De beste zwemmer wint weer

amsterdam – Twee jaar geleden luidde Alain Bernard tijdens de EK in Eindhoven de badpakkenrevolutie in. In Boedapest was het deze week een andere Fransman, Camille Lacourt, die het zwemmen terugbracht bij de oorsprong.

Bernard en Lacourt, ze verhouden zich tot elkaar als wrede veroveraar en oogverblindende verlosser. Bernard vaagde destijds met bruut geweld het acht jaar oude wereldrecord van stilist Pieter van den Hoogenband op de 100 vrij uit de boeken. Later dat jaar werd de bodybuilder op het koningsnummer olympisch kampioen.

Tot ontzetting van de puristen maakten met de lichaamsbedekkende badpakken van polyurethaan techniek en souplesse in het zwembad plaats voor kracht. De lange, gestroomlijnde Lacourt bewees in Boedapest dat ook in traditionele zwembroek hard kan worden gezwommen.

De Fransman werd Europees kampioen op 50 en 100 meter rugslag, en miste beide wereldrecords slechts op een fractie. Op de korte afstand zwom hij het eerste Europese record sinds de snelle pakken verboden zijn. De wanhoop van voorgaande jaren heeft daarmee plaatsgemaakt voor hoop.

Toen Bernard in Eindhoven toesloeg, woedde de discussie over de nieuwe generatie badpakken al in volle hevigheid. Jacco Verhaeren, technisch directeur van de Nederlandse zwembond, was een fanatieke opposant tegen de ontwikkeling waarin fabrikanten belangrijker werden dan zwemmers.

„Ik hoop dat we op zoek blijven naar de beste zwemmer en niet naar het snelste pak”, was de hoop die hij in 2008 uitsprak. Twee jaar lang hadden de glimmende, waterdichte pakken van kunststof de zwemsport vervolgens in hun greep.

Jarenlang investeren in de technische finesses van het zwemmen was onrendabel geworden. Van de geplande olympische drieslag op de 100 vrij van Pieter van den Hoogenband bleef in Peking geen spaan heel.

Zwemmers als Bernard en de Duitser Biedermann persten hun massieve spierbundels samen in een strak condoom en schoten aangedreven door exceptionele spierkracht als torpedo’s door het water. Daar viel met de meest superieure techniek niet meer tegenop te boksen, zo moest zelfs Michael Phelps (veertienvoudig olympisch kampioen) vorig jaar in Rome ervaren.

Aan de vooravond van dat WK werden de futuristische pakken per 1 januari verboden, maar in de week die volgde werden wereldranglijsten herschreven en het zwemmen van zijn historie en helden beroofd. Hoe lang zou het niet duren voordat die snelheden konden worden geëvenaard, zelfs verbeterd?

Sneller dan gedacht is die hoop opgebloeid. Al is dat niet het eerste dat kruisvaarder Verhaeren voelde toen hij Lacourt door het Hongaarse Alfred Hajosbad zag glijden. Zo is zwemmen bedoeld, dacht hij tevreden. „Dit is het bewijs dat de beste zwemmer weer wint.”

Ofschoon Lacourt overweg kon met de kunststof pakken, heeft hij curieus genoeg een trainer die ervan heeft genoten. Romain Barnier verklaart op Swimnews Online waarom. „Wat wij hoofdzakelijk doen, is een leven investeren in routinetrainingen. Met de pakken was er ineens het stralende leven, de show.” Elke keer als hij beslag had gelegd op het nieuwste materiaal, „was het alsof je een nieuwe auto kreeg. Het was opwindend.”

Behalve voor Lacourt. Van zijn vijftien beste tijden klokte hij er drie gegoten in plastic en elf dit jaar, terug in het textieltijdperk.

De twee meter lange zwemmer heeft alles om een wereldster te worden. In Frankrijk wordt hij vanwege zijn uiterlijk en persoonlijkheid vergeleken met acteur Alain Delon en belaagd door vrouwen. Zwemkenners worden lyrisch als zij zien hoe stabiel hij in het water ligt.

Uitentreuren bestudeerde Barnier niet alleen alle mogelijke technieken, maar ook de persoonlijkheid van topzwemmers. Hij raakte onder de indruk van de Amerikaan Aaron Piersol (wereldrecordhouder 100 rug), die in zijn concentratie op het startblok van mens in vis verandert. „De Piersolmagie”.

Zo’n psychische transformatie is maar één aspect binnen een breed model dat Lacourt tot een gepolijste zwemmer heeft gemaakt. Een ander facet is ’perpetuum mobile’, de eeuwigdurende beweging die hij in het water tracht te maken. Met vloeiende klappen van zijn lange armen en ’giraffebenen’, die de solide in het water liggende romp met brede schouders en smalle heupen aansturen.

Bernard en Biedermann, ze moeten er lang om hebben gelachen, om het gestuntel van Lacourt die de kracht ontbeerde om op de keerpunten de beslissende snelheid te genereren. Maar ze hebben hun oude trainingsprogramma’s op de schroothoop moeten werpen, in de hoop in de korte broek aan te kunnen haken.

Op Europees niveau gaat dat nog. Biedermann bedwong vorig jaar Phelps en zwom wereldrecords op 200 en 400 vrij. De Duitser was woedend dat de aandacht slechts uitging naar het nauwsluitende pak om zijn massieve lijf. Ook in kniebroek, zo oreerde Biedermann, zou hij de beste blijven.

Een sprookjeshuwelijk met die andere Duitse ster, Britta Steffen, volgde. Maar grootse daden in het water blijven uit. Vier kilo viel hij af, dat blijkt te weinig. Nieuwe ademtechnieken bieden onvoldoende compensatie.

Biedermaan zegt zich nu te voelen als een naaktslak. Op de 400 vrij werd hij in Boedapest verslagen door een andere lange, lichte Fransman, Yannick Agnel. Zes seconden gaf hij toe op zijn wereldrecord, zoals hij op de wel door hem gewonnen 200 vrij vier seconden langzamer was.

Lange, lichte, technisch begaafde zwemmers hebben weer de toekomst, zo bewijzen de EK. Op mondiaal niveau lijken krachtpatsers als Biedermann en Bernard het volgend jaar in Shanghai niet redden.

Ofschoon Bernard zich op de 100 vrij ontpopte als de uitzondering op de regel. Hij verraste na een zwakke serie en halve finale gisteren met titelprolongatie. Al bleef hij met 48,49 in zwembroek wel ver verwijderd van zijn trio wereldrecords in surfpak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden