De betrekkingen tussen Nederland en het Vaticaan

AMSTERDAM - Gekrenkt en verbolgen was de Majesteit. En als Wilhelmina echt boos was dan was de mix van haar Oranje-geuzenbloed en het tsarenbloed van haar grootmoeder een giftig goedje. Paus Pius X had in 1910 met zijn encycliek Editae saepe een reactie bij haar ontketend die reikte tot aan de pijngrens van de ministeriële verantwoordelijkheid.

Dr. J. M. de Valk rakelt deze en andere geschiedenissen op in zijn 'studies over de betrekkingen tussen de Heilige Stoel en de Nederlandse katholieken, 1815 - 1940, met als titel Roomser dan de paus?, waarop deze 52-jarige historicus deze week in Nijmegen is gepromoveerd. Nederlandse katholieken hebben de naam dat zij sinds de negentiende tot aan de jaren zestig van deze eeuw 'ultramontanen' bij uitstek waren, 'roomser dan de paus'. Geen volk schonk meer zonen en dochters aan de missie, geen had meer het bloed van zijn jonge zonen veil ter verdediging van de Pauselijke Staat, nergens waren ze zo meegaand, zo volgzaam.

De Valk heeft met name door onderzoek in pas recent opengestelde Vaticaanse archieven goede redenen om te stellen dat hier sprake is van mythevorming. Vooral de leiding van de rk kerk bestond niet, zoals vaak gedacht, uit jaknikkende satrapen van de paus, maar uit mannen die stevig de baas wilden worden in hun eigen winkel. Daartoe moest de invloed van Rome, van de naaste collega's én van die eigenwijze, overal doorheen fietsende ordes-geestelijken zoveel mogelijk beperkt worden, liefst uiteraard onder veel larmoyante liederen en processies van kinderlijke aanhankelijkheid aan de heilige vader. In het Vaticaan, al 2000 jaar ervaren in kerkpolitiek en hypocrisie had men dat trouwens aardig door. Dat gold niet voor de hier gedetacheerde pauselijke zaakgelastigden, die zich volgens De Valk maar al te graag door bisschoppelijke pluimstrijkerij in slaap lieten wiegen.

En Rome antwoordde erop zoals het de eeuwen door heeft geantwoord en nog steeds: heel geduldig doordouwen. Illustratief voorbeeldje: de Nederlandse bisschoppen wilden graag volgzame priesters. Die konden maar het best in eigen beheer, aan een niet te hoogvliegend seminarie worden opgeleid. Als ze maar de catechismus kenden, goed baden, de rubrieken van de mis kenden en de gelovigen in het spoor van moraal en kerkbezoek hielden was het goed genoeg.

Het Vaticaan voerde, dankzij paus Leo XIII ( 1903), een beleid van meer intellectuele vorming voor priesters, liefst in Rome zelf. Vermakelijk is het Nederlandse traineren om in Rome een 'Nederlands College' op te richten en daar dan de knapste jonge priesters door te laten leren. Na vijftig jaar heeft paus Pius XI ten slotte met een forse gift de oprichting bij de bisschoppen door de strot geduwd.

Of neem de Haarlemse bisschop C. Bottemanne rond de eeuwwisseling. Hij klaagde de bijbelgeleerde dr. Henri Poels - later beroemd geworden als sociale voorman - aan wegens gevaarlijke meningen over de Bijbel. Het Vaticaan onderzocht de zaak, vond die Poels een echte aanwinst en benoemde hem in een pauselijke commissie. Bottemanne weigerde de Romeinse rehabilitatie bekend te maken, omdat dit zijn gezag als bisschop zou aantasten.

Maar terug naar Wilhelmina in 1910. Alle elf jaren van zijn ongelukkige bewind was Pius X aan het strijden tegen de modernisten. Bij een eeuwfeest van de heilige bisschop van Milaan en contra-reformator Carlo Borromeo ( 1584) kwam Pius met zijn encycliek 'Editae saepe' ofwel de Borromeo-encycliek. Van de 46 paragrafen trok een zinnetje uit nr. 9 alle aandacht. De paus riep de eeuw van de Reformatie in herinnering. “. . .Zij verachtten de gezagvolle leiding van de kerk en maakten gemene zaak met de bevliegingen van verdorven vorsten. . . Zij probeerden de leer van de kerk, haar grondslag en discipline te verwoesten. . . Zij noemden deze opstand, deze perversie van geloof en moraal een 'reformatie' en zichzelf 'hervormers'. In werkelijkheid waren zij de verdervers. . .” En zo verder.

Wie waren met die vorsten bedoeld? De Duitse keizer Wilhelm II (luthers) voelde zich persoonlijk aangesproken en de Duitse bisschoppen wisten in Rome gedaan te krijgen dat zij de encycliek niet hoefden te publiceren. De zaak liep er zo met een sisser af.

Had de paus met zijn tirade dan soms Willem van Oranje op het oog? Het vuurtje werd opgepookt door de Algemeene Protestanten-Vereeniging; er kwam een adres aan Wilhelmina, een interpellatie van de liberale oppositie in de Kamer, een nieuwe April-beweging zat in de lucht.

De Valk pluist het kostelijke verhaal uit. Wilhelmina was zo boos dat zij schriftelijke excuses eiste van haar collega-soeverein die deze beledigende praatjes de wereld in had geholpen. Nu zal een paus desgevraagd eerder de rol van Brünnhilde in de Götterdümmerung willen zingen dan schriftelijk excuus vragen voor een encycliek. Twee potentaten met de hakken in het zand - de wijsheid moest wel van beneden komen. Het komt erop neer dat de katholieke ministers in het kabinet-Heemskerk de zaakgelastigde van de paus, D. Gualtieri - een onervaren monseigneur van lage rang - erin luisden. Deze ijdeltuit vijlde eigenmachtig de mondelinge 'uitleg' van het Vaticaanse staatssecretariaat bij in de richting van wat Wilhelmina wilde horen (“. . .met diep leedwezen. . .”, “...de verheven persoon van HM de Koningin. . .”, “. . .geenszins de Prinsen uit het Huis van Oranje-Nassau op het oog gehad. . .”). Tot zijn verbijstering stond het 's anderendaags allemaal in de Staatscourant. Het kostte de monseigneur zijn carrière en de katholieken hadden op subtiele manier gekozen vóór hun gekrenkte vorstin, vóór de rooms-protestantse coalitie en in feite tegen de knarsetandende kardinaal-staatssecretaris Merry del Val en die arme Gualtieri.

De heiligverklaring van de Martelaren van Gorkum, de oprichting van de katholieke universiteit, de katholieken en de NSB, de ketterjager van De Maasbode M.A. Thompson - voor liefhebbers van vaderlandse katholieke kerkgeschiedenis heerlijke verhalen, mede doordat ook aan de orde komt hoe er vanuit Rome zorglijk en meewarig is neergekeken op die onooglijke protestantse natie in het kille noorden, met die rare katholieke minderheid, die weeskinderen die te lang een liefdevol-strenge vaderhand hadden gemist.

Als de bisschopen hun - doorgaans lijdelijke - verzet pleegden jegens Rome kwam dat meer voort uit een nog bange schuilkerken-mentaliteit (niet opvallen) dan uit verlangen naar of zicht op binnenkerkelijke openheid of vernieuwing. Sterker: hun oppositie jegens Rome was in feite conservatief - dus toch 'roomser' dan de paus. Maar ook niet. Zij voelden dat alle heil voor de lage landen niet van over de bergen kwam, dat ze die bemoeizucht maar beter met alle eerbied wat op afstand konden houden. Zoals Bottemanne van Haarlem deed. Van deze conservatieve bullebak had zijn immer naar Rome opblikkende verre opvolger Henny Bomers tenminste dàt kunnen leren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden