De blijde boodschap volgens Lytta Basset

Geen tijd zo bar en geestloos of er zijn wel enkelen die met hun gesproken of geschreven woord ver over lands-, taal- en kerkgrenzen weten te reiken, spirituele sterren die soms ook snel weer doven. Zo iemand, bij wie zoekers en verdoolden wat licht en adem vinden is Lytta Basset uit Zwitserland; voor het eerst komt zij naar Nederland.

In den beginne waren niet zonde en schuld maar lijden, vergeving en liefde. Met die boodschap reist en vliegt Lytta Basset (1950) vanuit haar grauwe landhuis in het westelijkste puntje van Zwitserland de Franssprekende wereld rond, en daarbuiten. Volle zalen, herdrukken: zaterdag houdt zij in Utrecht haar eerste spreekbeurt in Nederland, én voorlopig de laatste, want Lytta Basset moet toegeven: ze holt zichzelf voorbij.

Dochter uit een zendelingengezin, filosofe, theologe, pastor, tweemaal doctor, ze kent haar bijbelse talen, maar in haar boeken en preken zijn psychologie en eigen ervaring belangrijkere sleutels om oude teksten te verstaan dan kerkelijke leer. Van die leer zijn mensen te vaak ongelukkig geworden en ja, zo zal ze ook zaterdag betogen, van het evangelie 'heb jij het recht gelukkig te zijn'.

Bassets hevige drijfveer zijn haar eigen ervaringen met jarenlange depressies. Velen hebben van hun godsdienst vooral geleerd dat zij tekortschieten, niet goed zijn, schuldig en wat doe je eraan? Basset begint niet bij het bedreven kwaad, niet bij een 'oerzonde', maar bij het kwaad, het lijden dat een mens is overkomen, dat je is aangedaan, je vermorzeld heeft.

Evangelie, bidden, godsdienst, meditatie bieden instrumenten om daarmee in het reine te komen. 'Vergeving', ook zo'n woord uit het vertrouwde kerkelijk jargon. We denken dan aan iets wat ík heel hard nodig heb voor mijn ellendige verrichtingen of voor mijn aan Adam verloren bestaan. In de katholieke versie zijn de mannen van de hiërarchie de onmisbare bemiddelaars om er toch nog wat van te maken.

Basset draait ook hier de zaken om: vergeven is een aangeboren talent dat een mens zelf kan en moet ontwikkelen om het kwaad dat hem is aangedaan en heeft gekwetst te vergeven, te 'laten gaan'. Maar niet overhaast, leert zij, met overslaan van stappen als rouw en woede. Woede -ze heeft het over 'heilige woede' om wat God allemaal toelaat- mobiliseert onvermoede krachten in iemands persoonlijke groei. En op diezelfde weg is 'vergeven' niet per se een nobele deugdbeoefening, want je bevrijdt primair jezelf.

Lytta Basset oogst groot succes. Haar boeken zijn wel in het Nederlands vertaald, maar komen maar mondjesmaat de Vlaams-Nederlandse grens over. In het katholieke Leuven is deze protestantse theologe voor enkelen al een onderwerp om op af te studeren, in Nederland lijkt ze nog nauwelijks ontdekt.

Maar nu is het toch zover. Niet verwonderlijk is het de Henri Nouwen Stichting die haar voor de jaarlijkse lezing heeft gevraagd. De parallellen zijn verbluffend. Wie de boeken van de in 1996 overleden priester, successchrijver Henri Nouwen kent, is al vertrouwd met of geraakt door diens geestelijke zoektocht, waarin de catechismus het fors moet afleggen tegen het evangelie als milde therapie. En voeg ook de Duitse benedictijn Anselm Grün maar aan het rijtje toe, met zijn 'spiritualiteit van onderen'. Ook Grün verslaat met een dertigtal boeken zijn tienduizenden, wil mensen nemen zoals ze zijn en niet zoals ze behoren te zijn en gelooft heilig dat God er ook zo over denkt; Grün hield (in 2001) de Henri Nouwen-lezing. Basset spreekt de verwantschap met beiden niet tegen. Maar is het evangelie wel zo lief als Basset het voorstelt? Het vraagt toch van mensen 'volmaaktheid', wie zich dat aantrekt moet zich wel schuldig en vol tekort voelen.

Lytta Basset schudt haar hoofd. ,,'Volmaakt'. Generaties hebben dat verstaan als een eis tot morele perfectie. Dat staat er niet en zo is het ook niet bedoeld. Het eerste is dat je welkom bent zoals je bent. Het is de bedoeling dat jij stap voor stap tot jouw volle wasdom rijpt, niet tot het onmogelijke, maar tot een 'hele mens'; daaraan vooraf ben je al aanvaard, onvoorwaardelijk.''

En zo brengt Lytta Basset haar blijde boodschap van Genève tot Quebec en van Marseille tot Luik en waar al niet. Maar het wordt teveel. Drie dingen, vertelt ze, houden haar nog wel op de been en enigszins in evenwicht. Met een paar anderen vormt zij een oecumenische gebedsgroep, Taizé-achtig, die dagelijks samenkomt. Een gebedsmantel op een knaapje aan de deur bewijst dat het een serieuze zaak is. Verder zingt zij in een koor en prijst ze zich gelukkig dat haar krankzinnige reisschema haar ook telkens bij veel goede vrienden in verre plaatsen brengt.

Maar ,,het lichaam zegt stop''. Ze heeft geleerd daar goed naar te luisteren. ,,Ik ben Jezus niet en ook die ging trouwens af en toe de bergen in, alleen.'' Basset zet volgend jaar haar carrousel van lezingen stil. Ze heeft tijd nodig, ,,om te lezen, te schrijven, na te denken en te bidden. Ik heb het absoluut nodig.''

Lytta Basset had drie jaar geleden met haar boeken al echt een reputatie gevestigd. Ze was vijftig: studie, zwarte nachten, jaren van psychoanalyse en hard werken hadden haar tot een geleerde ervaringsdeskundige gemaakt en velen vonden bij haar en in haar boeken pleisters voor de ziel. Toen benam haar oudste zoon van 24 zich het leven. Verbijstering, woede, schuld, vergeven: ze had er allemaal zo mooi en doorleefd over geschreven en ze was op slag nergens. Of toch wel. Ze kende maar al te goed het gevoel dat mensen in de put zichzelf daar op- en afsluiten. En ze nam voor zichzelf een beslissing, een 'spirituele' beslissing, noemt zij het: ,,Praat!''

,,De eerste maanden, de eerste twee jaar vreselijk, hulpeloos, hopeloos.'' Basset spreekt zonder aarzeling hoe het langzaam anders werd. Zij begon te zien dat het drama geen kwestie was van schuld van haarzelf of van de jongen. Het lukte haar hem te zien in een grenzeloos licht van waaruit hij haar nabij is in het leven.

Menigeen zal huiveren bij zulke concrete beelden van een wenkende reünie, een lichtende, hevig op ons betrokken overzijde. Lytta Basset niet. Ze spreekt in alle bescheidenheid over haast tastbare ontmoetingen met Jezus; diens woorden van 'ik ben in uw midden' geven voor haar de werkelijkheid directer weer dan vage noties over misschien, iets, ergens.

Hoe verder? ,,Tot voor kort keek ik vooral van hier naar het verleden. Ik keek terug, als iemand die blij was bevrijd te zijn uit het slavenhuis van Egypte. Nu kijk ik meer vooruit, vredig de toekomst in, voorbij de dood, naar het beloofde land van melk en honing, het huis van licht en liefde.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden