'De bij heeft niets aan gepolder'

David Kleijn (midden) op excursie met studenten bos- en natuurbeheer. Beeld Bram Petraeus

Stop met polderen, zegt 'bijenprofessor' David Kleijn. Het beschermen van de natuur vraagt om knetterharde keuzes, zal hij vandaag betogen op de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Eigenlijk, zegt David Kleijn, heeft de bij alles mee. "Hij is lekker behaard, hij zoemt zo gemoedelijk, hij is ijverig en nuttig. Ik snap heel goed dat mensen daardoor geraakt worden." Overal ziet Kleijn, die als hoogleraar plantenecologie en natuurbescherming verbonden is aan de Wageningen Universiteit, mensen in actie komen om bijen te helpen. "Dat verrast mij en verheugt mij. Ik vind het fantastisch. De boodschap dat pesticiden de bij bedreigen, heeft mensen duidelijk bereikt."

Dat mensen zich bekommeren om de bij (er komen 357 wilde bijensoorten voor in Nederland) maakt volgens Kleijn nog meer duidelijk. Nederlanders geven om de natuur, en willen zich daar best voor inzetten. "De bij is een mooie analogie voor het beschermen van natuur." Desondanks, zegt Kleijn, gaat het helemaal niet goed met de natuur in Nederland. Die tegenstrijdigheid is het thema van de Nijmeegse Westhofflezing die Kleijn vandaag uitspreekt. 'Het lijkt erop dat in ons land nog onvoldoende de noodzaak wordt gevoeld serieus werk te maken van natuurbescherming', stelt Kleijn in de aankondiging van zijn lezing.

Waaruit blijkt dat Nederlanders onvoldoende noodzaak voelen om de natuur te beschermen?

"Ik zeg dat op basis van mijn ervaring met weidevogels. Daar doe ik al zo'n vijftien jaar onderzoek naar. In die tijd is hun aantal alleen maar teruggelopen. Je kunt weidevogels op twee manieren helpen: met reservaten en met agrarisch natuurbeheer. Maar veel reservaten laten te wensen over en het natuurbeheer door boeren is niet effectief. Sinds een jaar of drie, vier weten we wat er nodig is om weidevogels op de been te houden. Je moet ze een habitat bieden die aan al hun eisen voldoet. Simpel gezegd: grote, open, natte gebieden waar het gras laat gemaaid wordt en niet te veel predatoren voorkomen. Maar maatregelen om de vogels zulke verblijfsgebieden te geven, komen maar niet van de grond."

Waarom niet?

"Omdat er keuzes voor nodig zijn. Knetterharde keuzes. Keuzes voor ofwel het belang van de vogel, ofwel dat van de boer of de recreant. Het belang van de natuur komt nu nog op de vierde of de vijfde plaats. Maar op deze manier blijven de weidevogels achteruitgaan."

Maar ja, ruimte is schaars. En natuur is mooi, maar mensen hebben ook huizen nodig om in te wonen en akkers om voedsel te verbouwen.

"Dat begrijp ik ook wel. Maar maak dan keuzes. Kies er dan voor om bepaalde gebieden niet primair te gebruiken voor de landbouw of voor het bouwen van huizen. Die keuzes worden niet gemaakt, doordat de regie van het natuurbeheer sinds kort bij de provincie ligt. Die praat met alle belanghebbenden: boeren, bedrijven, natuurbeschermers. Daar rolt dan een compromis uit. Dat polderen is misschien bevredigend voor bestuurders, maar bijen of weidevogels hebben er niets aan. Ze krijgen altijd te weinig."

Hoe kun je bereiken dat het belang van de natuur zwaarder gaat wegen?

"Toen ik begon als onderzoeker was ik naïef. Ik dacht: er bestaan regels, zoals de vogelrichtlijn, laat ik nagaan of die regels goed werken. Dat bleek niet zo te zijn. Dus, dacht ik: ik moet naar beleidsmakers toe en ze duidelijk maken dat er betere regels moeten komen. Maar zo bleek het niet te werken. Ik zag in dat beleidsmakers rekening moeten houden met allerlei belangen, en die tegen elkaar afwegen. Toen dacht ik: het belang van de natuur moet dus duidelijk uitgedrukt worden, bijvoorbeeld in termen van economisch nut. De natuur biedt schoon water, de natuur filtert CO2, dat is geld waard. En voor bijen geldt dat zij economische waarde hebben omdat ze gewassen bestuiven. Maar in deze redenering stuit je op een probleem. Het bestuiven gebeurt maar door een klein aantal bijen, van niet-zeldzame soorten. Er is dus geen economisch argument om je te bekommeren om álle bijen. 

Welk argument is er dan wel?

"Ik keek naar de mens. Die doet ook allerlei dingen die niet direct nuttig zijn. De muren in een kleur schilderen, een kamerplant in huis zetten – daar zit geen economisch motief achter. Het gaat daarbij om emoties, om inspiratie, om schoonheid en verwondering. Dat is precies wat de natuur ook biedt. Alleen wordt het zelden aangevoerd in discussies over natuurbescherming. Dan heet het dat de natuur beschermd wordt omdat daar nu eenmaal regels voor zijn die nageleefd moeten worden, of doelstellingen die moeten worden gehaald. Maar nooit omdat de natuur zo prachtig is. Dat besef van schoonheid en verwondering zou ik terug willen brengen in de discussie."

Zijn we dat besef kwijtgeraakt?

"We wonen vooral in steden, worden maar weinig blootgesteld aan de schoonheid van de natuur. En degenen die het voor de natuur zouden kunnen opnemen, wetenschappers en natuurorganisaties, waren tot voor kort erg in zichzelf gekeerd. Zij hebben de laatste jaren ook niet veel ondernomen om bij het publiek de verwondering over de natuur aan te wakkeren. En dan kan het dus gebeuren dat een staatssecretaris als Henk Bleker zeventig procent bezuinigt op het budget voor de natuur en dat het publiek het wel best vindt."

Hoe komt de verwondering weer terug?

"Het begint bij zelf enthousiast vertellen wat je zo mooi vindt aan de natuur. Iemand als Freek Vonk doet dat heel goed, vind ik. Ik denk dat hij vooral kinderen enorm weet te raken. Op een dag zijn die volwassen en mogen naar stembus. Dan kunnen ze duidelijk maken dat de natuur een belangrijk onderwerp moet zijn voor de regering. De politiek zal dan volgen, want de interesse van kiezers is de interesse van politici.

"Ik ben er niet gerust op dat de nieuwe regering meer aandacht zal hebben voor natuurbescherming. Als er geen groen kabinet komt, maakt dat de noodzaak voor ons als wetenschappers en natuurorganisaties alleen maar groter: wij moeten onze verwondering uitdragen."

De Westhofflezing door David Kleijn, met een co-referaat van Ruud Foppen. Morgen, 14.30 uur. Aula van de Radboud Universiteit, Comeniuslaan 2, Nijmegen. Toegang gratis na aanmelding via www.ru.nl/westhofflezing

De Westhofflezing

De Westhofflezing draagt de naam van de invloedrijke Nijmeegse bioloog Victor Westhoff (1916-2001). Hij was hoogleraar in de vegetatiekunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen van 1967 tot 1981 en stond aan de wieg van de klassieke natuurbeschermingsvisie, die de grote ecologische waarde erkent van kleinschalig beheerd agrarisch landschap. De Radboud Universiteit eert zijn nalatenschap met een Westhoff-leerstoel en een jaarlijkse Victor Westhofflezing over actuele kwesties in het natuurbeheer. Westhoff zelf was naar eigen zeggen al op jonge leeftijd betrokken bij de natuurbescherming. 'Van kind af aan heb ik altijd een sterk gevoel van verbondenheid gevoeld met planten en dieren. Planten waren geen dingen, geen objecten, maar medewezens. Ik was een van hen. Zij behoorden tot mijn wereld, ik tot de hunne.' Hij wordt de grootste na-oorlogse natuurbeschermer genoemd - de Jac. P. Thijsse van de tweede helft van de twintigste eeuw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden