De bevrijding van de ouderen

Foeke de Jong studeerde ooit bouwkunde. Nu breekt hij op het Friese platteland bejaardenhuizen af en laat nieuwe appartementen neerzetten vol hypermoderne snufjes. Mensen kunnen daar zelfstandig wonen tot hun dood. Met een welzijnssupermarkt om de hoek en alle andere benodigde hulp aan huis geleverd. Ouderen én hun dorpen moeten weer vitaal worden.

Het staat er nog voor een klein deel, het voormalige rusthuis Heemstra State in het Friese Oentsjerk. Maar op dit moment gaan ook de laatste krappe kamertjes tegen de vlakte. Het nieuwe gebouw, pal ernaast, trekt wekelijks twee touringcars met nieuwsgierigen uit heel het land naar dit dorp in de streek de Trynwâlden.

Overdreven is het niet te stellen dat bedenker Foeke de Jong een omwenteling teweeg heeft gebracht: het fenomeen verzorgingstehuis lijkt definitief verleden tijd op het platteland tussen Dokkum en Leeuwarden.

Voortaan blijven de ouderen zelfstandig wonen, ook als ze 104 zijn, er thuis een beetje een troep van maken of een beginnende vorm van dementie hebben. Wie behoefte heeft aan medische hulp, of aan gezelligheid, trekt de jas aan om naar de nieuwe Heemstra State te gaan: een soort welzijnssupermarkt voor jong en oud. Met onder meer een huisartsenpraktijk, een apotheek, diverse therapeuten, dagopvang, een 'zotel' met tien bedden voor revaliderenden, een biljartzaal, restaurants, een terras. Maar ook een kinderdagverblijf en een peuterspeelzaal.

Zes auto's en bussen heeft het centrum op de weg om volwassenen en kinderen te halen en te brengen. Zoals de vier bejaarde boeren die elkaar hier dagelijks treffen voor een warme maaltijd. Alle andere nodige hulp - tot en met verpleeghuiszorg - krijgt men thuis. Precies 'op maat', overdag of 's nachts.

In het dienstencentrum zijn nog bouwvakkers bezig maar een flink deel is al in gebruik. Over het centrum heen zijn twee nieuwe wooncomplexen gebouwd. De aankleding van het centrum is smaakvol en gedurfd. In de gangen ligt rood met blauw tapijt, gevlekt als een giraffevel. De vloeren van andere ruimten zijn van kleurig marmoleum, stroken hout of grijs hardsteen met blauwgeaderd marmer. Er hangen designlampen en overal staat bijzonder meubilair.

De Jong (48), die onder meer bouwkunde studeerde, is directeur van Heemstra State. In zijn werkkamer hangen theatrale foto's van Erwin Olaf. Hij vertelt spontaan dat hij jaren actief is geweest in de homobeweging. En dat hij vroeger als student in Delft wel eens een jointje rookte en dan mooie fantasieën kreeg op het gebied van de volkshuisvesting. Nu zit hij midden in zo'n opzienbarend experiment. Hij poetst zijn opvallende bril. En pakt dan een cijferlijstje.

,,Vrouwen van zeventig jaar hebben gemiddeld nog veertien jaar voor zich, waarvan 1,8 jaar met gebreken. Iemand van tachtig heeft nog acht jaar te leven, waarvan 2,8 jaar met gebreken. Een negentigjarige heeft nog vijf jaar te gaan, waarvan drie jaar met gebreken. En bij mannen is het aantal jaren met gebreken nog minder,'' licht De Jong het tabelletje toe. Hij wil er dit mee zeggen: mensen die op volledige verzorging zijn aangewezen (vooral zwaar dementerenden) vormen maar een kleine groep temidden van alle ouderen.

Toch, vervolgt hij, zitten massa's bejaarden 'opgesloten in hokken'. Hun spullen grotendeels weggedaan, hun inkomen ingeruild voor zakgeld, de regie over hun leven uit handen gegeven. Overgeleverd aan een systeem dat 'zorg' heet, een woord dat De Jong als het even kan niet meer in de mond neemt. ,,Op zich is het een heel goed woord, maar het draagt een stigma in zich. De term heeft mensen gemaakt tot wezens met als enige eigenschap dat ze dingen niet meer kunnen.''

Na zijn studie bouwkunde begon De Jong aan opleidingen verpleegkunde en management. Hij werkte in diverse verzorgingsoorden. Dat hij daar verantwoordelijk was voor het eten, de onderbroeken en de centen van mensen die zich in veel opzichten nog prima konden redden, stond hem enorm tegen, vertelt hij.

Gooi plat, die tehuizen, begon hij midden jaren tachtig dan ook steeds vaker te denken. In Scandinavië was wat hem betreft het bewijs geleverd dat dit kan. Decentralisatie in de ouderenzorg is daar al jaren geleden doorgevoerd, met positieve effecten.

,,Wist je dat Nederland nog altijd de hoogste intramuralisatie-graad van de wereld heeft? In feite is de zorgsector hier op communistische wijze geordend.'' Volgens De Jong is dat een gevolg van 'uit de hand gelopen charitas' en 'de bouw van bejaardenhokjes als oplossing voor het volkshuisvestingsprobleem van na de oorlog, veroorzaakt door de babyboom'. ,,De oudjes waren er blij mee. Velen zaten met de angst: word ik nog wel verzorgd op mijn oude dag, want deze generatie had geen premie betaald.''

Intussen staat het 'instellingsdenken' in Nederland al jaren op de helling. Maar het uitwerken van alternatieven, gebaseerd op een specifieke vraag van de klant enerzijds en een toegankelijk, breed aanbod van zorg- en welzijnsdiensten anderzijds, is nog maar net begonnen.

Acht jaar geleden solliciteerde Foeke de Jong in Oentsjerk, dat met nog zes andere dorpen (waaronder zijn bakermat Aldtsjerk) de Trynwâlden vormt. Er wonen in totaal zo'n 8600 mensen. ,,Alles zat hier op slot,'' vertelt hij. ,,Mijn voorganger was 26 jaar directeur van het verzorgingshuis geweest. Eerst aarzelde men nog of er een oppasser of een vernieuwer moest komen, er waren hier twee stromingen.''

Maar De De Jong maakte indruk en met blijkbaar de juiste mix van voorzichtigheid en bevlogenheid ging hij in de streek aan de slag. Hij zette een stichting op waarin alle aanbieders van wonen, welzijn en zorg plus de gemeente Tytsjerksteradeel samenwerken. Een voorzitter werd gevonden bij Zorgverzekeraar de Friesland.

Twee jaar terug zegde het college van zorgverzekeraars steun toe voor zijn experiment. Alle verschillende soorten van gelden binnen de zorg mochten in één pot, zodat een soort persoonsgebonden budget mogelijk werd.

De staatssecretarissen van VWS en Vrom zijn enthousiast. Zij vroegen De Jong eerder dit jaar om tijdens een persbijeenkomst over het nieuwe woon-zorgbeleid te vertellen over zijn ervaringen.

Belangrijk onderdeel van zijn verhaal is de mienskipsvisie (gemeenschapsvisie). Want hij wil niet alleen ouderen uit de slomige sfeer van krulspelden en pantoffels halen en hen weer baas laten zijn over hun bestaan; hij wil ook de dorpgemeenschap weer vitaal maken. Dat is volgens hem een voorwaarde voor optimale individuele vrijheid en persoonlijk welbevinden.

Met de mienskip op het platteland ging het de laatste decennia - het is bekend - niet goed. De boerendorpen van de Trynwâlden verging het na de oorlog net als Jorwerd uit het boek van Geert Mak. Ruilverkaveling, schaalvergroting en mechanisatie leiddden tot het verdwijnen van werk, jongeren en voorzieningen. Steeds stiller en grijzer werd het, afgezien van wat yuppen die de schaarse nieuwbouw voor zich opeisten. Ook zorg- en welzijnsorganisaties, zoals de woningbouwvereniging, het Groene Kruis, de begrafenisvereniging trokken zich gefuseerd en wel terug in 'stadskantoren met veel spiegelglas', aldus De Jong.

Hij ziet maatschappelijke problemen als bureaucratisering, vervreemding, wachtlijsten, eenzaamheid en criminaliteit als een rechtstreeks gevolg van de uitholling van lokale sociale structuren. Tegen de heersende trend in weigerde hij daarom zijn organisatie op te splitsen door - bijvoorbeeld - de technische dienst over te hevelen naar Drachten, de administratieve diensten naar Leeuwarden en de keuken naar Dokkum.

Hij wilde juist de boel bij elkaar houden. En de behoeften van de gemeenschap als uitgangspunt nemen voor vernieuwing. Wat die behoeften zijn komt tot uitdrukking in de reeks van strategieën die De Jong ontwikkelde.

Ten eerste, zegt hij, zijn nieuwe, aantrekkelijke woningen nodig. Zo zijn in Oentsjerk honderd fraai ontworpen, ruime huur- en koopappartementen (waaronder penthouses) neergezet, waarvan tweederde inmiddels is opgeleverd. Onder anderen de voormalige bewoners van het gesloopte verzorgingshuis wonen daar nu. ,,De een heeft weer een hond genomen, de ander een orgel en sommigen krijgen weer logees,'' vertelt De Jong. Ook voor jongere mensen zijn de woningen geschikt. De bouwprogramma's worden ingepast in de al eerder door de gemeente geplande herstructurering van het naoorlogse woningbestand.

Een tweede stap was het aan huis brengen van hulp en de concentratie van zorg- en welzijnsfuncties in Heemstra State. Dat laatste brengt een komen en gaan van mensen met zich mee. ,,Er is een heel levendige plek ontstaan, waar men ook geregeld oude kennissen ontmoet. Al met al geeft dat ouderen veel prikkels, en dat is gezond.''

Als derde wapen in zijn streven de zelfredzaamheid van de gemeenschap te vergroten, heeft De Jong vier consulenten aangesteld, in het Fries omtinkers geheten. Zij helpen mensen te formuleren welke diensten zij werkelijk nodig hebben. Verder zullen binnenkort in elk dorp 'dorpsteams' aan de slag gaan, bestaande uit welzijnswerkers, huishoudelijke hulpen, verplegenden en verzorgenden, een dokter en een dominee.

Veiligheid vindt De Jong een vierde voorwaarde voor een zo zelfstandig mogelijk bestaan. Nieuwe woningen worden uitgerust met 'domotica', een computer in de meterkast die allerlei zaken kan regelen, zoals een draadloze spreek- en luisterverbinding met een meldkamer, gasdetectie, brandpreventie, inbraakwering en looproute-verlichting.

Tot slot dient het verenigingsleven te worden opgepept, bijvoorbeeld door de tientallen clubs meer te laten samen doen. Daarvoor wil de directeur opbouwwerkers inschakelen, te bekostigen met Europese subsidies.

Voor dit ambitieuze pakket maatregelen heeft hij de 160 personeelsleden, 140 vrijwilligers en de andere betrokkenen achter zich gekregen. Hij denkt dat het nog vijf jaar duurt, dan zullen de dorpen weer bruisen. In elk geval gelooft hij dat de in gang gezette veranderingen onomkeerbaar zijn. ,,En ik weet zeker dat de zorgvraag zal zakken.''

Gedragsverandering bij de ouderen is al waarneembaar. ,,Men heeft zelf een gespreksgroep opgezet over rouwverwerking, een wandelclub en een leesgroep.'' Bingo, zegt De Jong, wordt niet meer gespeeld. ,,En handwerken is bezig een stille dood te sterven.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden