De bijsluiter staat op YouTube

Tekst raakt uit de gratie. De moderne mens laat zich informeren met video's, of het nu gaat om het strikken van een stropdas, het afsluiten van hypotheken of het gebruik van medicijnen. Een zegen of een vloek?

Een 'bijnierschorshormoon, ook wel corticosteroïd genoemd', expliqueert de bijsluiter van het medicijn Prednison. Vervolgens legt de tekst uit bij welke aandoeningen je het medicijn moet gebruiken. Termen als lupus erythematodes en colitis ulcerosa worden niet geschuwd. 'U start deze behandeling meestal met een stootkuur van een grote hoeveelheid prednison per dag, waarna u de hoeveelheid in enkele dagen tot weken afbouwt tot de onderhoudsdosering.' Tsja.

Er is al jaren veel te doen over onnavolgbare bijsluiters. Brancheorganisaties en politici zetten het verbeteren van de begrijpelijkheid steeds opnieuw op de agenda, maar op korte termijn valt er weinig te verwachten. Voor medische bijsluiters heeft de Europese Unie namelijk een strikt juridisch kader opgelegd waarbinnen nauwelijks taalvariatie mogelijk is. De bijsluiter blijft onleesbaar.

De oplossing: patiënten informeren via video. Met dit communicatiekanaal zijn farmaceutische bedrijven vrij om begrijpelijke taal uit te slaan - en een plaatje zegt meer dan duizend woorden, is het niet? Het biofarmaceutische bedrijf AstraZeneca is anderhalve maand geleden begonnen met het per video informeren van patiënten die 'een medicijn tegen kanker' gebruiken (het bedrijf mag vanwege de wet verbod op geneesmiddelenreclame niet zeggen welk medicijn en tegen welke vorm van kanker). In de video leggen een arts en een verpleegkundige uit hoe het medicijn werkt, hoe je het moet innemen, welke bijwerkingen kunnen optreden en hoe je het beste met de bijwerkingen om kunt gaan. Visueel tot je te nemen via de computer, smartphone of tablet.

Dat komt de moderne mens goed uit. Die wil niet meer lezen, die wil snel en visueel iets uitgelegd krijgen. "Als teksten niet meer aanslaan, moet je op zoek naar andere manieren", zegt Caroline Keeman, communicatiemanager bij AstraZeneca. "Mensen hebben geen geduld meer om lange lappen tekst te lezen. Ik merk dat ook bij mezelf."

Handleiding- en gebruikersboekjes blijven tegenwoordig steeds vaker in de doos of worden terzijde gelegd. Via YouTube leert de hedendaagse consumenthoe hij computerproblemen oplost of camera's en andere digitale apparatuur instelt. Waarom lezen als je kunt afkijken van iemand die je iets voordoet?

Anneke Smelik, hoogleraar visuele cultuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen, bemerkt deze trend ook onder haar studenten: jongeren vliegen voor informatie meteen het net op. "Als het niet op internet staat, dan is het niet waar of bestaat het niet", lacht ze. Dat het internet beeldender is dan een tekstuele bron is volgens haar 'schokkend voor onze gereformeerde cultuur'. "Onze maatschappij is meer van het geschreven woord", zegt ze. "Maar de trend die nu gaande is, houd je niet tegen. En hij biedt voordelen. De informatiedichtheid van een filmpje is hoger dan die van een stuk tekst, het is een rijker medium. Vaak moet je een bijsluiter twee keer lezen voordat je hem begrijpt. Visuele informatie is indringender. Je interpreteert beeld onmiddellijk en hebt er minder oefening voor nodig. Ga maar na toen je nog kind was: leren lezen kostte je maanden, soms jaren. Woorden zijn altijd symbolisch. Het woord tafel is een abstractie. Als ik een tafel zie, is dat heel concreet."

Bij Bernhard Herenmode in Sittard spelen zie hier handig op in. Eigenaar Arjan Lamers leert bezoekers van zijn YouTube-kanaal via filmpjes stropdassen strikken en overhemden opvouwen. Toen hij hoorde dat Google YouTube had opgekocht, zag hij meteen de kans om zijn website met eigen filmpjes hoger in de ranking te krijgen, waardoor mensen die sneller bezoeken. "Veel van mijn klanten kopen een pak omdat ze gaan trouwen", vertelt hij. "Vaak is dat het eerste moment dat ze in hun leven een pak dragen. Allemaal leuk en aardig, zeggen ze dan, maar hoe strik je een stropdas. Vroeger kreeg je dat soort dingen vanhuisuit mee, het hoorde bij je opvoeding. Tegenwoordig verwachten we van jongeren een hoge mate van zelfstandigheid zonder dat we hen daarvoor de benodigde handvaten aanreiken. In de winkel vragen mannen mij zelfs hoe je een overhemd strijkt. Nu laat ik dat op internet zien, het is een opvoedingskanaal geworden."

Lamers begon drie jaar geleden met zijn video's. Zijn kanaal trekt 200.000 bezoekers, van wie meer dan de helft doorklikt naar zijn website. Klanten reageren enthousiast op de beeldende manier waarop hij hen bijbrengt hoe je je fatsoenlijk kleedt en je kleren ordentelijk opvouwt.

Toch heeft Anneke Smelik zorgen over bedrijven die via video communiceren. Bijvoorbeeld als het gaat om bedrijven die producten aanbieden waar grote risico's mee gemoeid zijn. Zo informeert de ING klanten via video over hypotheken. Woordvoerder Jeroen Baardemans zegt dat de bank hiermee is gestart uit een 'voortdurende zoektocht om klanten beter te informeren'. "Via video kun je complexe boodschappen simpel uitleggen", aldus Baardemans. "Kort en bondig, binnen een zeer beperkt tijdstip, nemen mensen productinformatie tot zich. Op hoofdlijnen, want als je uitgebreidere en specifieke, op maat gesneden informatie nodig hebt, zul je een afspraak met een adviseur moeten maken. We pretenderen niet dat video als bron uitputtend is, we gebruiken het als een aanvullend communicatiemiddel om de kern van dingen over te brengen."

De ING ziet er om die reden geen gevaar in dat mensen met korte en vluchtige video-informatie, waar soms iedere nuance en diepgang ontbreekt, over één nacht ijs gaan. "De Autoriteit Financiële Markten wil dat we duidelijk communiceren en controleert ons daarop. Nou, dat proberen we te doen. Video is daar goed bruikbaar voor."

Ook Caroline Keeman zegt dat haar bedrijf, AstraZeneca, video gebruikt als aanvullend en toelichtend communicatiemiddel, niet als vervanging van de bijsluiter. Maar voorkomen dat de patiënt na het bekijken van de video denkt 'mooi, ik weet het nu wel, ik heb die bijsluiter niet meer nodig' kun je niet. "Aan de andere kant zou het mensen juist ook kunnen stimuleren om wel de bijsluiter te lezen, als ze de basis eenmaal hebben begrepen", denkt Keeman.

Hoogleraar Smelik vindt dat het met dergelijke filmpjes lastig is te beoordelen of informatie objectief betrouwbaar of commercieel is. "Het wordt snel reclame", zegt ze. "Ik vaar altijd blind op bijsluiters. Het is wel een punt van zorg wanneer je als consument niet weet wat je al dan niet kunt vertrouwen."

Dat farmaceutische bedrijven video gaan gebruiken omdat ze daarbij niet vastzitten aan Europese regelgeving vindt ze niet helemaal koosjer. "Er zou een garantie moeten komen waarmee de consument weet welke video-informatie objectief en welke commercieel is." Dat zou Nefarma ook graag zien, de brancheorganisatie van farmaceutische bedrijven die zich richten op onderzoek en ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. "Het zou mooi zijn wanneer de gezondheidszorgautoriteiten gebruikers ook bij deze communicatiemiddelen handvaten zouden geven die helpen bij het beoordelen of de informatie objectief en betrouwbaar is", zegt woordvoerder Paul Wouters. Tot die tijd is het vooral opletten wie de afzender van video's is en of de fabrikant er zelf achter zit. "Die heeft er een belang bij dat het medicijn op de juiste manier wordt gebruikt", stelt Wouters. AstraZeneca biedt de video om die reden aan via de website van het geneesmiddel. Hij is alleen toegankelijk met een QR-inlogcode. En die krijgen alleen patiënten bij wie het geneesmiddel is voorgeschreven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden