De beste speler van Oranje voelt met de coach geen contact

In het genre van de holle voetballersinterviewtjes zijn die op de stoep van het Oranje-hotel in Noordwijk de holste. Wat kunnen de internationals daar doorgaans meer zeggen dan dat het leuk is om bij Oranje te zijn, en een eer?

De uitzondering op de regel vormde maandag het gesprekje met Arjen Robben. Door de beste speler werd de staat van Oranje geschetst, ook en vooral de onderhuidse. Hij deed dat met een enkel woord hier en daar, maar voor de goede verstaander waren het er genoeg.

Bert Maalderink wist dat Robben door bondscoach Guus Hiddink was gebeld. Hij heeft jou gesproken, hè, vroeg hij. "Ik heb hem heel even gesproken, ja", zei Robben, met een dun lachje.

Heel even - hij hoefde het niet te zeggen, maar hij zei het wel.

Even later wilde Maalderink van Robben weten wat er bij Oranje moet gebeuren, welke kant het op moet. Daarover hapert Hiddink, zei Maalderink. Weet jij het wel, vroeg hij.

"Ik weet dat wel, ja", zei Robben. Weer dat lachje. "Ik weet wel welke kant we op moeten."

Robben zei dat iedereen zijn visie of mening heeft, maar dat ze hier, voor het hotel, dan nog heel lang zouden staan - en dat je als speler voor een camera niet alles kunt zeggen.

Maalderink zelf leek het gesprekje niet in te schalen als anders dan die honderden die hij er daar al heeft afgenomen. Hij concludeerde dat Robben eigenlijk ook haperde. Robben, lachend, liet het zo.

Maar hij had niet gehaperd. Vorige maand zat ik met drie collega's bij Robben aan tafel. Twee van hen paaiden hem nogal - ze vroegen hem in feite in steeds nieuwe variaties of hij ook niet vond dat hij de aanvoerder van Oranje moest zijn. Ik wilde weten welke kant Oranje volgens hem op moest.

Het eerste was voor Robben leuker en veiliger. Hij kon de lof incasseren, en soepel pareren dat de aanvoerdersband nu niet het belangrijkste was. Mijn vragen brachten hem op het terrein van de bondscoach, maar dat weerhield hem er niet van er stellig op in te gaan.

We moeten stoppen, beaamde hij bij herhaling, met het blinde geloof in het 4-3-3 systeem (waarmee Hiddink zich van Louis van Gaal wil distantiëren, en waarvan we maar blijven zeggen dat we het in Nederland moeten spelen).

Robben was de voornaamste voorvechter van Van Gaals verdedigende WK-systeem. Hij is sinds enige tijd de eerste international na Edwin van der Sar bij wie je terechtkunt voor een nuchter beeld van Oranje. Dat is veel eer, ik weet het, voor een speler aan wiens gebaartjes en zelfzuchtigheid je je nog steeds kapot kunt ergeren - en in wiens lachjes je nooit eerder iets veelbetekenends kon zien.

Maar wie nu naar hem wil luisteren, hoort een speler die met de bagage van het hoogste topvoetbal kernachtig oordeelt, met een bredere blik - de enige bij Oranje.

Met hem sprak Guus Hiddink heel even, over de telefoon.

Robben maakte Hiddink al eerder mee, in de eerste jaren van deze eeuw bij PSV - Hiddink, over wie Frank de Boer dit jaar zei zich niet te kunnen herinneren wat hij tactisch van hem had geleerd. De machteloze en naar zijn teamgenoten weinig gepaste woede van Robben - nee, hij is geen geschikte aanvoerder - was woensdag tegen Mexico de woede van een topspeler die geen contact voelt met zijn coach; die zou willen uitschreeuwen hoe reddeloos we zijn, als die in het team geen banden aanlegt en de gammele boel niet samentrekt.

Hiddink wil morgen de spitsen Van Persie en Huntelaar samen opstellen, als misschien wel zijn laatste greep uit de tactische grabbelton. Wat de beste speler van Oranje daarvan vindt, hoef je hem echt niet te vragen om het te weten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden