordeel van de collectieven is dat er geen snippers natuur meer worden beheerd, maar grotere kerngebieden ontstaan waarin de maatregelen meer effect hebben. Natuurbeheer door boeren mag alleen nog plaatsvinden in kansrijke gebieden. Ongeschikte locaties vallen af.

De contouren van dit nieuwe stelsel dat Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) gaat heten, beginnen duidelijk te worden. Volgens boerenvoorman Jos Roemaat, die zich namens LTO met de herziening van de regeling bezighoudt, vormen de 14.000 boeren van toen straks veertig grote, professionele collectieven die 'efficiënt' de subsidie gaan verdelen.

"Een ding staat voor mij voorop", zegt Roemaat. "Er komt géén tweede kritisch RLI-rapport over agrarisch natuurbeheer. Met de collectieven wordt de bureaucratie sterk verminderd, en we dikken het natuurbeheer in tot de gebieden waarin het werk van de boer echt zin heeft."

undefined

Kansenkaart

Daar heeft Melman van Alterra zijn handen vol aan. Naast zijn digitale kennissysteem, ontwikkelde Alterra, samen met Sovon Vogelonderzoek, 'kansenkaarten' van Nederland, met plekken waar agrarisch natuurbeheer het meeste effect heeft. In die kaarten worden vier typen leefgebied onderscheiden. Boeren kunnen zich bekommeren om 'weidefauna': vogels die in open grasland voorkomen. Of om 'akkerfauna', met vogels die in open akkerland verblijven. Verder doet 'natte dooradering' van het agrarisch land ertoe: de moerassen, poelen en sloten. En tot slot kunnen boeren aan de gang in wat 'droge dooradering' wordt genoemd: bosschages, struweel en houtwallen.

In die vier leefgebieden moeten beschermde vogelsoorten wel in een bepaalde mate aanwezig zijn, en dienen de omstandigheden goed te zijn of door agrarisch natuurbeheer snel te verbeteren. Een akker met een teruglopende populatie en te veel verstorende bebouwing in de buurt, doet niet meer mee.

Alterra en Sovon hebben ook van elke relevante vogelsoort een 'kansenkaart' gemaakt, waarop de aanwezigheid van grutto, wulp en tureluur is ingetekend. In één kaart (zie illustratie) zijn acht soorten gecombineerd. Wat in die kaart direct opvalt: op driekwart van het boerenland heeft agrarisch natuurbeheer voor deze soorten geen enkele zin. Dat inzicht is precies de vernieuwing: het geld moet worden besteed aan dat ene kwart dat er wél toe doet. Het motto is 'meer doen in minder gebieden'.

undefined

75 miljoen

Jaarlijks zal 75 miljoen euro in dit nieuwe agrarische natuurbeheer worden geïnvesteerd. De EU betaalt daarvan 35 miljoen. Geheel in de decentralisatiegeest wordt dat geld niet door Dijksma verdeeld, maar door de provincies.

Blijft de vraag: wie controleert na het fiasco van de afgelopen twintig jaar of de nieuwe natuursubsidie goed terecht komt?

Roemaat is er duidelijk over: "Dat moeten de collectieven zelf doen."

Maar is dat niet een voorbeeld van de slager die zijn eigen vlees keurt?

"Wij zien dat sociale controle een veel betere werking heeft dan controle door een derde, die ver weg een beslissing neemt waartegen je dan weer in beroep kunt gaan. Met een goed contract kun je boeren aanspreken op hun verantwoordelijkheden. Die vóelen zij ook. De nieuwe collectieven zijn geen sportverenigingen waar zaken met de mantel der liefde worden bedekt."

Onderzoeker Melman is genuanceerder: "We moeten zeker uitgaan van de verantwoordelijkheid die boeren voor natuur en landschap voelen. Maar dat wil niet zeggen dat we ze niet mogen controleren."

"Ik hoop dat de provincies en de collectieven van boeren het digitale kennissysteem voor natuurbeheer zullen omarmen." Een steekproefsgewijze controle van 5 procent van de ingediende projecten moet boeren voldoende discipline brengen om zich aan de regels te houden, zegt Melman. "Maar die controle moet dan wel door een overheidsdienst gebeuren, net zoals de Belastingsdienst doet."

undefined

Het wordt er niet groener op, maar fletser

Het agrarisch natuurbeheer-nieuwe-stijl moet effectiever worden ingezet. Dat betekent dat er meer wordt gedaan, maar wel in minder gebieden.

Om de soortenrijkdom in het héle buitengebied te verbeteren, werd veel verwacht van een verlegging van de subsidiestroom van het GLB, het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie. Die Europese subsidie, voor Nederland een bedrag van 700 miljoen per jaar, was lange tijd een directe inkomenssteun voor boeren. Het plan was van de boeren een 'groene tegenprestatie' te vragen: om nog langer voor de subsidie in aanmerking te komen, zouden zij 5 procent van hun land uit productie moeten nemen, en daarop aan natuurontwikkeling moeten doen.

Net voor de zomervakantie nam de Tweede Kamer echter een motie aan van ChristenUnie, SGP, CDA en PVV, gesteund door de VVD, die het mogelijk maakt op die 5 procent van het areaal, in plaats van natuur, zogenoemde 'vanggewassen' te telen.

Vanggewassen worden ingezaaid na een hoofdgewas. Ze moeten de uitspoeling van meststoffen tegengaan, maar hebben geen enkele functie als het gaat om natuurherstel.

Wetenschappers, maar ook bestuurders, stellen dat door deze invulling het 'vergroende GLB' geen enkele positieve invloed meer kan hebben op het herstel van de natuur op het platteland.

En erger: volgens hoogleraar natuurbeheer Geert de Snoo (Universiteit Leiden) zal het mislukken van de vergroening van het GLB ook het effect van het nieuwe agrarisch natuurbeheer onderuithalen.

De Snoo: "De achteruitgang in het agrarisch gebied gaat nog steeds voort, de Europese doelstellingen worden niet gehaald en de overheid gaat ervan uit dat die ook in 2020 niet worden bereikt. Is dan het tot kerngebieden beperkte agrarisch natuurbeheer een juist antwoord op die ontwikkeling? Iedereen zal toch zeggen: dit gaat zo niet lukken."

De achteruitgang van de biodiversiteit in Nederland is te wijten aan de intensivering van de landbouw, aldus De Snoo. In die intensieve bedrijfsvoering ligt volgens hem dan ook de oplossing. "Zelfs de Europese Commissie vindt dat het tijd is voor een impuls. Met de vergroening van het GLB had een stap gezet kunnen worden naar een duurzamere landbouw, en herstel van bodem-ecosystemen."

Maar die vergroening is in Nederland erg flets geworden, zegt De Snoo, zeker in combinatie met het vrijgeven van de melkquota volgend jaar. "Daardoor wordt de landbouw alleen maar intensiever."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden