De bezetters van toen zijn de boeren van nu

reportage | Bijna alle blanke Zimbabwaanse boeren raakten sinds de eeuwwisseling onder dwang van de regering-Mugabe hun boerderij kwijt. Vaak met geweld. Een enkeling herpakte zich en onderwijst nu de nieuwe, zwarte boeren in zijn land.

Als blanke Zimbabwaanse boeren spreken over het land dat zij via de gedwongen en vaak gewelddadige landonteigeningen de afgelopen vijftien jaar zijn kwijtgeraakt, valt er automatisch een schaduw van pijn en verdriet over hun gelaat. Ook bij Darryl Edwards. Waar hij eerst nog enthousiast de akkers van stichting Foundations for Farming toont, even buiten hoofdstad Harare, trekt alle kleur uit zijn gezicht bij de vraag of hij weleens is teruggegaan naar de boerderij die hij jaren geleden verloor. "Nee", mompelt hij. "Ik wil daar nooit meer naartoe."

De landonteigening is een collectief trauma van de voormalige blanke Zimbabwaanse boeren. Rond de eeuwwisseling begonnen aanhangers van president Robert Mugabe hun boerderijen te bezetten. Het land was tijdens de Britse kolonisatie gestolen door de blanke Europeanen en moest onder de zwarte bevolking worden herverdeeld. Van de 4.000 blanke boeren die Zimbabwe telde aan het eind van de vorige eeuw, raakten ruim 3.600 hun land kwijt. De meesten emigreerden: failliet, getraumatiseerd.

"Het was een ongekende tragedie", benadrukt Graham Mullett van het Valuation Consortium in Harare, een organisatie die de waarde van onteigende boerderijen in kaart probeert te brengen - voor het geval er ooit alsnog afspraken worden gemaakt over financiële compensatie. "De boeren verloren niet alleen hun baan, maar ook hun bezittingen, hun huis, hun dieren, hun passie."

Ex-boer Edwards lijkt echter niet bezig met zo'n vergoeding. Hij accepteerde zijn verlies, bleef in Zimbabwe en zocht een nieuwe levensvervulling. Hij vond een opmerkelijke: tegenwoordig geeft hij les aan de nieuwe, zwarte boeren in zijn land, de mensen die ooit boerderijen als de zijne bezetten.

Ook Craig Deall geeft via Foundations for Farming landbouwcursussen in Zimbabwe. Hij verloor zijn boerderij in 2006. Hij ging ooit zelfs zo ver om de bezetters van zijn eigen boerderij hulp aan te bieden. Dat aanbod werd resoluut afgeslagen. De nieuwe eigenaren wisten niets van landbouw. Als gevolg daarvan is zijn voormalige boerderij verwoest. Terwijl hij het vertelt, verbijt hij zijn intense verdriet.

Geen wrok

Maar Deall herpakt zich. De aftakeling van zijn akkers sterkte hem eigenlijk alleen maar in zijn voornemen de nieuwe boeren van Zimbabwe te onderwijzen. "Het heeft geen zin om wrok te koesteren", zegt hij haast meditatief. "Het heeft gewoon geen zin."

Hij voelt bovendien oprecht berouw. "Wij blanken waren voor 1980 arrogant", zegt hij, refererend aan het racistische regime in zijn land dat tot dan toe Rhodesië heette. Zwarte inwoners werden er als tweedeklas burgers behandeld. "Dat onze boerderijen in het nieuwe Zimbabwe werden afgepakt, was dus eigenlijk niet verwonderlijk. Het spijtige is alleen dat zij aan mensen zijn gegeven die niet weten hoe ze het land moeten benutten." Hij wil zich de rest van zijn leven inzetten om de nieuwe boeren te helpen, zegt hij. "Ik wil het land waarin ik leef nu dienen, het niet meer overheersen zoals vroeger."

Deall doet dit, net als Edwards, door kleinschalige landbouwers in de 39Mx16M-formule te onderwijzen. Die gaat uit van een akker van slechts 39 bij 16 meter, waarop precies 52 rijen van 56 maïsplanten kunnen worden gepland. "Het idee is simpel", legt Edwards uit, terwijl hij door de cursusakkers loopt op een voormalig paardendressuurterrein. "Eén rij levert een volle emmer maïs op, voldoende om een gezin van zes een week lang te voeden.

Er zitten tweeënvijftig weken in een jaar. Dus zo'n kleine akker, mits goed verzorgd, kan een gemiddeld Zimbabwaans gezin een heel jaar van voedsel voorzien."

Alleen voor het eerste seizoen is wat kunstmest nodig, ter waarde van zo'n 50 euro. De jaren erop raden Deall en Edwards cursisten af om nog kunstmest te gebruiken. "We willen laten zien dat voedsel vanaf dat moment voor iedereen nagenoeg gratis kan zijn", zegt Deall. "En dat je niet afhankelijk hoeft te zijn van regen. Want zo'n kleine akker kun je makkelijk met een gieter bewateren."

Het toont volgens hem hoe onvoorstelbaar het is dat er sinds de gewelddadige Zimbabwaanse landonteigeningen die de wereld begin deze eeuw schokten hongersnood bestaat in zijn land. Zimbabwe heeft volgens Deall niet alleen genoeg potentie om de eigen bevolking te voeden, maar ook om daarnaast nog eens drie miljoen ton maïs te exporteren. Niet voor niets heette het land tot in de jaren negentig de voedselschuur van Afrika te zijn.

Deall en Edwards nodigen cursisten tegen een kleine vergoeding uit op de trainingsakkers en trekken dorpen in om mensen in hun eigen omgeving te onderwijzen. "En we hebben projecten op scholen", zegt Deall. "Want kinderen nemen sneller advies aan. Bij hen bestaat het wantrouwen niet dat soms wel bij hun ouders voelbaar is. En zij vertellen wat zij leren toch meestal door aan hun familie."

Zelfs de overheid van Mugabe ziet het nut van de educatieve inspanningen wel in, zeggen de twee. Foundations for Farmers hoopt daarom stiekem op termijn op subsidie, zodat cursussen gratis kunnen worden. Want de doelgroep is arm. Maar er zijn twee obstakels: Zimbabwe is zo goed als bankroet, en onder de zwarte leiders van het land bestaat de vrees dat blanke boeren als Edwards en Deall via een omweg toch weer voet aan de grond proberen te krijgen binnen de landbouwsector.

Tot bloei

Dat laatste is absoluut niet het geval, bezweert Deall. Hij hoeft zijn boerderij niet terug. Hij zou alleen graag zien dat zijn vroegere akkers weer tot bloei komen, dat de Zimbabwaanse grond opnieuw voldoende voedsel opbrengt om de honger lijdende bevolking te voeden. Hij hoeft dit niet meer per se zelf te verwezenlijken. Als hij de nieuwe boeren maar kan leren hoe het moet.

Het lijkt een realistische instelling. Want Mullett van het Valuation Consortium zegt in zijn kantoor in Harare er vrij zeker van te zijn dat blanke boeren hun boerderijen nooit meer terugkrijgen. "De landonteigening was op zichzelf ook niet onwettig", legt hij uit. "Verkeerd was alleen de gewelddadige bezetting ervan en het feit dat er voor de onteigening geen compensatie is betaald." Het is volgens hem alleen dit laatste dat nog kan én moet worden rechtgezet.

Maar Zimbabwanen moeten natuurlijk ook eten. En dat blijft problematisch zolang bijna maar weinig onteigende boerderijen onder hun nieuwe eigenaren een doorslaand succes zijn. Veel landbezettingen resulteerden slechts in plunderingen. Boerderijen werden zo snel mogelijk gestript van alle waardevolle onderdelen: direct verkopen, snel harde cash.

De nieuwe eigenaren hadden zelden ervaring met commerciële landbouw en verdiepten zich nauwelijks in de vraag hoe zij als boer ook op de lange termijn geld zouden kunnen verdienen met de productie op het land.

Dat willen Edwards en Deall dus veranderen. Een nobel streven. Al is er internationaal ook kritiek. Foundations for Farming geeft namelijk les met de Bijbel in de hand. De kritiek luidt dat de organisatie de penibele situatie van arme boeren uitbuit ten behoeve van de verspreiding van het geloof. Daar zit wellicht een kern van waarheid in.

Maar het neemt niet weg dat Deall en Edwards er een nieuw levensdoel aan hebben ontleend. Hun functie als landbouwdocent verschaft hen een nieuwe positie in hun radicaal veranderde land. Het is hun manier om het verdriet te verwerken. Hopelijk heeft het land daar op termijn ook collectief enig profijt van.

'Ik heb het vak van boer helemaal zelf moeten leren'

De boerderij van Jeofres Taengwa ziet er op z'n zachtst gezegd verpieterd uit. Een kapotte tractor, een bouwvallige schuur, lege kippenhokken, wat loslopende geiten. En op de akkers is het niet veel beter, vertelt hij. Het is een droog jaar. De maïs en sojabonen doen het slecht. Het is al lastig om quitte te spelen. Laat staan dat hij veel winst zou maken met het stukje land, zestig kilometer buiten de Zimbabwaanse hoofdstad Harare, dat hij tien jaar geleden, net als veel andere zwarte Zimbabwanen, na de landonteigening ontving van Robert Mugabe's regeringspartij Zanu-PF.

De voormalige blanke boerderij werd opgesplitst in meerdere delen. Taengwa kreeg een deel toegewezen. Hij was er blij mee. Maar professioneel boeren viel nog niet mee. "Ik moest mezelf alles leren", zegt hij. Kunstmest bleek bovendien duur. En hij verkoopt het grootste deel van zijn maïs aan de overheid. Die is al jaren blut en betaalt soms wel een jaar te laat. "Dat maakt het voor mij lastig om aan het begin van een nieuw seizoen genoeg zaad en kunstmest aan te schaffen."

Bovendien is het praktisch onmogelijk om een lening van de bank te krijgen, klaagt hij terwijl hij een hand over zijn grijze baard haalt. Officieel pachten de nieuwe, zwarte boeren van Zimbabwe hun land voor 99 jaar van de overheid. Maar in het contract zit een opzegclausule van negentig dagen, wat de feitelijke huurperiode terugbrengt tot slechts drie maanden. Geen bank die een lening aandurft bij een boer die zo snel zijn land kan kwijtraken.

Door de hevige internationale kritiek op de gewelddadige Zimbabwaanse landonteigeningen de afgelopen vijftien jaar is het bovendien onmogelijk een internationale investeerder te vinden. "Iedere boer heeft het zwaar", verzekert Taengwa. Hij houdt zijn huis in Harare daarom nog altijd aan. "Ik durf niet volledig voor het boerenleven te kiezen", bekent hij. "Ik pendel elke week op en neer. Want wat als Mugabe komt te overlijden? Wie garandeert dan dat wij ons land mogen houden?"

En alsof het allemaal nog niet lastig genoeg is met de dure mest, gebrekkige regenval en de worsteling om het boerenvak onder de knie te krijgen, is er ook nog buitenlandse concurrentie. "In buurland Zambia ligt de maïsprijs lager", legt Taengwa uit. "Die maïs wordt geïmporteerd en prijst ons uit de markt." Nogal wat boeren geven er daarom de brui aan. Ze zoeken hun heil elders, waardoor de voedselschaarste in Zimbabwe aanhoudt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden