Review

De bittere sprookjes van Heere Heeresma junior

Heere Heeresma jr.: Sprookjes voor het sterven gaan. Arena, Amsterdam; 158 blz. - ¿ 24,90.

Het eerste boek van Heere Heeresma jr. heet 'Sprookjes voor het sterven gaan', en hoe ik er ook naar kijk, het zou ook een titel voor senior kunnen zijn. Geldt dat ook voor de verhalen van Heere jr.? De omslagtekst beveelt hem aan als 'een schrijver die zijn eigen weg gaat, los van literaire wanen'. Dat suggereert zelfstandigheid ten opzichte van heersende postmodernistische modes onder jonge schrijvers maar ook ten opzichte van zijn vaderlijke naamgenoot.

Over het eerste kan men kort zijn, inderdaad lijkt het werk van de jonge Heeresma in vrijwel niets op wat er tegenwoordig door de jongste garde wordt gepresenteerd, Generatie Nix, Millennium, noem maar op. In tegenstelling tot hun soms pretentieuze bedoelingen om niet alleen het lot maar ook de denkwereld en de ideeën van moderne twintigers en dertigers te beschrijven toont Heere Heeresma jr. zich een echte verteller, die naar hartelust in de kast van anekdotes en merkwaardige geschiedenissen gegrepen heeft. Zijn realisme en het gevoel voor ironie doen wel degelijk aan de eigenschappen van zijn vader denken, maar vormen toch geen reden hem als een onzelfstandige kloon te behandelen.

Bij alle literaire vooroordelen die de naam Heeresma, als patentmiddel voor uitgebluste en reactionaire 'doe maar gewoon'-literatuur oproept, is 'Sprookjes voor het sterven gaan' binnen het genre wel degelijk een veelbelovend debuut. De bundel bevat veertien korte verhalen, soms schetsen, soms wat meer dan dat, waaruit de schrijver tevoorschijn komt als iemand met een apart gevoel voor het navrante en het dramatische.

Het zijn nogal diverse geschiedenissen, over een oudere broer die zijn debiele broertje zo gek krijgt zijn ouders overhoop te schieten, over een ex-inbreker die met een dure lamp thuiskomt, waarvan hij beweert hem van een klant te hebben gekregen, over een vrachtwagenchauffeur die zich, tot hilariteit van zijn collega's, verbeeldt een cowboy in Amerika te zijn, over een joodse paardrij-instructeur die zijn klanten op een stoel op tafel laat paardrijden, over een dikke patriarch die zich zo over zijn kinderen opwindt dat hij uit elkaar spat, over een gangster die een bevriend paar in hun villa om zeep brengt.

Heeresma kan surrealistisch schrijven, maar evengoed op een politieserieachtige manier realistisch, en zelfs beoefent hij ergens het genre van de science-fiction. Misschien moeten we zijn verhalen vooral als begaafde vingeroefeningen van een nieuweling lezen, maar dan valt toch de trefzekerheid van zijn vertellend talent op.

Zo was ik direct gegrepen door de verhalen waarin, op z'n Amerikaans, door psychopaten en gangsters op een 'hard-boiled' wijze een eind aan het leven van onschuldige sukkels wordt gemaakt. Ook de geschiedenissen met geobsedeerde hobbyisten, de van het Wilde Westen bezeten vrachtwagenchauffeur of de fanatieke watersporter, mogen er wezen.

Heeresma jr. is geen zachtaardige schrijver, soms treft hij een cynische toon, zoals in het sf-verhaal 'Opgeruimd staat netjes', dat begint met een tamelijk onschuldig inzet over een familie die rigoureus aan afvalscheiding doet maar dat binnen een paar pagina's uitloopt op een schijnbaar redelijk 'toekomstperspectief' van geboorteselectie en euthanasie: “de natuur moet in ere hersteld worden en de mens zijn plaats weten tussen de andere dieren; dat is goed voor de bossen.” Na afloop lees je de titel van het verhaal heel anders.

Het minst overtuigt hij mij in de scènes die het meest aan de verhalen van Heeresma sr. doen denken, als hij bijvoorbeeld de maatschappij van vandaag, Turkse buurtsupers in een achterstandsbuurt, op het programma neemt. Dan komt er opeens ook een wat ouwelijk standpunt om de hoek kijken: “Luxe maakt laf en welvaart verveelt, hetgeen de landerig langs de etalages lopende mensen was aan te zien. Boven hun hoofden werd ijle muzak uit speakers in de houten arcade verstoven en niemand leek zich af te vragen of dit allemaal wel oké was.”

Anderzijds doordringt hij de lezer in een verhaal, dat zich in een soortgelijke atmosfeer afspeelt, goed van de tragiek van een leuk meisje in een rolstoel, dat door haar vriend wordt rondgekard, hier en daar wat kleine middenstanders in verlegenheid brengt, maar ten slotte toch voor het optreden van een popgroep wordt alleen gelaten.

Dit is een schrijver met kennelijk een ouderwets, Nabokoviaans plezier in het vertellen, die zich niet van de wijs laat brengen door de noodzaak zijn ziel of de ziel van zijn generatie vorm te geven. De virtuoze trukendoos van Nabokov is weliswaar nog niet voor hem opengegaan maar zijn bereidheid om naast ironisch realisme ook andere registers te bespelen laten hem zien als een fantasievol schrijver.

Het meest excentrieke verhaal uit de bundel, 'Toen het leven nog zin had', speelt zich af in de tiende eeuw en laat een mismaakte zien, die door niets van zijn stuk te brengen is en op nuchtere wijze de vernederingen waaraan hij blootstaat memoreert, in het vertrouwen dat hij spoedig zal sterven en zijn moeder weer zal zien. De zin die het hiernamaals aan een ellendig bestaan gaf, wordt gortdroog opgeroepen, zozeer dat je als hedendaags lezer de titel nog nauwelijks zonder ironie kunt lezen en toch een korte blik slaat op de middeleeuwse levensvisie. Laat het een satire zijn, maar dan is het wel een bitterzoete, die in de verte doet denken aan sommige expressionistische satires van Alfred Döblin.

Wie Heere Heeresma jr. precies is, laat deze verhalenbundel nog niet helemaal weten, wel dat hij het vertellen en fabuleren niet kan laten, tot vermaak en lering van de lezer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden