'De Bijbel zei me niets meer, je kon er alle kanten mee op'

Inge Bosscha: 'Mensen herkennen zich in de worsteling en zijn blij dat ik ruimte maak voor gevoelens van afvalligen.' Beeld Ton Toemen

Inge Bosscha is gereformeerd opgevoed, maar ze keerde het geloof en God de rug toe. Op de site 'Ik ben een afvallige' vertelt ze over haar ervaringen.

Het toetje, daar keek Inge Bosscha (38) vroeger al de hele maaltijd naar uit. Dat was het allerlekkerste. Het liefst zou ze de maaltijd daarmee beginnen. Want wat nou als de wederkomst zou aanbreken en Jezus terugkwam voor ze aan het toetje toe waren?

En de spanning die de geboorte van een broertje of zusje met zich meebracht. Wie weet zorgde de nieuwe baby er wel voor dat het getal der volheid, dat in de Bijbel wordt gekoppeld aan het moment van de wederkomst, werd bereikt en Jezus terug zou komen voor het oordeel.

Bosscha's jeugdherinneringen illustreren hoezeer het christelijk geloof deel uitmaakte van haar leven. Als oudste van tien kinderen groeide ze op in het Zeeuwse dorpje Sint Laurens waar ze naar een vrijgemaakt-gereformeerde kerk gingen. Maar dat geloof uit haar kinderjaren speelt nu geen enkele rol meer in haar leven. "Het voelde als een bevrijding dat ik mocht zeggen: ik weet het niet."

Op haar website, getiteld 'Ik ben een afvallige', vertelt Bosscha over haar ervaringen met het verlaten van de kerk en uiteindelijk haar geloof in God. De website is nu twee maanden in de lucht, en ze ontving al honderden reacties. "Mensen herkennen zich in de worstelingen en zijn blij dat ik het taboe daarop doorbreek en ruimte maak voor de gevoelens van 'de afvallige'."

Vechtlust
De eerste keer dat Bosscha verzet voelde tegen de kerk en alle regels die erbij hoorden, was op haar eenentwintigste. Pas getrouwd en zwanger wist ze dat dit huwelijk niet was wat ze voor haar kind wilde. De kerkeraad en haar ouders vonden dat ze 'haar kruis op moest nemen' en haar huwelijk voort moest zetten. "Toen voelde ik een soort vechtlust."

Op zoek naar rechtvaardiging zocht Bosscha boeken en preken van dominees die onder bijzondere omstandigheden ruimte lieten voor echtscheiding. Maar dat hielp haar niet. "Het voelde alsof ik God voor mijn karretje spande. Ik zocht in dezelfde Bijbel en dezelfde leer naar hoe ik kon krijgen wat ik wilde." Maar wie mag dan zeggen hoe je de Bijbel uit moet leggen? Voor Bosscha was het duidelijk dat mensen dat in ieder geval niet konden. "Het voelde raar dat een ouderling mij ging uitleggen wat God van mij vroeg, waarom zou hij dat beter kunnen weten dan ik?"

Ze was altijd al een serieus kind geweest dat veel over dingen nadacht. "Maar als iets niet paste, was het eindantwoord altijd: dat gaat ons verstand te boven." Zo had Bosscha altijd geleerd dat ze door Gods genade in 'het ware geloof' was geboren.

Maar hoe zat dat dan met haar reformatorische klasgenoten die dat ook leerden? En moslims dan? Ze is blij dat ze al jong geen genoegen meer nam met de standaardantwoorden. "Op een gegeven moment zit je in een systeem waarin je niet meer zelf kan nadenken. Dat kun je je niet meer veroorloven, want dan dondert alles in elkaar."

Soort vrijheid
Na haar scheiding was Bosscha niet meer dat keurig gereformeerde meisje. Van haar voetstuk gevallen, met niets meer te verliezen, durfde ze de vragen te stellen die ze nooit mocht stellen. "Ik dacht, God heeft me waarschijnlijk toch al verlaten. Dus met die stront waar ik in zat, kwam ook een soort vrijheid."

In haar zoektocht naar 'de wil van God' werd Bosscha geconfronteerd met verschillende overtuigingen. Bijvoorbeeld de doop, was die nou voor kinderen of voor volwassenen? Ze merkte dat de ene uitleg niet meer of minder bijbels was dan de andere. "Het is maar net welke teksten je combineert en welke je bekijkt", legt ze uit. "Daarom zei die Bijbel me niks meer, je kon er alle kanten mee op."

Ze begon zich bewust te worden van de rol van haar eigen gedachten door experimentjes te doen: als ze op straat in de zon liep, was ze 'in de Heer', in de schaduw ging ze 'uit de Heer'. En dat werkte. "Dat is gestoord", lacht ze, "maar zo werkt het dus. Je kunt jezelf van alles wijsmaken." Dat ze zichzelf had wijsgemaakt dat er een God bestaat, begon toen ook tot de mogelijkheden te behoren.

De kerk bezocht ze al niet meer. Als je overtuigingen gebaseerd zijn op je inzichten van dat moment, waarom zou je dan nog een overtuiging aanhangen? Waar Bosscha ooit geloofde in een oordelende God in de wolken, zag ze God nu persoonlijker. Dichtbij en in iedereen, niet alleen mensen van 'het ware geloof'. Esoterisch, beschrijft ze haar geloof op dat punt.

Verlangen naar duiding
Na enkele jaren realiseerde ze zich dat ze helemaal niet meer nadacht over wat ze geloofde. "Het maakte me ook geen donder meer uit of God nou in alles zit of niet bestaat. Alle sprookjes en religieuze boeken: het is misschien allemaal hetzelfde verlangen duiding te geven aan de gebeurtenissen en vragen die we hebben."

Zonder het geloof als vast kader voor haar leven, moest ze helemaal opnieuw beginnen. "Ik was wereldvreemd. Ik had geen idee hoe ik moest denken of leven. Ik had geen eigen identiteit", vertelt Bosscha. Persoonlijke behoeftes en gevoelens deden er immers nooit toe. "Als iemand anders boos op mij was, was dat altijd terecht. Maar ik mocht niet boos zijn", zegt ze. "Ik had geen grenzen, gaf iedereen de ruimte maar had geen ruimte voor mezelf."

Nog steeds vindt ze het moeilijk om zichzelf die ruimte te gunnen. Jaren van psychotherapie en het lezen van stapels boeken hielpen haar met het 'herprogrammeren' van haar calvinistische blauwdruk. "Ik heb inmiddels een nieuwe basis kunnen leggen, maar het kost me soms nog steeds veel energie om niet terug te vallen op mijn, voor mij, destructieve gereformeerde achtergrond."

Taal
Op haar website besteedt ze veel aandacht aan dat soort onderwerpen, zaken waar andere 'afvalligen' niet snel met hun omgeving over praten. "Bijvoorbeeld de lichamelijke en emotionele klachten die het gevolg kunnen zijn van een religieuze opvoeding. Of het gesprek tussen de 'afvallige' en gelovige ouders." Die relatie blijft een groot pijnpunt voor veel mensen die het geloof los hebben gelaten, wat Bosscha goed begrijpt. "Je spreekt elkaars taal niet meer, dat doet ontzettend pijn."

Ruimte is voor haar een sleutelbegrip. "Mijn doel is niet alleen om ruimte te maken voor de gevoelens van de 'afvallige' maar ook voor het gesprek met gelovige ouders. Er ontstaat vaak strijd over 'de juiste visie', maar daar is niemand mee geholpen." Bosscha zou graag zien dat de individuele verhalen van ouders en kind naast elkaar kunnen bestaan.

Uiteindelijk was het voor Bosscha een bevrijding dat ze kon zeggen: ik weet het niet. Want het antwoord op de grote levensvragen - waar komen we vandaan, waar gaan we naartoe, wat is ons doel - zullen we nooit vinden, denkt ze. De hemel is 'een mooi idee', maar daar kan ze niet langer in geloven. "Het geloof is een verzameling ideeën", zegt ze. "Zodra je er op die manier naar kijkt, heeft het geen waarde meer. Ik kan niet zomaar het beste of mooiste idee uitkiezen en mijn kinderen dat wijsmaken."

Website 'Ik ben een afvallige'

Religieus Trauma Syndroom

Mensen die uit een geloofsgemeenschap stappen, kunnen daar psychische problemen aan overhouden. Bosscha noemt op haar website het Religieus Trauma Syndroom, zoals beschreven door de Amerikaanse psychologe Marlene Winell, maar volgens Joke van Saane, hoogleraar godsdienstpsychologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, bestaat er geen specifiek syndroom alleen gerelateerd aan religie.

"De relatie tussen de problemen en het religieuze verleden is heel subjectief en niet causaal vast te stellen", zegt Van Saane. "Het is wel bekend dat veel mensen die uit een orthodox protestantse gemeenschap stappen, last hebben van depressies en angststoornissen. Ze hebben voortdurend het gevoel dat ze falen, het niet goed genoeg doen. Mensen zijn bang voor het oordeel of voor de dood en worstelen met schuld en schaamte."

Gecombineerd met een psychiatrische stoornis kunnen er mensen zijn die hallucinaties krijgen of stemmen horen. Bij mensen die hier gevoelig voor zijn, kan het gebeuren dat de symptomen worden getriggerd door de religieuze groep waar ze bij horen.

Waar de een de religieuze omgeving beschouwt als benauwend en het gevoel heeft dat er geen uitweg is, zijn er ook mensen die juist de positieve werking van een gemeenschap ervaren. "Zij voelen zich geaccepteerd, geliefd en komen er tot rust", aldus Van Saane.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden