Review

De 'blankere natie' heeft het gedaan

Wit. Zwart. Wit. Zwart. Wit. Zwart... Remise. Ziedaar een roman van ruim zevenhonderd pagina's teruggebracht tot zijn kern. 'De keizer van Ocean Park' is het verhaal van een man met een obsessie: de ongelijkheid tussen de 'donkerder' en de 'blankere natie' die samen de Verenigde Staten vormen, en een hobby: het schaakspel. De ikfiguur, Talcott Garland, lid van de donkerder natie, komt weinig aan schaken toe, tenminste niet op het bord. Hij is te druk met het analyseren van zijn vijand in de werkelijkheid: de blankere natie.

Talcott is een volwassen man met een vrouw en een kind, maar vanaf de eerste zin van het boek leren we hem ook kennen als zoon. Zijn verhaal begint met de woorden: ,,Toen mijn vader ten slotte stierf...'' en met 'ten slotte' doelt hij niet op de doodsstrijd van de overledene maar op de opluchting bij de nabestaanden. Talcott worstelt met de gelijkenissen tussen hemzelf en zijn vader, die hij helaas niet kan loochenen. Helaas, want zijn vader -'de Rechter' in Talcotts woorden- moet een onaangename man geweest zijn. ,,Men had een hekel aan mijn vader'', vertelt hij, ,,een hartgrondige hekel, en dat was wederzijds''.

Maar voor opluchting blijkt het te vroeg. Reeds op de begrafenis krijgt Talcott te maken met ene Jack Ziegler, oud CIA-man, ooit een vriend van de familie, met wie de banden zijn verbroken toen Jack in de misdaad ging. Ziegler informeert bij Talcott naar 'de regelingen' die de overledene getroffen zou hebben, maar Talcott heeft geen idee wat hij bedoelt. Het is het eerste van een hele kluwen losse eindjes die hij in handen geduwd krijgt. Ziegler is niet de enige die toespelingen maakt op regelingen, ook de FBI blijkt geïnteresseerd. Talcott krijgt achtervolgers aan zijn broek, maar of die voor Ziegler werken, voor de FBI of voor een derde partij is onduidelijk.

Het gaat er ruig aan toe. De predikant die de begrafenis van de Rechter begeleidde, sterft kort daarna een afschuwelijke marteldood.

Onbekenden halen het huis dat Talcott heeft geërfd overhoop. Een van de vermeende FBI-mannen verdwijnt onder duistere omstandigheden. En ga zo maar door. Banden piepen, pistolen roken, maar echt vaart krijgt het verhaal niet, doordat Talcott heel langzaam denkt. Een voorbeeld: hij wordt achtervolgd, kijkt achterom door de autoruit, en vraagt zich af waarom iemand hém nou zou willen volgen. Dan concludeert hij: ,,Misschien wil iemand zien waar ik naartoe ga''. In de meer bespiegelende delen van het verhaal doet zich hetzelfde voor. Als hij er een paginalange alinea aan besteed heeft om uit te leggen dat er dagen zijn dat hij van zijn werk houdt, en andere dat hij het haat, dan voegt hij daaraan toe: Ja, er zijn dagen dat ik van mijn werk houd, en andere dat ik het haat.

Talcotts vrouw is kandidaat voor een hoge post bij de rechterlijke macht, waarvoor een onbesproken reputatie een vereiste is. Dat haar man alleen al de hand heeft geschud van Jack Ziegler, zou het einde van haar kansen kunnen betekenen. Zij vraagt Talcott om zich alsjeblieft overal buiten te houden. Talcott, studiebol, type huisje-boompje-helaas allergisch voor beestje, wil niets liever, maar het wordt hem niet gegund. Duistere machten dwingen hem op zoek te gaan naar de betekenis van de regelingen. Het resultaat is een thrillerachtige zedenschets van politiek-juridisch Washington.

Talcotts vader was een hoge rechter, totdat hij moest aftreden wegens zijn contacten met Ziegler. Althans wegens de rel die de pers daarvan maakte. Want de familie Garland maakt deel uit van het establishment rond Capitol Hill. Het zwarte establishment, zou Talcott Garland hier onmiddellijk aan toevoegen, benadrukkend dat er een groot verschil is met het blanke. Want nu komt het. Talcott Garland is een ontzettend racistische neger.

Racistisch, dat betekent: hij maakt onderscheid op basis van uiterlijke kenmerken. Ontzettend racistisch wil zeggen: het onderscheid tussen blank en zwart bepaalt zijn denken volkomen. Het belang van het woord 'neger' leerde Talcott van zijn moeder, die ook onderscheid maakte tussen 'ons soort neger' en de rest der mensheid.

Het is de blankere natie die zijn vader tot aftreden dwong, de blankere natie die de macht heeft alles naar haar hand te zetten, zelfs het schaakspel waarbij wit begint, wit meestal wint en zwart alleen maar kan reageren op wat wit doet. Het zijn de blanke studenten die niet ,,kunnen geloven dat hun zwarte hoogleraar méér zou kunnen weten dan zij. Over wat dan ook.'' Dezelfde studenten die, als de 'campuspolitie' Talcott per vergissing arresteert, ''met instemming komen kijken naar 'de etnische zuivering' van de campus.''

De fout van de donkerder natie is dat veel van haar leden hun leven doorbrengen door 'met de hoed in de hand bij machtige blanke mensen aan te kloppen' en 'hun best doen de blanke idiotieën te imiteren'. In de geschiedenis van de donkerder natie ziet Talcott een patroon van ,,gemengde huwelijken, geweld, gevangenis, drugs en ziekte er gezamenlijk toe bijdragen dat de voorraad begerenswaardige mannen wordt uitgedund''.

Dit zijn maar een paar voorbeelden, die wel de strekking maar niet de monotonie van het geheel kunnen overbrengen. Dat geheel is onaangenaam. Weliswaar verklaart de ongelijkheid tussen blank en zwart, in Amerika evenmin uitgebannen als in Europa, Talcotts trieste routine, maar een dergelijk gehamer op het onderscheid zal de gelijkheid geen stap dichterbij brengen.

Een rechtvaardiging voor Talcotts rigoreuze denken is te vinden in de onweerlegbare feiten uit zijn dagelijks leven. Alleen in Washington kan hij prettig winkelen, omdat de middenstand daar zo gewend is aan een zwarte middenklasse dat hij niet bij voorbaat verdacht is als hij een winkel binnenstapt. En de campuspolitie handelde bij die arrestatie vanuit een vooroordeel: Talcott werd zelf beroofd door twee blanken, maar omdat hij de enige neger in het tafereel was, werd hij voor de dader aangezien. Triest, en ongetwijfeld waar. Maar om dan over 'etnische zuivering' te spreken?

Soms ontstijgt Talcott zijn eigen rassenleer om een oordeel te geven over de mensheid als geheel. Meer misantroop dan extremist, concludeert hij: ,,De beschaving bevindt zich in een steeds verder neerwaarts bewegende spiraal''. Op andere momenten noemt hij zichzelf een 'overgevoelige man', geplaagd door 'demonen'.

De ironie is zeker aanwezig in het verhaal van Talcott Garland. Maar niet in voldoende mate om zijn racisme geheel en al weg te kunnen lachen. Het blijft hangen in kleine bijzinnetjes, die met de loop van het verhaal niet zoveel te maken hebben. Als Talcott per taxi probeert te ontsnappen aan zijn achtervolgers, beschrijft hij en passant de chauffeur: ,,Hij associeert auto's die andere auto's volgen met de politie. In zijn land, waar dat ook mag zijn, zijn de politiemannen de slechteriken.'' In een gaarkeuken waar hij af en toe vrijwilligerswerk doet, ziet hij aan sommige klanten dat ze 'overduidelijk hiv-positief' zijn. Hóe hij dat ziet, vermeldt hij helaas niet.

Mag een heerlijk vakantieboek -wie zou dit boek die kwalificatie willen misgunnen?- dan geen racistische hoofdpersoon hebben? Natuurlijk wel. Romans met nog veel weerzinwekkender hoofdpersonen vormen een prachtig subgenre in de literatuur. Maar het racisme van Talcott ondervindt nergens in het boek tegenkracht, het wordt niet onderzocht. Dat gebeurt wel met andere eigenschappen van hem, zoals zijn moed en zijn bereidheid te vergeven, die op de proef gesteld worden als hij moet achterhalen wat de regelingen inhielden.

Het is ook niet zo dat een dergelijk figuur hier alleen getoond wordt, daarvoor is diens racisme weer te zijdelings en reageert hij te ironisch. Ten slotte zou je nog kunnen denken dat de schrijver wil provoceren, ware het niet dat die zich in een even ernstig als zoetsappig nawoord distantieert van elke overeenkomst met de werkelijkheid.

Talcott Garland zegt ergens dat er geen verschil is tussen zich integer gedragen en integer zijn. Het is een zwakke, maar juiste echo van de stelling van bokstrainer Gus D'Amato: elke man is een lafaard, alleen sommigen hebben de kracht om te doen alsof ze helden zijn en die noemen we helden. Maar je kunt het ook omkeren: er is geen verschil tussen racistisch praten en racist zijn. Misschien valt het allemaal wat minder op als je dit boek leest terwijl je op je rug op het strand ligt, de ogen toegeknepen tegen de zon. Bovendien, wie wil er op zijn vakantie geprovoceerd worden? Maar het staat er wel. Zwart op wit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden