De bloem van het religieuze socialisme is bijna uitgebloeid

Ongeveer zeshonderd leden heeft de Vereniging Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers, en het worden er ieder jaar een klein beetje minder. De vereniging zelf is vijf-en-zeventig jaar oud en vele leden zijn niet veel jonger. De 'kinderen van dominee W. Banning' zijn op leeftijd geraakt.

Het moet raar lopen, willen de verzamelde leden van de Arbeiders Gemeenschap op 28 januari niet besluiten hun vereniging te laten fuseren met de discussiekerk 'De Rode Hoed' aan de Keizersgracht in Amsterdam. De 'Vereniging de Rode Hoed' moet het worden, stellen de bestuurders van de Arbeiders Gemeenschap aan hun leden voor.

Het blad Tijd en Taak blijft de lezersschare voorlopig nog bedienen. Maar de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers, waarin ooit de bloem van het religieuze socialisme zich verzamelde, is straks in ruste.

Erfenis

De fusie wordt niet door financiële noodzaak ingegeven. De Arbeiders Gemeenschap kan nog héél, héél lang rente trekken van de erfenis van dichteres Henriëtte Roland Holst, die haar volwassen leven in de communistische beweging begon en eindigde in het religieuze socialisme.

Maar er is nauwelijks nog vraag naar de klassieke aktiviteiten van de Arbeiders Gemeenschap. Het Friese conferentieoord van de AG in Kortehemmen is al lang in andere handen overgegaan. Het voor velen onvergetelijke Woodbrookershuis in Bentveld staat te koop. Te weinig mensen lopen tegenwoordig warm voor vormingswerk-in-internaatsverband. Ook andere Woodbrookersactiviteiten lopen niet bijzonder goed.

De voorzitter van de Arbeiders Gemeenschap, Coos Huysen, legt uit: “Arbeiders Gemeenschap is een term die je tegenwoordig moet uitleggen. En bij Woodbrookers denkt iedereen aan een sekte. Wie iets van ons weet, denkt dat we niet interessant zijn omdat we heel dicht tegen de PvdA aan zitten.'

Afbraak van een roemrijke traditie? Geeft niet, meent het 85-jarige lid H. Roelfsema, al heeft hij nogal wat van zijn beste krachten gegeven aan onbezoldigd bestuurderswerk in de Arbeiders Gemeenschap.

Zoals het in de AG vóór en vlak na de oorlog is geweest, was het toch al heel lang niet meer, weet deze oud-burgemeester van Schiedam. Maar voor hem staat vast, dat het met de Woodbrookers gesteld is als met de Europese sociaal-democratie, waar hij in 1933 een deeltje van werd, en de Remonstrantse Broederschap, waar hij zich wat eerder bij had aangesloten. Voor alles waar Roelfsema lid of lidmaat van is, geldt: Aantallen en élan slinken, maar “als de tijd gekomen is, zal er iets nieuws voor in de plaats komen”. En dat 'iets nieuws' zal méér betekenen dan een Vereniging vrienden van de Rode Hoed, ook al is Roelfsema op zichzelf niet tegen de fusie.

Banning

De Arbeiders Gemeenschap, die er straks niet meer zal zijn, heeft twee duidelijke wortels: de eerste is de christelijk-socialistische beweging rond het blad De Blije Wereld, in 1902 begonnen door een groepje Friese dominees uit de vrijzinnig-protestantse hoek. De tweede is de traditie van de Engelse Quakers. Bij hen is ook de naam Woodbrooker weggehaald.

Het was dominee W. Banning die de maatschappelijke betrokkenheid van de christen-socialisten en de naar binnen gerichte religieuze bewogenheid van de Quakers in 1919 samensmeedde in de Arbeiders Gemeenschap. De AG wás Banning, maar Banning was veel meer, invloedrijk als hij was in de sociaal-democratie en de protestantse kerken. Hij moet een begenadigd spreker zijn geweest en wordt door tijdgenoten steevast als 'charismatisch' omschreven.

De Belgische theoreticus Hendrik de Man volgend, behoorde dominee Banning tot de eerste generatie van socialisten van 'een nieuw type': zij braken met de belangrijkste leerstukken van het marxisme, zagen het socialisme níet langer als de onvermijdelijke uitkomst van een mechanisch, historisch proces, en braken met de klassenstrijd als belangrijkste middel.

Voor Banning was het socialisme een zuiver-ethische kwestie, een in alle opzichten betere, mooiere, beschaafdere en rechtvaardiger samenleving, die er niet vanzelf zou komen, maar alleen als veel mensen zichzelf zouden willen veranderen. Niet alleen arbeiders maar iederéén zou beter af zijn in de nieuwe maatschappij, op het immateriële vlak althans. Daarom moest de SDAP van een arbeiderspartij met een marxistisch getint programma een brede volkspartij worden met een op ethische stellingen gefundeerd programma.

Het is nu moeilijk voor te stellen hoe revolutionair dat soort ideeën in de twintiger jaren klonken en hoe vreemd velen het vonden dat Banning - een dominee! - tot het SDAP-partijbestuur wist en wenste door te dringen.

Danslokalen

Het christelijke socialisme en het socialistische christendom van Banning, waarin de leden van de Arbeiders Gemeenschap geestelijk zijn opgegroeid, komt ons nu op het eerste gezicht verouderd voor. Bannings gepreek tegen drink- en danslokalen bijvoorbeeld, als zou daar het epicentrum van de 'algemene Europese cultuurcrisis' gelegen zijn, doet dwaas aan. Alsof de gevolgen van de opkomst van de tapdans of de jazz zich met de opkomst van het fascisme lieten vergelijken. Moeilijk te verkroppen is ook de nadruk op de hoofdrol voor de geestelijke elite, die de rest van de bevolking de weg wijst. Banning was zonder twijfel een democraat, maar zoals bij vele belangrijke politieke denkers tussen de twee wereldoorlogen kleurde hij 'zijn' democratie in paternalistische, wat elitaire tinten.

Vertrouwd

In sommige opzichten is het denken van Banning en de Woodbrookers buitengewoon van deze tijd. Een sterk cultuurpessimisme als fundament en daar bovenop een dringend appèl op 'normen en waarden' als het stevigste houvast tegen de barbarij, dat klinkt tegenwoordig weer vertrouwd. Bannings teksten, met hun gedreven appèl op een ieders persoonlijke verantwoordelijkheid, laten zich in de zorgelijke jaren negentig beter herlezen en navoelen dan tien of twintig jaar geleden.

Hoe was het om in de glorietijd, in de schaduw van Banning, Woodbrooker te zijn? Oud-burgemeester Roelfsema probeert het te schilderen: Leden-weekeinden waarin een honderdtal geestverwanten samenkwam; 'heel goede vakantieweken voor het hele gezin' in Bentveld, met sport, lezingen, excursies, strandwandelingen, beschaafd verpozen met gelijkgezinden; scholingscursussen over van alles en nog wat; later muziek maken onder leiding van Bannings opvolger Van Biemen; niet te vergeten, het absolute rookverbod in de conferentieoorden en de woede van Banning, ergens in de jaren vijftig, toen hem duidelijk werd dat er in later jaren wel eens een bescheiden pilsje of glaasje wijn op Bentveld werd geschonken.

Vrijzinnigheid, grote politieke belangstelling, goede smaak, leergierigheid, matigheid en sociaal besef gingen bij de Woodbrookers hand in hand. Op Bentveld trof je gegoede burgers en werkloze handarbeiders op gelijkwaardige titel in elkaars gezelschap aan. Dat was zeldzaam in de standenmaatschappij van toen. Gemeenschappelijke kenmerken van de meeste leden van de Arbeiders Gemeenschap: een vrijzinnig-protestantse afkomst en een partijboekje van de SDAP (later PvdA).

Na '45, na de kleine doorbraak bij de vorming van de PvdA, begonnen er ook gewone hervormden, verlichte katholieken en zelfs gereformeerden naar Bentveld te trekken. En zo werd langzaam alles anders. De huidige voorzitter van de Arbeiders Gemeenschap bijvoorbeeld, Coos Huijsen, was ooit lid van de Christelijk Historische Unie, terwijl het blad Tijd en Taak tegenwoordig Erik Jurgens als redactievoorzitter heeft, een dubbel weggelopen katholiek, eerst opgestapt uit de KVP en later uit de Politieke Partij Radikalen.

Het Bentveldse en Kortehemmense conferentieleven is aan het teruglopen. “Dat Bentveld dicht ging, was voor de leden veel moeilijker te verstouwen dan die hele fusie met de Rode Hoed”, zegt verenigingsvoorzitter Coos Huijsen. Er is nog overwogen een Banningvereniging op te richten. In een hele sentimentele bui is er zelfs aan gedacht de Banningzaal van de rest van Bentveld af te zonderen en dat stuk van het Woodbrookershuis in eigendom te houden. Maar zulke heiligenverering past niet bij Woodbrookers. Ze zoeken toch liever een nuttige bestemming voor de erfenis van Banning en Henriëtte Roland Holst.

“Het was de oude Hilda Verwey-Jonker, die jaren geleden al zei dat we een 'dépendance op de Dam' nodig hadden. Dat klopte, we moesten weg uit die geïsoleerde conferentieoorden. Dat bracht ons naar de Rode Hoed, hartje Amsterdam. Daar trokken administratie en bestuur bij in en van het één kwam het ander: steeds nauwere samenwerking, personele vervlechting. Fusie ligt nu voor de hand. Ik zou het geweldig vinden als we in verschillende steden andere Rode Hoedjes konden oprichten, centra van discussie over zingevingsvraagstukken,” zegt Coos Huysen.

De voorzitter houdt opgewekt vol dat de fusie 'geen einde maar een nieuw begin is'. Maar het komt op hetzelfde neer: de fusie bezegelt het langzame maar ontstuitbare afsterven van de oude Arbeiders Gemeenschap. Voor de jonge 'discussiekerk', De Rode Hoed, verandert er veel minder. Het relatief jonge publiek van Huub Oosterhuis heeft om de vereniging Rode Hoed niet gevraagd en zou de nieuwe creatie best wel eens links kunnen laten liggen.

Ouderwets

Ex-burgemeester H. Roelfsema wil trouwens eerst op schrift zien welke beginselen de nieuwe vereniging onderschrijft. Hij is bang dat deze 'te ouderwets' uitvallen. “Ik zelf zou de term 'religieus socialisme' niet meer gebruiken. Ik denk dat het woord socialisme niet meer aanslaat, nu we weten wat voor puinhoop er onder die vlag van Oost-Europa is gemaakt. Ik schrok van een redevoering van Huub Oosterhuis, onlangs in de Rode Hoed. Oosterhuis gelooft nog in de positieve kracht van het marxisme. Ik heb het gevoel dat in de Rode Hoed een traditioneler socialisme wordt nagestreefd, dan mij past”, zegt Roelfsema.

“Ik weet welke redevoering van Oosterhuis Roelfsema bedoelt en ik deel zijn bezwaren”, glimlacht Huijsen. ”Je hebt wel een wat dichterlijke kijk op Marx, dacht ik, toen ik het hoorde. Maar die mening van Oosterhuis over Marx is niet het hele gedachtengoed van Oosterhuis en zeker niet representatief voor de mensen van de Rode Hoed.” Hij zal H. Roelfsema en wellicht ook andere Woodbrookers van het eerste uur hier op 28 januari van moeten zien te overtuigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden