De betrokken kunstenaar

Moeten kunstenaars geëngageerde burgers zijn met een actieve maatschappelijke bijdrage? Moeten musea geëngageerde kunst stimuleren? Over deze vraag heerst een tweedeling in de kunstwereld. Het conflict is op scherp gezet door de affaire van de Iraanse fotografe Sooreh Hera, wier werk werd geweigerd door het Gemeentemuseum.

Guernica van Pablo Picasso, Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan, de vilten omhulsels van Joseph Beuys, de Geert-Wildersaltaartjes van Jonas Staal, Hell van de gebroeders Chapman. Er kan een eindeloze rij voorbeelden worden gemaakt van maatschappelijk geëngageerde kunstwerken. Velen zien het als de taak van de kunstenaar om in het werk te reflecteren op maatschappelijke gevoelens en gebeurtenissen. Zeker na 9/11, en in ons land na de moord op Theo van Gogh, kwam de oproep aan kunstenaars om de wanhoop, angst en verscheurde samenleving te verbeelden. Veel kunstenaars deden dat ook. Maar leverde het bijzondere kunst op? Hielp het de samenleving bij het verwerken van de gebeurtenissen? Bracht het ons bijzondere inzichten? De vraag is niet te beantwoorden. Kunst maken en kunst kijken zijn individuele processen.

Niettemin heerst er een pittig debat in de museumwereld over de vraag of geëngageerde kunst meerwaarde heeft en daarom gestimuleerd moet worden. Voor- en tegenstanders staan lijnrecht tegenover elkaar.

Centraal in de discussie staat de Mondriaan Stichting, het stimuleringsfonds voor beeldende kunst, vormgeving en cultureel erfgoed. Die ondersteunt de beeldende kunst met een flinke hoeveelheid geld. Volgens de stichting hoort kunst zich met maatschappelijke vraagstukken bezig te houden en moeten musea dat aanmoedigen. Musea konden daar dit jaar zelfs een prijs van een half miljoen euro voor krijgen. Het Van Abbemuseum in Eindhoven won, omdat het volgens de Mondriaan Stichting het beste plan had hoe als museum om te gaan met het thema ’culturele diversiteit’. Andere grote musea deden ook mee aan de prijsvraag, maar dat was alleen vanwege het grote geldbedrag. Ze zijn het principieel oneens met de in hun ogen verregaande bemoeienis van de Mondriaan Stichting met hun beleid. De directeuren van deze musea (De Pont, Boijmans Van Beuningen, Gemeentemuseum Den Haag, Stedelijk Museum Amsterdam, Centraal Museum Utrecht, Kröller-Müller Museum en het Groninger Museum) hebben zich verenigd in het zogenaamde Miniconvent.

Het ergert Gitta Luiten, directeur van de Mondriaan Stichting, dat in Nederland het idee leeft dat kunst geen boodschap mag hebben of politieke gedachten kan verbeelden. Luiten: „Dat idee leeft hier heel sterk, terwijl in het buitenland geëngageerde kunst volledig geaccepteerd is. Voor kunst met een oordeel hebben we hier veel minder waardering dan bijvoorbeeld in Engeland en Duitsland. Op grote kunstmanifestaties als de Documenta in Kassel en de Biënnale van Venetië barst het van de maatschappelijke geëngageerde kunst, maar hier heerst nog sterk het geloof dat dat soort kunst niet beklijft.”

Sjarel Ex, directeur van Museum Boymans Van Beuningen, erkent dat kunstenaars een maatschappelijke rol kunnen spelen, maar hij vindt engagement geen criterium om een werk te kiezen. Ex: „Voor Boymans Van Beuningen geldt: de kwaliteit van een kunstwerk staat voorop. Of een werk een politieke, maatschappelijke, educatieve of een puur esthetische achtergrond heeft, maakt bij onze afweging niets uit. Een museum is een liberale, vrije omgeving, waarin allerlei meningen te zien zijn. Wat moet worden getoond, wordt getoond. De kwaliteit van het werk is daarbij maatgevend.”

Engagement leidt vaak tot slechter werk, is zijn ervaring. „Kunstenaars hebben dan tekst nodig om hun bedoelingen duidelijk te maken. Daardoor hebben ze minder oog voor andere visuele mogelijkheden. Uitzonderingen als Joseph Beuys daargelaten. Hij is een hele grote in het genre. Voor reflectie is de kunst geschikt, niet voor het veroorzaken van revolutie.”

Ook Saskia Bak, directielid van het Fries Museum, ziet een kunstenaar nog geen revolutie veroorzaken. Bak: „De Guernica stond niet op zichzelf. Picasso heeft de mening van een stroming weergegeven. Het werk had alleen impact omdat het landde in een omgeving die ervoor openstond. Werken als Victory Boogie Woogie of Liberté guidant le peuple van Delacroix kunnen een symboolfunctie vervullen. Maar de belangrijkste voorwaarde daarvoor is dat het heel goede kunst is. Als iemand een statement wil maken en de kunst daar als middel voor gebruikt, wordt het geen goede kunst.”

Dat meent ook Gijs van Tuyl, directeur van het Stedelijk Museum. „Wat je wel ziet is dat er tegenwoordig veel modieuze kunst is die inhaakt op actuele onderwerpen. Ik vind dat het echt uit de tenen moet zijn gekomen van de kunstenaar, anders neigt het naar hypocrisie.”

De maatschappij beïnvloedt kunst, maar geëngageerde kunst beïnvloedt niet de maatschappij, vindt Wim van Krimpen, directeur van het Haags Gemeentemuseum. „Kunst is altijd een reflectie van de maatschappij, maar andersom gaat dat niet op. Zelfs Guernica, de heftige aanklacht van Picasso tegen geweld, heeft geen enkele verandering teweeg kunnen brengen. Het is een illusie om te denken dat de kunst dingen kan veranderen. Daarom ben ik het ook niet eens met de Mondriaan Stichting die musea subsidieert die zich op maatschappelijke problemen storten.”

Charles Esche, directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven en winnaar van de stimuleringsprijs van de Mondriaan Stichting, staat op een heel ander standpunt. „Ik geloof niet dat er goede kunst wordt gemaakt die zich baseert op het dagelijkse nieuws. Ik ken geen goede kunst die is geïnspireerd door Balkenende. Maar als het gaat om geëngageerde kunst die zich bezighoudt met hoe we op deze planeet moeten leven, denk ik dat alle kunst ervoor in aanmerking komt. Wat denk je van de Aardappeleters van Van Gogh? Kunstenaars staan midden in de wereld en zij laten hun ervaringen daarin zien aan ons.”

„Ik erken dat kunst niet in staat is de politiek te beïnvloeden. Wilders en Verdonk zullen heus niet op korte termijn verdwijnen door kunst. Maar kunst kan wel de mening van het publiek beïnvloeden. Kunst is een van de vele gereedschappen daarvoor. Kunst heeft de belangrijke taak ons andere mogelijkheden voor te stellen.”

Terwijl Esche het bijzonder interessant vindt om in zijn museum dergelijke kunst te tonen en het debat eromheen aan te zwengelen - de nu lopende tentoonstelling ’Vormen van verzet’ is er een voorbeeld van - zijn veel andere directeuren ertegen om engagement als criterium te nemen.

Ex: „De overheid moet de beleefdheid hebben de kunstenaar met rust te laten. Onder dwang komt niets goeds tot stand. En zoals de kunstenaar de vrijheid heeft zijn mening te uiten, mag een museum dat ook. „Het terrein van het museum is privébezit. Wat de bezoeker daar te zien krijgt, is de privékeuze van het museum.” Volgens Ex heeft een museum geen andere taak dan de visuele cultuur te tonen. „Het hoeft niet nadrukkelijk maatschappelijk geëngageerd te zijn.”

Conservator Wim van Sinderen van het Fotomuseum Den Haag is juist blij dat veel kunst geen politieke lading of anderszins een boodschap heeft. „Eén van de mooie dingen van kunst is juist de pure luxe van schoonheidsbeleving. Aan geëngageerde kunst is esthetisch gezien vaak ook niets te beleven. Veel politieke kunst is niet de beste en bovendien zo vol bewering en woede.”

Ook Gijs van Tuyl, directeur Stedelijk Museum Amsterdam, is vooral geïnteresseerd in goede kunst. „De kwaliteit van kunst moet altijd het enige criterium zijn of je het laat zien. Kort na de moord op Theo van Gogh gingen er stemmen op om de film die hij gemaakt had met Hirsi Ali te tonen in het museum. Daarmee hadden we veel aandacht kunnen trekken, maar ik was tegen omdat ik die film niet goed vind. Een aantal maanden later hebben we wel het portret van Mohammed B. van Marlene Dumas aangekocht en geëxposeerd, ook al wisten we niet goed hoe publiek daarop zou reageren, maar de kwaliteit van de kunst gaf voor ons de doorslag.”

„Zelf kijk ik altijd naar de zeggingskracht van een kunstwerk,” zegt Hendrik Driessen, directeur van De Pont in Tilburg. Daar begint en eindigt het mee. Of het ook nog een politieke lading heeft, mag nooit het uitgangspunt zijn. En of het goed genoeg is om te exposeren, dat beoordelen vervolgens de musea. Ik ben het niet eens met de Mondriaan Stichting die musea subsidie wil geven als ze debatten aanzwengelen over maatschappelijke kwesties.”

Maar Rutger Wolfson, directeur van kunstcentrum De Vleeshal in Middelburg en tijdelijk directeur van het Film Festival Rotterdam, begrijpt de Mondriaan Stichting wel. „De museumwereld is naar mijn mening veel te veel naar binnen gekeerd en engageert zich te weinig met de wereld buiten de museummuren, waardoor ze aan maatschappelijk belang inboet. Er is natuurlijk niks mis met een mooie tentoonstelling over Vermeer, maar je kunt er zoveel meer mee doen door ook een link proberen te leggen met de actualiteit.”

Op zich is er niks mis met kunst zonder maatschappelijke lading of kunst die alleen maar wil behagen, erkent Luiten van de Mondriaan Stichting. Maar als musea alleen maar met een kunsthistorische blik kunst beoordelen en naar hun collectie kijken, moet je je wel afvragen of ze het daarmee nog redden in een samenleving die zo sterk veranderd is. „Elk museum moet daarin zijn eigen afweging maken, maar ik ben het er niet mee eens dat musea zich niet in politieke discussies zouden mogen mengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden